Archief 745
Inventaris 745-394
Pagina 87
Dossier 103
Jaar 1942
Stadsarchief

Doorslag van een officiële brief.

17 juli 1942. Van: De waarnemend (wnd.) Directeur van de Amsterdamse Marktdienst. Aan: Den Heer J. Wijnschenk, Ceintuurbaan 290, Amsterdam-Zuid.

Origineel

Doorslag van een officiële brief. 17 juli 1942. De waarnemend (wnd.) Directeur van de Amsterdamse Marktdienst. Den Heer J. Wijnschenk, Ceintuurbaan 290, Amsterdam-Zuid. [Handgeschreven tekst in blauw potlood, linksboven:]
Verzonden 17/7

[Handgeschreven tekst in blauw potlood, rechtsboven:]
Beperking

[Getypt:]
HB.

den Heer J.Wijnschenk,
Ceintuurbaan 290,
Amsterdam-Zuid,
Wijk 22.

103/6342 M. 17 Juli 1942.

Naar aanleiding van Uw brief d.d. 13 Juli j.l., verleen ik U hierbij tot wederopzegging toestemming zich op Uw plaats op de markt Gaaspstraat te laten bijstaan - niet vervangen - door Uw zoon I.Wijnschenk, geboren 16-2-12.

De Directeur,
wnd. Dit document is een administratieve afhandeling van een verzoek van een Joodse marktkoopman, Jacob Wijnschenk. Hij vraagt toestemming om geholpen te worden door zijn zoon, Isaac Wijnschenk. De brief is strikt formeel en benadrukt dat de zoon alleen mag "bijstaan" en niet "vervangen". Dit wijst op de strikte controle die de bezetter en de meewerkende gemeentelijke instanties uitoefenden op Joodse economische activiteiten.

De locatie van de markt, de Gaaspstraat, is cruciaal. Vanaf november 1941 mochten Joodse marktlui in Amsterdam alleen nog staan op specifiek aangewezen markten, waaronder de Gaaspstraatmarkt in de Rivierenbuurt. Deze markten waren uitsluitend bestemd voor Joodse verkopers en Joodse kopers, een maatregel van de bezetter om Joden verder te isoleren van de rest van de bevolking. De datum van de brief, 17 juli 1942, is van groot historisch belang. Slechts twee dagen eerder, op 15 juli 1942, vertrok het eerste transport vanuit doorgangskamp Westerbork naar Auschwitz. Terwijl de bureaucratie van de Marktdienst nog brieven stuurde over wie op welke plek mocht staan, was de massale deportatie van de Joodse bevolking in volle gang.

Gegevens uit het Joods Monument bevestigen de tragiek achter dit document. De in de brief genoemde zoon, Isaac Wijnschenk (geboren op 16 februari 1912), werd kort na deze brief gedeporteerd. Hij is op 31 augustus 1942 in Auschwitz vermoord, nauwelijks zes weken nadat hij deze officiële toestemming kreeg om zijn vader bij te staan. Ook zijn vader, Jacob Wijnschenk, overleefde de Holocaust niet; hij werd in 1943 in Sobibor vermoord. De brief illustreert de schrijnende paradox tussen de alledaagse bureaucratie en de naderende vernietiging van de betrokkenen.

Samenvatting

Dit document is een administratieve afhandeling van een verzoek van een Joodse marktkoopman, Jacob Wijnschenk. Hij vraagt toestemming om geholpen te worden door zijn zoon, Isaac Wijnschenk. De brief is strikt formeel en benadrukt dat de zoon alleen mag "bijstaan" en niet "vervangen". Dit wijst op de strikte controle die de bezetter en de meewerkende gemeentelijke instanties uitoefenden op Joodse economische activiteiten.

De locatie van de markt, de Gaaspstraat, is cruciaal. Vanaf november 1941 mochten Joodse marktlui in Amsterdam alleen nog staan op specifiek aangewezen markten, waaronder de Gaaspstraatmarkt in de Rivierenbuurt. Deze markten waren uitsluitend bestemd voor Joodse verkopers en Joodse kopers, een maatregel van de bezetter om Joden verder te isoleren van de rest van de bevolking.

Historische Context

De datum van de brief, 17 juli 1942, is van groot historisch belang. Slechts twee dagen eerder, op 15 juli 1942, vertrok het eerste transport vanuit doorgangskamp Westerbork naar Auschwitz. Terwijl de bureaucratie van de Marktdienst nog brieven stuurde over wie op welke plek mocht staan, was de massale deportatie van de Joodse bevolking in volle gang.

Gegevens uit het Joods Monument bevestigen de tragiek achter dit document. De in de brief genoemde zoon, Isaac Wijnschenk (geboren op 16 februari 1912), werd kort na deze brief gedeporteerd. Hij is op 31 augustus 1942 in Auschwitz vermoord, nauwelijks zes weken nadat hij deze officiële toestemming kreeg om zijn vader bij te staan. Ook zijn vader, Jacob Wijnschenk, overleefde de Holocaust niet; hij werd in 1943 in Sobibor vermoord. De brief illustreert de schrijnende paradox tussen de alledaagse bureaucratie en de naderende vernietiging van de betrokkenen.

Gerelateerde Documenten 6