Handgeschreven brief (administratieve correspondentie).
Origineel
Handgeschreven brief (administratieve correspondentie). 16 oktober 1942. S. Emmerik, Lepelstraat 9 II, Amsterdam. De Directeur van het Marktwezen, Amsterdam. [Hoofdtekst]
No 103/152/1 M. 1942 20/10 [Rechtsboven:] 198
Amsterdam 16 Oct. '42
Den Directeur van het Marktwezen
Alhier
WelEdelHeer.
Hierdoor bericht ik UEd. dat
door het Rijkscommissariaat de
liquidatie van mijn zaak opgeheven is
en heb ik dan ook reeds mijn venter-
vergunning voor de markt terug ontvangen.
Reden waarom ik U verzoek mij
weer mijn oude standplaats op de
markt "Gaaspstraat" te willen aanwijzen.
Uw antwoord gaarne spoedig
tegemoetzien en U beleefd dankend voor de
genomen moeite in deze, verblijf ik
Hoogachtend
S. Emmerik
Lepelstraat 9 II
[Aantekeningen in de kantlijn en onderaan]
Links (verticaal):
kan
toch
niet
Links onder (schuin in potlood):
staat in werkkamp
Westerbork.
Plaats kan nog niet
teruggegeven worden
zoolang man niet terug
is.
Rechts onder:
opbergt [?]
28-10-'42 No 42
de Graaf / To
Oproepen
26-10-'42
[Paraaf] De brief is een formeel verzoek van S. Emmerik aan de directeur van het Amsterdamse Marktwezen. De afzender geeft aan dat de gedwongen liquidatie van zijn zaak door de bezetter (het Rijkscommissariaat) is teruggedraaid en dat hij zijn ventervergunning reeds terug heeft. Hij verzoekt om zijn oude standplaats op de markt in de Gaaspstraat weer in gebruik te mogen nemen.
De ambtelijke aantekeningen vertellen echter een ander, tragisch verhaal. Hoewel de afzender formeel in zijn recht lijkt te staan (de liquidatie is immers opgeheven), noteert een ambtenaar in de kantlijn "kan toch niet". De reden wordt in potlood toegevoegd: Emmerik bevindt zich op dat moment in "werkkamp Westerbork". De conclusie van de ambtenaar is puur bureaucratisch: de plek kan niet worden teruggegeven zolang de man niet fysiek aanwezig ("terug") is. Dit document is een aangrijpend voorbeeld van de bureaucratische werkelijkheid tijdens de Jodenvervolging in bezet Nederland.
- De Gaaspstraat markt: Dit was een van de speciaal aangewezen "Joodse markten" in Amsterdam (geopend in 1941), waar Joodse handelaren verplicht naar werden verbannen.
- Liquidatie van zaken: Vanaf 1941 werden Joodse bedrijven systematisch geliquideerd of onder beheer van een 'Verwalter' gesteld. Dat de liquidatie hier "opgeheven" is, wijst op een uitzonderingssituatie of een administratieve correctie, wat de afzender hoop gaf op herstel van zijn broodwinning.
- Westerbork: Op het moment van schrijven (oktober 1942) was kamp Westerbork reeds omgevormd van een vluchtelingenkamp tot een Durchgangslager (doorgangskamp) voor deportatie naar de vernietigingskampen.
- Samuel Emmerik: Historisch onderzoek bevestigt dat het hier gaat om Samuel Emmerik (geboren 1891). De aantekening "staat in werkkamp Westerbork" was accuraat; hij werd vanuit daar gedeporteerd en is in 1943 in Sobibor vermoord. De brief toont de wrange tegenstelling tussen de burger die probeert zijn rechten te hernemen en de koude administratieve afhandeling van iemand die reeds in de greep van de Holocaust was. S. Emmerik Marktwezen