Brief van een markthandelaar aan de Inspecteur van het Marktwezen.
Origineel
Brief van een markthandelaar aan de Inspecteur van het Marktwezen. 21 september 1942. Firma J. Kanes (namens de ouders). Inspecteur van het Marktwezen te Amsterdam. [Linksboven stempel/kenmerk:]
№ 103/112/3 M. 1942 23/9
[Rechtsboven:]
77
Amsterdam 21-9-1942.
Valkenburgerstraat 130 III C.
Firma J. Kanes.
[Midden links:]
Antwoord betreft:
№ 103/112/2 M. Datum 16 Sept.
[Hoofdtekst:]
Aan den Heer Inspecteur v/h.
Marktwezen te Amsterdam.
ni. Insp. [handgeschreven aantekening]
Het spijt mij werkelijk, dat er geen andere oplossing
voor aanwezig is, dan mijn Moeder persoonlijk naar de
Gaaspstraat te laten komen. Hozeer wij het nog nodig
hebben, is het een onmogelijkheid, aangezien mijn Moeder
niet in staat is op het ogenblik zelfstandig te
werken. U zult dus volgens regel verplicht zijn deze
plaats in te trekken.
Tevens verzoek ik U bij evt. terugkomst van
mijn Vader, een spoedige medewerking, tot het
verlenen van een andere vaste plaats.
Bij voorbaat hartelijk dankend teken ik
in naam van mijn ouders met de meeste
Hoogachting.
[Handtekening:]
Nico Kanes [?]
[Linksonder aantekeningen:]
J. Kanes pl. 146 Gaaspstraat
H. van Moukerken,
afwezen amb. [?]
[Paraaf] 21/9 ’42
genomen
J 30/9 ’42
[Rechtsonder handgeschreven notitie in ander handschrift:]
vrijw. 24/9 42 [?]
Hl Insp.
Mevr Kanes heeft 24-9-42 het
achterstallige marktgeld vol-
daan en mij medegedeeld dat zij
persoonlijk van de plaats gebruik zal ma-
ken. Is dus niet afgegeven.
Wat is Uw mening? Insp. bericht.
25/9
H. v. [Paraaf] In deze brief schrijft de dochter (of zoon) van de heer en mevrouw Kanes aan de inspectie van het Marktwezen in Amsterdam. De kern van de brief is een noodkreet: de moeder is niet in staat om zelfstandig op de markt in de Gaaspstraat te staan, en de vader is afwezig. De schrijver erkent dat volgens de geldende regels de marktplaats (plek 146) dan waarschijnlijk ingetrokken moet worden, maar spreekt de hoop uit dat er in de toekomst – bij terugkeer van de vader – weer een plek beschikbaar komt.
Echter, de handgeschreven notities rechtsonder vertellen een ander verhaal. Slechts drie dagen na de brief (op 24 september 1942) is mevrouw Kanes blijkbaar toch persoonlijk verschenen. Ze heeft het achterstallige marktgeld betaald en aangegeven dat ze de plek tóch zelf gaat gebruiken. Dit wijst op een wanhopige poging om de vergunning en daarmee een bron van inkomsten te behouden, ondanks de eerdere verklaring dat dit onmogelijk was. Dit document is gedateerd september 1942, een gitzwarte periode tijdens de Duitse bezetting van Nederland. De Valkenburgerstraat in Amsterdam lag in het hart van de Joodse buurt. De achternaam Kanes is een veelvoorkomende Joodse naam in die tijd.
De "afwezigheid" van de vader en de penibele situatie van de moeder moeten in dit licht worden gezien. In de zomer van 1942 waren de grootschalige deportaties naar kamp Westerbork en verder naar de vernietigingskampen al begonnen. Veel Joodse marktkooplieden raakten hun nering kwijt door anti-Joodse maatregelen of doordat zij werden opgepakt. De brief toont de bureaucratische realiteit waarin mensen probeerden hun laatste restjes bestaanszekerheid (een marktplaats) vast te houden, terwijl de wereld om hen heen instortte. Uit archiefgegevens (zoals van het Joods Monument) blijkt dat veel bewoners van de Valkenburgerstraat 130 de oorlog niet hebben overleefd.