Archief 745
Inventaris 745-394
Pagina 189
Jaar 1942
Stadsarchief

Officieel uittreksel of bijlage bij een verordening/vergunning.

Origineel

Officieel uittreksel of bijlage bij een verordening/vergunning. Onder B. van het Ventverbod vermeld in de vent- en
opkoopersvergunningen wordt toegevoegd:

23⁰. op de Prins Hendrikkade tusschen Martelaarsgracht
en Damrak, benevens op de Martelaarsgracht, of op
of aan den openbaren weg binnen een afstand van 25
meter van genoemd gedeelte van de Prins Hendrikkade,
en van de Martelaarsgracht. Dit document is een formele aanvulling op de bepalingen in vent- en opkopersvergunningen. In sectie B van het 'Ventverbod' wordt een nieuw punt (nummer 23) toegevoegd.

De kern van de bepaling is het verbieden van het venten (het op straat verkopen van goederen) op specifieke locaties in de Amsterdamse binnenstad, nabij het Centraal Station. De uitbreiding betreft niet alleen de straten zelf (Prins Hendrikkade en Martelaarsgracht), maar ook een bufferzone van 25 meter rondom deze gebieden. Dit wijst op een poging om straathandel in drukke verkeersaders of nabij belangrijke knooppunten volledig te weren om de doorstroming of de openbare orde te waarborgen. In de late 19e en vroege 20e eeuw was straathandel een essentieel onderdeel van het economische leven, maar steden als Amsterdam voerden steeds strengere regels in om 'overlast' te beperken. Het gebied rondom de Prins Hendrikkade en het Damrak was (en is) een van de drukste punten van de stad door de nabijheid van het Centraal Station.

Een "ventverbod" werd vaak ingesteld om de doorgang voor voetgangers en verkeer vrij te houden of om gevestigde winkeliers te beschermen tegen concurrentie van straatverkopers. De "opkoopersvergunning" heeft betrekking op personen die oude metalen, lompen of andere tweedehands goederen opkochten, een beroepsgroep die eveneens aan strikte reglementering onderhevig was.

Samenvatting

Dit document is een formele aanvulling op de bepalingen in vent- en opkopersvergunningen. In sectie B van het 'Ventverbod' wordt een nieuw punt (nummer 23) toegevoegd.

De kern van de bepaling is het verbieden van het venten (het op straat verkopen van goederen) op specifieke locaties in de Amsterdamse binnenstad, nabij het Centraal Station. De uitbreiding betreft niet alleen de straten zelf (Prins Hendrikkade en Martelaarsgracht), maar ook een bufferzone van 25 meter rondom deze gebieden. Dit wijst op een poging om straathandel in drukke verkeersaders of nabij belangrijke knooppunten volledig te weren om de doorstroming of de openbare orde te waarborgen.

Historische Context

In de late 19e en vroege 20e eeuw was straathandel een essentieel onderdeel van het economische leven, maar steden als Amsterdam voerden steeds strengere regels in om 'overlast' te beperken. Het gebied rondom de Prins Hendrikkade en het Damrak was (en is) een van de drukste punten van de stad door de nabijheid van het Centraal Station.

Een "ventverbod" werd vaak ingesteld om de doorgang voor voetgangers en verkeer vrij te houden of om gevestigde winkeliers te beschermen tegen concurrentie van straatverkopers. De "opkoopersvergunning" heeft betrekking op personen die oude metalen, lompen of andere tweedehands goederen opkochten, een beroepsgroep die eveneens aan strikte reglementering onderhevig was.

Locaties

Amsterdam (gezien de straatnamen Prins Hendrikkade Martelaarsgracht en Damrak).

Producten

Tweedehands/Lompen: Lompen Tweedehands/Lompen: Oude metalen Tweedehands/Lompen: Tweedehands Vis & Zee: Aal Vis & Zee: Paling Vis & Zee: Vis

Thema's

Jodenster/Maatregelen

Gerelateerde Documenten 6