Administratieve notitie op gelinieerd papier.
Origineel
Administratieve notitie op gelinieerd papier. 11 september 1942 (ondertekening), betreffende een periode vanaf 16 augustus 1942. Hoofdtekst (inkt):
Vrijstellen van betaling
marktgeld Joubertstraat
vanaf 16 Augustus ’42.
f 7.20 schuld.
[Paraaf/Handtekening] 11/9 ’42
Linkermarge (rood potlood):
104/29/42
Achtergrond (vage potloodnotities, verticaal georiënteerd):
(Gedeeltelijk leesbare fragmenten van een kolomlijst met namen en bedragen)
[...] v. Leeuwen [...]
[...] v. Dam [...]
[...] Prins [...] Het document is een officiële of ambtelijke notitie betreffende de kwijtschelding van marktgeld voor een standplaats in de Joubertstraat. De vrijstelling wordt met terugwerkende kracht verleend vanaf 16 augustus 1942. Er wordt specifiek verwezen naar een openstaande schuld van 7,20 gulden die hiermee wordt afgehandeld. De notitie is op 11 september 1942 ondertekend door een functionaris van de marktdienst of de gemeentelijke administratie. De aanwezigheid van namenlijsten in potlood op de achtergrond suggereert dat dit papier werd gebruikt binnen een administratieve omgeving waar meerdere marktkramers werden beheerd. De datum en locatie van dit document zijn historisch zeer beladen. In juli 1941 stelden de Duitse bezetters in Amsterdam drie specifieke 'Joodse markten' in, waaronder de markt in de Joubertstraat (Transvaalbuurt). Joodse marktkooplieden mochten alleen nog op deze plekken hun beroep uitoefenen en mochten alleen aan Joodse klanten verkopen.
In de zomer van 1942 (vanaf juli) begonnen de grootschalige deportaties van Joden uit Amsterdam naar de concentratie- en vernietigingskampen. Dat een marktkoopman in augustus 1942 wordt 'vrijgesteld van betaling' wijst er vrijwel zeker op dat de persoon in kwestie zijn handel niet meer kon drijven. De administratieve afhandeling van de schuld van f 7,20 is een directe getuigenis van het verdwijnen van de Joodse ondernemers uit het straatbeeld als gevolg van de Holocaust. De vage namen in de kantlijn (zoals 'v. Leeuwen' en 'v. Dam') zijn veelvoorkomende namen binnen de toenmalige Joodse gemeenschap van Amsterdam.