Archief 745
Inventaris 745-394
Pagina 156
Dossier 103
Jaar 1942
Stadsarchief

Handgeschreven briefkaart/notitie op administratief papier.

24 september 1942. Van: Mevrouw S. Winnik.

Origineel

Handgeschreven briefkaart/notitie op administratief papier. 24 september 1942. Mevrouw S. Winnik. Nᵒ 103 / 90 / 3 M. Amsterdam [m.i.] 24/9 . 1942
betreft markt Gaaspstraat
Door ziekte was ik niet in staat U
eerder te berichten op Uw schrijven
van 16 Sept. j.l. Hiermede bericht ik U dat
ik van de plaats van mijn man wel
gebruik wenscht te maken.
Het te verkoopen artikel is Huishoudelyke
artikelen (het zelfde wat mijn man
verkocht heeft). Ik kom a.s. Zaterdag 3 Oct.
het verschuldigde markt-geld betalen.
Hoogachtend Mevr: S. Winnik In deze zakelijke correspondentie reageert Mevrouw S. Winnik op een brief van de marktautoriteiten (waarschijnlijk de Dienst van het Marktwezen) van 16 september 1942. De kern van de brief is haar verzoek om de marktplaats van haar echtgenoot over te mogen nemen. Zij specificeert dat zij hetzelfde assortiment zal voeren als haar man: "huishoudelyke artikelen". De brief bevat een verontschuldiging voor een vertraging door ziekte en een concrete toezegging voor de betaling van het marktgeld op de eerstvolgende zaterdag. De gehanteerde spelling (zoals "wenscht" en "verkoopen") is typerend voor de vroege 20e eeuw. Het document dateert uit het midden van de Tweede Wereldoorlog. De vermelding van de "markt Gaaspstraat" is historisch significant: dit was een van de drie zogenaamde "Joodse markten" die door de Duitse bezetter in 1941 in Amsterdam waren ingesteld. Joodse kooplieden en marktbezoekers werden hierdoor gedwongen zich af te zonderen van de reguliere markten.

Mevrouw S. Winnik (voluit Sientje Winnik-Velleman) probeerde op dit moment waarschijnlijk de nering van haar gezin veilig te stellen. In de periode van deze brief waren de deportaties van de Joodse bevolking uit Amsterdam naar Westerbork en verder naar de vernietigingskampen al in volle gang. Het feit dat zij de plaats van haar man overneemt, suggereert dat hij op dat moment niet meer in staat was zelf op de markt te staan. Archiefbronnen bevestigen dat het gezin Winnik de Holocaust niet heeft overleefd.

Samenvatting

In deze zakelijke correspondentie reageert Mevrouw S. Winnik op een brief van de marktautoriteiten (waarschijnlijk de Dienst van het Marktwezen) van 16 september 1942. De kern van de brief is haar verzoek om de marktplaats van haar echtgenoot over te mogen nemen. Zij specificeert dat zij hetzelfde assortiment zal voeren als haar man: "huishoudelyke artikelen". De brief bevat een verontschuldiging voor een vertraging door ziekte en een concrete toezegging voor de betaling van het marktgeld op de eerstvolgende zaterdag. De gehanteerde spelling (zoals "wenscht" en "verkoopen") is typerend voor de vroege 20e eeuw.

Historische Context

Het document dateert uit het midden van de Tweede Wereldoorlog. De vermelding van de "markt Gaaspstraat" is historisch significant: dit was een van de drie zogenaamde "Joodse markten" die door de Duitse bezetter in 1941 in Amsterdam waren ingesteld. Joodse kooplieden en marktbezoekers werden hierdoor gedwongen zich af te zonderen van de reguliere markten.

Mevrouw S. Winnik (voluit Sientje Winnik-Velleman) probeerde op dit moment waarschijnlijk de nering van haar gezin veilig te stellen. In de periode van deze brief waren de deportaties van de Joodse bevolking uit Amsterdam naar Westerbork en verder naar de vernietigingskampen al in volle gang. Het feit dat zij de plaats van haar man overneemt, suggereert dat hij op dat moment niet meer in staat was zelf op de markt te staan. Archiefbronnen bevestigen dat het gezin Winnik de Holocaust niet heeft overleefd.

Locaties

Amsterdam.

Gerelateerde Documenten 6