Doorslag van een ambtelijke brief.
Origineel
Doorslag van een ambtelijke brief. 29 juli 1942. De Directeur (waarnemend) van de Marktdienst Amsterdam. Mevrouw M. Couzijn-Ortje, Tilanusstraat 27 II, Amsterdam-Oost. [Linksboven, handgeschreven in blauw potlood:]
Verzonden 29/7 42
[Rechtsboven:]
HB.
Mevrouw M.Couzijn-Ortje,
Tilanusstraat 27 II,
Amsterdam-Oost.
Wijk 11.
103/74/2 M. 29 Juli 1942.
Naar aanleiding van Uw brief d.d. 28 Juli j.l. verleen ik U hierbij tot wederopzegging toestemming zich op Uw plaats op de markt Gaaspstraat te laten bijstaan - niet vervangen - door Uw zoon, M.W.Couzijn, geboren 24 Juni 1926.
De Directeur,
wnd.
[Linksonder, handgeschreven in blauw potlood:]
Afschrift voor
th. d. kaart maken! * Inhoud: In deze brief krijgt Mevrouw Couzijn-Ortje toestemming van de Amsterdamse Marktdienst om op haar marktplaats aan de Gaaspstraat geholpen te worden door haar zestienjarige zoon, M.W. Couzijn.
* Voorwaarden: De toestemming is "tot wederopzegging" (voorlopig) en de zoon mag haar alleen "bijstaan", niet volledig "vervangen". Dit betekent dat de officiële vergunninghoudster zelf aanwezig moest blijven op de kraam.
* Administratieve sporen: De blauwe potloodaantekeningen zijn interne instructies voor de administratie. "Verzonden 29/7 42" bevestigt de verzending. De opmerking "Afschrift voor th. d. kaart maken!" wijst erop dat de wijziging ook in het kaartsysteem (waarschijnlijk de persoons- of marktkaart) van de dienst verwerkt moest worden. Dit document stamt uit juli 1942, een kritieke fase van de Tweede Wereldoorlog in Nederland. De markt aan de Gaaspstraat was een van de drie markten in Amsterdam die door de Duitse bezetter waren aangewezen als specifieke "Joodse markten" (naast het Waterlooplein en de Joubertstraat). Vanaf november 1941 mochten Joodse marktkooplieden alleen nog op deze locaties staan en mochten zij alleen aan Joodse klanten verkopen.
De namen Couzijn en Ortje zijn typisch Joods-Amsterdamse namen. Het feit dat Mevrouw Couzijn-Ortje op de markt aan de Gaaspstraat stond, bevestigt haar status als Joodse marktkoopvrouw in die tijd. De datum van de brief, 29 juli 1942, is wrang: dit was precies de periode waarin de grootschalige deportaties vanuit Amsterdam naar kamp Westerbork en verder naar de vernietigingskampen in volle gang waren gezet. Dit soort bureaucratische documenten illustreert hoe het dagelijks leven en de handel voor Joodse Amsterdammers onder de bezetting nog probeerden door te gaan, terwijl de dreiging van deportatie constant aanwezig was. Couzijn (Mevrouw) M. Couzijn M.W. Couzijn