Archief 745
Inventaris 745-394
Pagina 317
Dossier 103
Jaar 1942
Stadsarchief

Handgeschreven brief met ambtelijke kanttekeningen.

16 oktober 1942. Van: M. Speyer, wonende aan de 1e Jan Steenstraat 100 II, Amsterdam (Zuid). Aan: De Inspecteur van het Marktwezen, Jan van Galenstraat 14, Amsterdam. Dossier: 103/149/1

Origineel

Handgeschreven brief met ambtelijke kanttekeningen. 16 oktober 1942. M. Speyer, wonende aan de 1e Jan Steenstraat 100 II, Amsterdam (Zuid). De Inspecteur van het Marktwezen, Jan van Galenstraat 14, Amsterdam. [Rechtsboven:] 178 / A’dam 16 Oct 1942

Aan de Inspecteur
van Marktwezen
Jan van Galenstr 14.

[In de marge:] m.i. Insp

Weled Heer,
Gaarne verzoek ik u om een bewijs dat ik marktkoopman ben en al sinds 15 jaar op de markt staan. Daar ik deze noodig hebt voor de Joodsche raad daar deze beweerd dat ik niet als marktkoopman bekend staat ook heb ik nog op de Gaaspstr gestaan doch bij u een bewijs ingeleverd van mijn dokter dat ik niet staan kon Hopende dat U spoedigaan het gevraagde wilt helpen verblijf ik

Hoogachtend
M Speyer
1e Jan Steenstr 100 II
A’dam (Z)

[Ambtelijke aantekening in ander handschrift:]
Naar aanleiding van Uw brief dd. 16 dezer deel ik U mede, dat aan het daarin vervatte verzoek niet kan worden voldaan. D.D.

Heeft per 1/1 ’42 bedankt voor vaste plaats Gaaspstraat. [onleesbaar, mogelijk datum 13.10.’42]

Verzoek kan m.i. niet worden ingewilligd.
19-10-42
[Handtekening/Paraaf] de Haan
103/149/2 27/10/42 In deze brief verzoekt de heer M. Speyer om een officieel bewijsstuk van zijn jarenlange staat van dienst (15 jaar) als marktkoopman. De reden die hij opgeeft is cruciaal: hij moet dit kunnen aantonen aan de Joodsche Raad. Hij verwijst naar een eerder medisch bewijs van zijn dokter, waaruit bleek dat hij om gezondheidsredenen niet meer op zijn vaste plek in de Gaaspstraat kon staan.

De reactie van de ambtenaar (waarschijnlijk de Inspecteur of een gedelegeerde) is strikt bureaucratisch en afwijzend. Er wordt genoteerd dat Speyer per 1 januari 1942 zijn vaste standplaats heeft opgezegd ("bedankt voor vaste plaats"). Op basis daarvan wordt geoordeeld dat het verzoek om een bewijs van inschrijving als actieve marktkoopman niet kan worden ingewilligd. De menselijke context van de aanvraag wordt volledig genegeerd. Dit document is een schrijnend voorbeeld van de bureaucratische processen tijdens de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. In 1942 werden de anti-Joodse maatregelen in hoog tempo opgevoerd. Joden werden geweerd van markten en uit vele beroepen.

De Joodsche Raad fungeerde in deze periode als tussenpersoon voor de bezetter. Voor Joodse burgers was het verkrijgen van officiële verklaringen van essentieel belang voor het aanvragen van een 'Sperre' (vrijstelling van deportatie) op basis van beroep of status. Het feit dat de heer Speyer deze verklaring wordt geweigerd omdat hij zijn plek eerder dat jaar om gezondheidsredenen had opgegeven, betekende in de praktijk dat hij een belangrijk bewijsstuk miste om zijn positie tegenover de autoriteiten te verdedigen. Dit soort ambtelijke onwil of strikte regelgeving had in deze periode vaak fatale gevolgen voor de aanvrager. D.D. Marktwezen

Samenvatting

In deze brief verzoekt de heer M. Speyer om een officieel bewijsstuk van zijn jarenlange staat van dienst (15 jaar) als marktkoopman. De reden die hij opgeeft is cruciaal: hij moet dit kunnen aantonen aan de Joodsche Raad. Hij verwijst naar een eerder medisch bewijs van zijn dokter, waaruit bleek dat hij om gezondheidsredenen niet meer op zijn vaste plek in de Gaaspstraat kon staan.

De reactie van de ambtenaar (waarschijnlijk de Inspecteur of een gedelegeerde) is strikt bureaucratisch en afwijzend. Er wordt genoteerd dat Speyer per 1 januari 1942 zijn vaste standplaats heeft opgezegd ("bedankt voor vaste plaats"). Op basis daarvan wordt geoordeeld dat het verzoek om een bewijs van inschrijving als actieve marktkoopman niet kan worden ingewilligd. De menselijke context van de aanvraag wordt volledig genegeerd.

Historische Context

Dit document is een schrijnend voorbeeld van de bureaucratische processen tijdens de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. In 1942 werden de anti-Joodse maatregelen in hoog tempo opgevoerd. Joden werden geweerd van markten en uit vele beroepen.

De Joodsche Raad fungeerde in deze periode als tussenpersoon voor de bezetter. Voor Joodse burgers was het verkrijgen van officiële verklaringen van essentieel belang voor het aanvragen van een 'Sperre' (vrijstelling van deportatie) op basis van beroep of status. Het feit dat de heer Speyer deze verklaring wordt geweigerd omdat hij zijn plek eerder dat jaar om gezondheidsredenen had opgegeven, betekende in de praktijk dat hij een belangrijk bewijsstuk miste om zijn positie tegenover de autoriteiten te verdedigen. Dit soort ambtelijke onwil of strikte regelgeving had in deze periode vaak fatale gevolgen voor de aanvrager.

Genoemde Personen 1

Locaties

Centrale Markt Gaaspstraat (Joodse Markt)

Producten

Kruidenier (Droog): Rijst Vis & Zee: Aal Vis & Zee: Vis Vleeswaren: Lever Vleeswaren: Vlees

Thema's

Jodenster/Maatregelen Razzia & Arrestatie

Organisaties

Marktwezen

Gerelateerde Documenten 6