Handgeschreven brief (recto).
Origineel
Handgeschreven brief (recto). 8 september 1942. De brief is geschreven door de echtgenote van de heer G. Pool (wonende aan de Blasiusstraat 15-I, Amsterdam). $N^o = 103/III.1$ / M. $1942 \frac{9}{9}$ \hfill 983
A'dam 8 Sept: 1942
Weled: Heer
m.i. Lap [toevoeging in ander handschrift]
Naar aanleiding uw schrijven
voor den Heer G. Pool, blasiusstraat
15$^I$ die zijn staanplaats op de markt
in de Gaaspstraat heeft en naar
u schrijft dat hij 3 weken schuld
als marktgeld heeft, wil ik u
even mededelen, dat mijn man
vrijstelling van betaling voor
marktgeld heeft gekregen voor
hij naar het kamp vertrokken
is. Nu wil ik u even schrijven
dat ik Maandag J.L. een
schrijven namens de Rijkscom-
missaris heb gekregen dat mijn
man weder zijn werkzaamheden
voor te verkopen mag voortzetten
Beleefd verzoek ik u, zijn oude plaats
voor hem gereserveerd te houden,
daar mijn man van uit het kamp
[onderaan rechts:] 603 * Afzender: De brief is geschreven door de echtgenote van de heer G. Pool (wonende aan de Blasiusstraat 15-I, Amsterdam).
* Onderwerp: Een geschil over achterstallig marktgeld voor een staanplaats op de markt in de Gaaspstraat.
* Kernboodschap: De schrijfster reageert op een aanmaning voor drie weken marktgeld. Zij stelt dat haar man vrijstelling van betaling had gekregen voordat hij naar "het kamp" vertrok. Ze meldt dat ze toestemming heeft gekregen (namens de Rijkscommissaris) dat haar man zijn werk als koopman mag hervatten en verzoekt zijn oude standplaats te reserveren.
* Taalgebruik: Formeel en beleefd ("Weled: Heer", "Beleefd verzoek ik u"), typerend voor correspondentie met instanties in die tijd. Dit document stamt uit de periode van de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog (september 1942). De terminologie is zeer specifiek voor deze periode:
1. De Markt in de Gaaspstraat: Dit was een bekende markt in Amsterdam-Oost. Vanaf 1941 werden door de bezetter beperkingen opgelegd aan Joodse kooplieden; de markt in de Gaaspstraat werd op een gegeven moment aangewezen als een van de weinige plaatsen waar Joodse Amsterdammers nog mochten handelen of inkopen doen.
2. "Het kamp": De verwijzing naar het vertrek van de man naar "het kamp" duidt in de context van 1942 waarschijnlijk op een werkkamp of een doorgangskamp (zoals Westerbork). De grootschalige deportaties van Joden uit Amsterdam waren in de zomer van 1942 in volle gang.
3. Rijkscommissaris: Dit verwijst naar het bestuur van Arthur Seyss-Inquart. Dat de echtgenote claimt toestemming te hebben "namens de Rijkscommissaris" suggereert een poging om via officiële weg de rechten van haar man op zijn werkplek veilig te stellen, wat in die periode een zaak van overleven was.
4. Sociale geschiedenis: De brief illustreert de bureaucratische strijd die burgers moesten voeren om hun levensonderhoud te behouden terwijl familieleden werden weggevoerd.