Handgeschreven brief met ambtelijke aantekeningen en stempels.
Origineel
Handgeschreven brief met ambtelijke aantekeningen en stempels. 6 september 1942. Weduwe Polak, Afrikanerplein 37, Amsterdam. Waarschijnlijk de Marktmeester of de Inspecteur der Markten te Amsterdam. 976 6 september 1942
Mijnheer Daar mijn Dochter 8
Augustus naar de markt ging en
met de razzia is opgepikt en met
transport naar Duitsland ging.
en de marktmeester daar direkt
van in kennes werd gesteld en
niet weet wanneer ze terug
komt laat ik het aan u over
wat u met haar plaats doet
achtend
Wed. Polak
Afrikanerplein 37
A.dam.
[Ambtelijke aantekeningen en stempels onderaan:]
№ 103/110/1 M. 1942 9/9
Mej. D. Polak pl. 173 Garenkraam.
H. van Moerkerken
van C.W. afvoeren amb.
afgev. 7/10-42 [geparafeerd]
afgeh. 9/9 '42
[Stempel:] GEZIEN DE INSPECTEUR, [Handtekening] 11/9 '42 * De kern van de brief: Een moeder (Weduwe Polak) bericht de autoriteiten dat haar dochter op 8 augustus 1942 tijdens een razzia op de markt is opgepakt en "op transport naar Duitsland" is gezet. Omdat onduidelijk is of en wanneer zij terugkeert, stelt de moeder de marktplaats van haar dochter ter beschikking aan de gemeente.
* Personen:
* Wed. Polak: De schrijfster, woonachtig in de Transvaalbuurt (Afrikanerplein), een buurt waar in 1942 zeer veel Joodse Amsterdammers woonden.
* Mej. D. Polak: De dochter. Uit de kantlijn blijkt dat zij standplaats nummer 173 had met een "Garenkraam".
* Administratieve afhandeling: Het document bevat diverse ambtelijke stempels en krabbels. Er wordt opdracht gegeven haar "af te voeren" uit de administratie. De datum 11/9 '42 bij de handtekening van de inspecteur laat zien dat dit proces zeer efficiënt en zakelijk werd afgehandeld. Dit document is een indringend voorbeeld van de "banaliteit van het kwaad" tijdens de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. Terwijl een familie uiteen wordt gerukt door een razzia en deportatie (waarschijnlijk naar doorgangskamp Westerbork en vervolgens de vernietigingskampen), gaat de bureaucratie van de gemeente Amsterdam onverstoorbaar door.
De brief illustreert de directe impact van de Jodenvervolging op het dagelijks economisch leven. In augustus 1942 waren de grootschalige deportaties uit Amsterdam in volle gang. Het feit dat de moeder schrijft dat ze niet weet "wanneer ze terug komt" getuigt van de onzekerheid en de valse hoop die destijds vaak nog heerste over het lot van de gedeporteerden. De ambtelijke notitie "afvoeren" markeert het definitieve einde van de legale aanwezigheid van deze Amsterdamse onderneemster in de stadsadministratie. * Wed. Polak: De schrijfster woonachtig in de Transvaalbuurt (Afrikanerplein) een buurt waar in 1942 zeer veel Joodse Amsterdammers woonden.