Briefkaart (adreszijde).
Origineel
Briefkaart (adreszijde). B. Wynschenk, Blasiusstraat 111 (huis), Amsterdam. Linksboven (stempel in paars/grijs):
No 103/95/4 M. 1942
Bovenaan midden (handgeschreven in inkt):
18/9
Rechtsboven (poststempel):
AMSTERDAM
17 IX 13 - 1942
Postzegel:
NEDERLAND 4 cent (groen)
Instructiestempel (naast postzegel):
LAAT VOOR DE POST LANGS DEN
GEHEELEN BOVENKANT
[afbeelding van enveloppe met pijl en tekst '4 cm']
VRIJ
Geadresseerde (rechterhelft):
Aan den
Directeur
v/h Marktwezen
J. v. Galenstraat
(Werf [onleesbaar, mogelijk 'Ulic'])
Afzender (linksonder):
AFZ. B. Wynschenk
Blasiusstr. 111
(huis) Dit document is de adreszijde van een zakelijke briefkaart verzonden tijdens de Duitse bezetting van Nederland. De kaart is gericht aan de directeur van het Gemeentelijk Marktwezen in Amsterdam, dat gevestigd was bij de Centrale Markthallen aan de Jan van Galenstraat.
De grote stempel linksboven ("No 103/95/4 M. 1942") is een registratienummer van de ontvangende instantie, wat aangeeft dat dit document onderdeel was van een officiële correspondentie of verzoek. De instructiestempel bovenin was in die tijd gebruikelijk om ruimte vrij te houden voor sorteermachines en stempels. Het handschrift is een vlot, hellend curisiefschrift, typerend voor het midden van de 20e eeuw. De afzender, Benjamin Wynschenk (geboren in 1891), was een Joodse Amsterdammer die op het adres Blasiusstraat 111 woonde. Gezien zijn beroep als koopman en de bestemming van de kaart (het Marktwezen), betrof de correspondentie waarschijnlijk zaken gerelateerd aan zijn werk op de markt of de strenge beperkingen die Joodse handelaren in 1942 opgelegd kregen.
De datum, 17 september 1942, is historisch beladen: dit was de periode waarin de systematische deportaties van de Joodse bevolking uit Amsterdam naar de kampen in volle gang waren. Uit archiefstukken van de Oorlogsgravenstichting blijkt dat Benjamin Wynschenk minder dan een jaar na het verzenden van deze kaart, op 2 juli 1943, is vermoord in vernietigingskamp Sobibor. Deze kaart is daarmee een direct overblijfsel van de laatste pogingen van een burger om zijn dagelijkse zaken voort te zetten onder het bewind van de bezetter. B. Wynschenk Marktwezen