Archief 745
Inventaris 745-393
Pagina 70
Dossier 100
Jaar 1942
Stadsarchief

Officiële brief/correspondentie van de Gemeente Amsterdam.

29 mei 1942. Van: De Wethouder voor de Levensmiddelen, Wasch- en schoonmaak-, bad- en zweminrichtingen (J.L. Sjak). Aan: H. Balk, Streekleider van den Ned. Landstand, Linnaeushof 63, Amsterdam.

Origineel

Officiële brief/correspondentie van de Gemeente Amsterdam. 29 mei 1942. De Wethouder voor de Levensmiddelen, Wasch- en schoonmaak-, bad- en zweminrichtingen (J.L. Sjak). H. Balk, Streekleider van den Ned. Landstand, Linnaeushof 63, Amsterdam. № 92/1/3 M. 1942 31/5 [handgeschreven] Markth. [handgeschreven]

Aan den heer H. Balk,
Streekleider van den Ned. Landstand,
Linnaeushof 63,
A_L_H_I_E_R(O).

L.M. 233 - 1942 - [handgeschreven paraaf en tekens]
29 Mei 1942.

Naar aanleiding van het mij bij Uw schrijven van 6 Februari j.l. toegezonden rapport inzake den pluimveehandel, bericht ik U het volgende.

De handel in pluimvee is georganiseerd in den Nederlandschen Bond van Poeliers en Wildhandelaren, Gierstraat 39 te Haarlem. In Augustus 1940 vond vrijwel een totale afslachting van den pluimveestapel plaats, terwijl in Januari van dit jaar de laatste resten zijn afgeslacht. De onderhavige materie is momenteel in handen van de Pluimveehouderij Centrale te De Bilt, welke nu en dan toewijzingen geeft van geslachte kippen, die in koelhuizen waren opgeslagen. Volgens mededeeling van deze Centrale is ook deze voorraad uitgeput. De Voorzitter van voornoemden Bond acht het, gelet op de omstandigheden, voorloopig niet gewenscht op het onderhavige terrein organiseerend op te treden, temeer, omdat het ook nog na den oorlog geruimen tijd zal duren, voordat de pluimveestapel in het land eenigermate op het vroegere peil zal zijn gekomen. Men verwacht dat een groot aantal niet-bonafide poeliers in dien tijd uit den handel zal verdwijnen, zoodat die handel zichzelf op deze wijze tot op zekere hoogte zal saneeren.

VM De Wethouder voor de Levensmiddelen,
Wasch- en schoonmaak-, bad- en zweminrichtingen, (get.) J.L. Sjak [handgeschreven handtekening/paraaf] * Inhoud: De brief is een antwoord op een rapport van de Nederlandsche Landstand over de pluimveehandel. De kernboodschap is somber: de Nederlandse pluimveestapel is nagenoeg volledig verdwenen. De massale slacht in 1940 en de laatste resten in begin 1942 hebben geleid tot een situatie waarin zelfs de diepvriesvoorraden bij de Pluimveehouderij Centrale zijn uitgeput. Er wordt geconcludeerd dat herstel van de sector nog lang na de oorlog zal duren.
* Toon en taalgebruik: De toon is zakelijk en ambtelijk. Opvallend is de term "niet-bonafide poeliers" en de verwachting dat de markt zich zal "saneeren" door het faillissement van deze handelaren. Dit weerspiegelt een zekere ordeningsdrang die typerend was voor de bureaucratie tijdens de bezettingsjaren.
* Organisaties:
* Nederlandsche Landstand: Een door de Duitse bezetter ingestelde organisatie waarbij alle boeren verplicht aangesloten moesten zijn (gelijkschakeling).
* Pluimveehouderij Centrale: Een crisisorgaan dat de distributie en productie controleerde.
* Ondertekening: J.L. Sjak fungeerde als wethouder in het door de bezetter gecontroleerde Amsterdamse gemeentebestuur. Dit document stamt uit het hart van de Tweede Wereldoorlog. De grootschalige slacht van pluimvee (en varkens) in 1940 was een direct gevolg van de Britse blokkade en de Duitse vordering van veevoer. Omdat er onvoldoende graan beschikbaar was om zowel mensen als dieren te voeden, werd besloten de veestapel drastisch in te krimpen ("afslachting").

De brief toont aan hoe de voedselvoorziening in 1942 volledig was vastgelopen en hoe lokale overheden moesten communiceren met nationaalsocialistische instituten zoals de Landstand. De verwijzing naar de periode "na den oorlog" geeft aan dat men op dat moment nog geen duidelijk zicht had op het einde van het conflict, maar wel al rekening hield met een zeer langdurig economisch herstelproces. De documentatie van dergelijke schaarste is essentieel voor het begrijpen van de dagelijkse overlevingsstrijd en de economische ontwrichting tijdens de bezetting. * Nederlandsche Landstand: Een door de Duitse bezetter ingestelde organisatie waarbij alle boeren verplicht aangesloten moesten zijn (gelijkschakeling).

Samenvatting

  • Inhoud: De brief is een antwoord op een rapport van de Nederlandsche Landstand over de pluimveehandel. De kernboodschap is somber: de Nederlandse pluimveestapel is nagenoeg volledig verdwenen. De massale slacht in 1940 en de laatste resten in begin 1942 hebben geleid tot een situatie waarin zelfs de diepvriesvoorraden bij de Pluimveehouderij Centrale zijn uitgeput. Er wordt geconcludeerd dat herstel van de sector nog lang na de oorlog zal duren.
  • Toon en taalgebruik: De toon is zakelijk en ambtelijk. Opvallend is de term "niet-bonafide poeliers" en de verwachting dat de markt zich zal "saneeren" door het faillissement van deze handelaren. Dit weerspiegelt een zekere ordeningsdrang die typerend was voor de bureaucratie tijdens de bezettingsjaren.
  • Organisaties:
    • Nederlandsche Landstand: Een door de Duitse bezetter ingestelde organisatie waarbij alle boeren verplicht aangesloten moesten zijn (gelijkschakeling).
    • Pluimveehouderij Centrale: Een crisisorgaan dat de distributie en productie controleerde.
  • Ondertekening: J.L. Sjak fungeerde als wethouder in het door de bezetter gecontroleerde Amsterdamse gemeentebestuur.

Historische Context

Dit document stamt uit het hart van de Tweede Wereldoorlog. De grootschalige slacht van pluimvee (en varkens) in 1940 was een direct gevolg van de Britse blokkade en de Duitse vordering van veevoer. Omdat er onvoldoende graan beschikbaar was om zowel mensen als dieren te voeden, werd besloten de veestapel drastisch in te krimpen ("afslachting").

De brief toont aan hoe de voedselvoorziening in 1942 volledig was vastgelopen en hoe lokale overheden moesten communiceren met nationaalsocialistische instituten zoals de Landstand. De verwijzing naar de periode "na den oorlog" geeft aan dat men op dat moment nog geen duidelijk zicht had op het einde van het conflict, maar wel al rekening hield met een zeer langdurig economisch herstelproces. De documentatie van dergelijke schaarste is essentieel voor het begrijpen van de dagelijkse overlevingsstrijd en de economische ontwrichting tijdens de bezetting.

Organisaties

* **Nederlandsche Landstand:** Een door de Duitse bezetter ingestelde organisatie waarbij alle boeren verplicht aangesloten moesten zijn (gelijkschakeling).

Gerelateerde Documenten 6