Brief (getypt met handgeschreven kanttekeningen).
Origineel
Brief (getypt met handgeschreven kanttekeningen). 28 oktober 1942. N. Deegen, Amsterdam. De Weled. Heer Directeur van het Marktwezen, Amsterdam. [Rechtsboven handgeschreven:] 250
[Linksboven getypt:] Beantwoording No. 103/148/2M 27 Oct. 42
[Midden boven getypt:] Amsterdam, 28 October 1942.
[Midden getypt:] Den Weled. Heer Directeur van het Marktwezen te Amsterdam.
[Stempel links:] Nº 103/148/3
[Stempel midden:] M. 1942 2/11
[Handgeschreven paraaf rechts van stempel:] w. Turk [?]
Weled. Heer,
In beleefd antwoord op Uw schryven van 27 dezer, bericht ik U hiermede, dat ik wegens ziekte de my eventueel aan te wyzen plaats, by het tot stand komen van de Joodsche markt Gaaspstraat niet kon innemen. Daar ik nu weer hersteld ben, en hierdoor weer de aan my toegestane quota van myn leveranciers in ontvangst kan nemen, verzoek ik U beleefd, alsnog in aanmerking te mogen komen voor een plaats op de Joodsche markt Gaaspstraat, opdat ik dan weder een afzetgebied heb, voor de door my te ontvangen goederen.
U by voorbaat hartelyk dankzeggend,
met de meeste hoogachting
[Handtekening:] N. Deegen
N. Deegen
Nw. Uilenburgerstraat 80
Amsterdam (C)
Handgeschreven kanttekeningen op het document:
- [Schuin links in de marge:] Tegen inwilliging van verzoek m.i. geen bezwaar. 4-11-42 [onleesbaar]
- [In cirkel in het midden:] Th. Sieburgh?
- [Onderaan rechts:] 6-11-42 De Vries is dit textiel
- [Onderaan links:] Indien textiel dan niet noodzakelijk e volgens l.h. [onleesbaar] niet toestaan! [paraaf]
- [Rechts verticaal in de kantlijn:] opgeroepen d. 11/11 42 Het document is een zakelijk verzoekschrift van N. Deegen aan de Dienst van het Marktwezen in Amsterdam tijdens de Tweede Wereldoorlog. De afzender verzoekt om een standplaats op de Joodse markt aan de Gaaspstraat. Hij voert aan dat hij door ziekte eerder niet in staat was de hem toegewezen plek in te nemen, maar dat hij nu weer gezond is en zijn leveringen (quota) weer kan ontvangen.
De ambtelijke aantekeningen onderaan de brief tonen de interne besluitvorming. Terwijl een eerste ambtenaar op 4 november geen bezwaar ziet, ontstaat er op 6 november discussie over het soort goederen. De vraag "is dit textiel" lijkt cruciaal; er wordt gesuggereerd dat als het om textiel gaat, de standplaats mogelijk niet noodzakelijk is of niet toegestaan moet worden. De laatste aantekening in de marge geeft aan dat de betrokkene op 11 november 1942 is opgeroepen. Dit document stamt uit een duistere periode in de Amsterdamse geschiedenis. Na de Duitse bezetting werden Joodse Amsterdammers vanaf 1941 stapsgewijs uit het openbare leven geweerd. Een van deze maatregelen was de instelling van specifieke "Joodsche markten" (zoals in de Gaaspstraat in de Rivierenbuurt), waar uitsluitend Joden mochten handelen en kopen.
De brief illustreert de bureaucratische controle over het dagelijks overleven van de Joodse bevolking. De afzender woonde in de Nieuwe Uilenburgerstraat, midden in de oude Joodse buurt (de 'Jodenhoek'). In oktober/november 1942 waren de grootschalige deportaties naar de vernietigingskampen al in volle gang. Voor veel Joodse handelaren was een plek op de markt de enige manier om nog een inkomen te genereren en te ontsnappen aan onmiddellijke tewerkstelling of deportatie, hoewel dit vaak slechts uitstel van executie bleek. N. Deegen Marktwezen