Handgeschreven ambtelijke notitie (waarschijnlijk een interne memo van de Joodsche Raad).
Origineel
Handgeschreven ambtelijke notitie (waarschijnlijk een interne memo van de Joodsche Raad). 24 augustus 1942 (gebaseerd op de datering rechtsonder). [Bovenaan links, in rood potlood/inkt:]
103/97/1
[Bovenaan rechts, onderstreept:]
Gaasmetkant [onduidelijk, mogelijk een afdelingsnaam of naam van een medewerker]
[Hoofdtekst:]
D. de Jonge, Rozenstr. 258^II
vraagt vervanging voor
zijn broer A. de Jonge,
geb. 12/9 '07, die te staan
in verband met
hartkwaal. Artikel:
brood.
Verzoek wordt aan
Joodsche Raad gestuurd.
Zie doktersverklaring.
[Rechtsonder:]
v. 24/8 42 * Inhoud: David de Jonge vraagt om een "vervanging" voor zijn broer Aaron. Dit suggereert een verzoek tot vrijstelling van de oproep voor de 'Arbeitseinsatz' (werkverruiming of deportatie naar de kampen), waarbij hij mogelijk aanbiedt de plaats van zijn broer in te nemen of een andere reden voor vrijstelling aanvoert.
* Medische grond: De primaire reden voor het verzoek is een "hartkwaal" van Aaron. Er wordt expliciet verwezen naar een bijgevoegde "doktersverklaring", wat destijds een vereiste was voor het aanvragen van een medische Sperre (vrijstelling).
* Beroep en 'Artikel': De vermelding "Artikel: brood" verwijst naar het beroep van Aaron de Jonge. Uit archiefgegevens blijkt dat hij broodbakker was. Bakkers vielen vaak onder een specifieke categorie van onmisbaar personeel voor de voedselvoorziening, wat een extra grond voor uitstel kon vormen.
* Bureaucratie: Het document is voorzien van een administratief nummer (103/97/1) en een datum van verwerking of verzending (v. 24/8 42). Het verzoek is formeel doorgestuurd naar de Joodsche Raad voor Amsterdam. * Historisch kader: Deze notitie is geschreven in augustus 1942, de periode waarin de grootschalige deportaties van Joodse Amsterdammers naar doorgangskamp Westerbork en vervolgens naar vernietigingskampen in het oosten in volle gang waren.
* De Joodsche Raad: De Joodsche Raad voor Amsterdam fungeerde als noodzakelijk aanspreekpunt voor de Joodse gemeenschap. Veel mensen probeerden via medische of beroepsmatige vrijstellingen hun deportatie uit te stellen.
* Tragische afloop: Volgens gegevens van het Joods Monument woonde Aaron de Jonge inderdaad op de Rozenstraat 258-II. Hij is op 12 september 1907 geboren en op 30 september 1942 vermoord in Auschwitz. Dit betekent dat het verzoek in deze notitie, ingediend op 24 augustus, slechts ongeveer vijf weken voor zijn overlijden werd opgesteld en dat het ingediende uitstelverzoek uiteindelijk niet heeft kunnen voorkomen dat hij op transport werd gesteld. Ook zijn broer David de Jonge overleefde de oorlog niet. A. de Jonge D. de Jonge
Samenvatting
- Inhoud: David de Jonge vraagt om een "vervanging" voor zijn broer Aaron. Dit suggereert een verzoek tot vrijstelling van de oproep voor de 'Arbeitseinsatz' (werkverruiming of deportatie naar de kampen), waarbij hij mogelijk aanbiedt de plaats van zijn broer in te nemen of een andere reden voor vrijstelling aanvoert.
- Medische grond: De primaire reden voor het verzoek is een "hartkwaal" van Aaron. Er wordt expliciet verwezen naar een bijgevoegde "doktersverklaring", wat destijds een vereiste was voor het aanvragen van een medische Sperre (vrijstelling).
- Beroep en 'Artikel': De vermelding "Artikel: brood" verwijst naar het beroep van Aaron de Jonge. Uit archiefgegevens blijkt dat hij broodbakker was. Bakkers vielen vaak onder een specifieke categorie van onmisbaar personeel voor de voedselvoorziening, wat een extra grond voor uitstel kon vormen.
- Bureaucratie: Het document is voorzien van een administratief nummer (103/97/1) en een datum van verwerking of verzending (v. 24/8 42). Het verzoek is formeel doorgestuurd naar de Joodsche Raad voor Amsterdam.
Historische Context
- Historisch kader: Deze notitie is geschreven in augustus 1942, de periode waarin de grootschalige deportaties van Joodse Amsterdammers naar doorgangskamp Westerbork en vervolgens naar vernietigingskampen in het oosten in volle gang waren.
- De Joodsche Raad: De Joodsche Raad voor Amsterdam fungeerde als noodzakelijk aanspreekpunt voor de Joodse gemeenschap. Veel mensen probeerden via medische of beroepsmatige vrijstellingen hun deportatie uit te stellen.
- Tragische afloop: Volgens gegevens van het Joods Monument woonde Aaron de Jonge inderdaad op de Rozenstraat 258-II. Hij is op 12 september 1907 geboren en op 30 september 1942 vermoord in Auschwitz. Dit betekent dat het verzoek in deze notitie, ingediend op 24 augustus, slechts ongeveer vijf weken voor zijn overlijden werd opgesteld en dat het ingediende uitstelverzoek uiteindelijk niet heeft kunnen voorkomen dat hij op transport werd gesteld. Ook zijn broer David de Jonge overleefde de oorlog niet.