Handgeschreven brief met ambtelijke kanttekeningen.
Origineel
Handgeschreven brief met ambtelijke kanttekeningen. 20 oktober 1942 (met latere annotaties tot 4 november 1942). M. Koekoek, Weesperzijde 13 II, Amsterdam. [Linksboven stempel/kenmerk:]
Nº 103/153/1 M. 1942 21/10
[Rechtsboven:]
196
[Datum:]
Amsterdam 20/10-42
[Aanhef:]
Weledele Heer Directeur
[Inhoud:]
Ondergeteekende M. Koekoek, Weesperzijde 13 II
plaatshoudster op de markt Gaaspstraat verzoekt
toestemming om zich op haar plaats te mogen
laten bijstaan door haar vader
Levie Koekoek geb: 5 Maart 1867.
[Ondertekening:]
Hoogachtend
M. Koekoek.
[Aantekening midden-links, diagonaal:]
aan verzoek
niet kan worden
voldaan
103/153/2
[Initialen]
[Onder de handtekening:]
M. Koekoek, pl. Gaaspstraat
[Aantekening rechterzijde:]
Th. van Markerten,
advies
23-10-'42
[Aantekening linksonder:]
H. Insp
Mej Koekoek maakt
hoogst zelden gebruik
van plaats, dus heeft
geen assistentie noodig
2/11-42 [Handtekening]
[Aantekening rechtsonder:]
W. v Markerten
afwijzend advies
4-11-'42 26-10-42
[Handtekening, mogelijk Dettmer] De brief is een formeel verzoek van een marktkoopvrouw, M. Koekoek (waarschijnlijk Mietje Koekoek), aan de directie van het marktwezen in Amsterdam. Zij vraagt toestemming om geholpen te worden door haar vader, de 75-jarige Levie Koekoek, op haar standplaats aan de markt in de Gaaspstraat.
Het document bevat diverse ambtelijke parafen en adviezen die getuigen van de bureaucratische afhandeling. Het verzoek wordt uiteindelijk afgewezen ("aan verzoek niet kan worden voldaan"). De argumentatie voor de afwijzing staat linksonder vermeld: Mej. Koekoek zou volgens de inspecteur haar standplaats dusdanig zelden gebruiken dat assistentie niet noodzakelijk wordt geacht.
Opvallend is de snelheid van de bureaucratie: tussen het schrijven van de brief (20 oktober) en het eerste advies (23 oktober) zitten slechts drie dagen. De definitieve afhandeling vindt plaats in de eerste week van november 1942. Dit document is diep geworteld in de historische context van de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. In 1941 werden Joodse Amsterdammers door de bezetter verbannen van de reguliere markten. Er werden specifieke "Joodse markten" aangewezen, waaronder de markt in de Gaaspstraat (in de Rivierenbuurt).
De namen "Koekoek" en "Levie" duiden op een Joodse achtergrond. De afwijzing van dit ogenschijnlijk eenvoudige verzoek om hulp van een bejaarde vader moet gezien worden in het licht van de steeds strenger wordende beperkingen en de ontmenselijkende bureaucratie waarmee Joden in die tijd te maken kregen.
Levie Koekoek (geboren 5 maart 1867), die in dit document wordt genoemd, staat in de geschiedenisboeken geregistreerd als slachtoffer van de Holocaust; hij werd op 14 mei 1943 vermoord in vernietigingskamp Sobibor. Dit document is daarmee een tastbaar bewijs van de administratieve wurggreep waarin Joodse burgers vlak voor hun deportatie verkeerden.