Archief 745
Inventaris 745-397
Pagina 415
Dossier 100
Jaar 1943
Stadsarchief

Brief (pagina 3 van een waarschijnlijk langere correspondentie).

Van: N. van Dijk Poepjes.

Origineel

Brief (pagina 3 van een waarschijnlijk langere correspondentie). N. van Dijk Poepjes. 3

bij hem gekocht Zij zegt waarmoet dat
heen als ik altijd zoo duur moet koopen
en nooit een keertje anders Zaterdag na-
middag was er een hoogloopende ruzie
De groenteman wilde een vrouw te lijf
gaan Hij zou haar slaan hij raakte nog
haar kin Hij is die vrouw dreigend en
schreeuwend nageloopen tot aan haar
woning zijn zoon haalde hem terug
Die vrouw stond om 8 uur al in de
rij en had ’s avonds om 5 uur nog niets
Die groentekoopman en ook zijn zoon
zijn heelemaal ongeschikt voor een zaak
Ze hebben heete hoofden en opstuivende
karakters Ik begrijp niet waarom die
recheseur zoon hooge dag van hem had
En niet de zaak van twee kanten bezien
Bij ons is de boter altijd gauw op en dan
de kale aardappels Mijn jongen vraagt
mij ook om wat groente Gaarne zou
ik willen of u edele iets voor mij kon doen
in deze zaak. N van Dijk Poepjes
Mijn adres is thans nog Zeedijk 51 I
en later koestraat 21 I
De Beste Groeten In dit document doet de afzender, N. van Dijk Poepjes, beklag over het gedrag van een plaatselijke groentekoopman en diens zoon. De kern van de klacht is een incident op een zaterdagmiddag waarbij de groenteman een vrouwelijke klant fysiek aanviel ("te lijf gaan") en haar aan de kin raakte nadat zij klaagde over de hoge prijzen. De man zou de vrouw zelfs schreeuwend achterna zijn gelopen tot aan haar huis.

De schrijver benadrukt de ongeschiktheid van de koopman vanwege zijn agressieve karakter ("heete hoofden"). Verder wordt er melding gemaakt van grote schaarste en slechte distributie: een vrouw stond negen uur in de rij zonder iets te kunnen kopen. De afzender uit ook kritiek op een "recheseur" (waarschijnlijk een rechercheur of inspecteur) die partij zou hebben gekozen voor de winkelier zonder wederhoor toe te passen. De brief eindigt met een persoonlijk verzoek om hulp aan "u edele", omdat het gezin van de schrijver kampt met tekorten aan boter en groenten. De brief schetst een levendig beeld van de sociale spanningen in een Amsterdamse volksbuurt (Zeedijk/Koestraat). De context wijst op een periode van schaarste en hoge prijzen voor basisbehoeften zoals boter en groenten, wat vaak voorkwam tijdens de Eerste Wereldoorlog (hoewel Nederland neutraal was, heerste er grote schaarste en rantsoenering).

De adressen Zeedijk 51 en Koestraat 21 waren destijds typische volksgebouwen; de toevoeging "I" achter het huisnummer duidt op de eerste verdieping. Het taalgebruik is doorspekt met fonetische spelling (zoals "recheseur") en de formele aanspreekvorm "u edele" suggereert dat de brief is gericht aan een autoriteitsfiguur, zoals een politiecommissaris, een wethouder of een lid van een distributiecommissie, in de hoop op bemiddeling of een betere toewijzing van goederen. De achternaam "Poepjes" is een authentieke Nederlandse familienaam die destijds vaker voorkwam in Amsterdam en Friesland.

Samenvatting

In dit document doet de afzender, N. van Dijk Poepjes, beklag over het gedrag van een plaatselijke groentekoopman en diens zoon. De kern van de klacht is een incident op een zaterdagmiddag waarbij de groenteman een vrouwelijke klant fysiek aanviel ("te lijf gaan") en haar aan de kin raakte nadat zij klaagde over de hoge prijzen. De man zou de vrouw zelfs schreeuwend achterna zijn gelopen tot aan haar huis.

De schrijver benadrukt de ongeschiktheid van de koopman vanwege zijn agressieve karakter ("heete hoofden"). Verder wordt er melding gemaakt van grote schaarste en slechte distributie: een vrouw stond negen uur in de rij zonder iets te kunnen kopen. De afzender uit ook kritiek op een "recheseur" (waarschijnlijk een rechercheur of inspecteur) die partij zou hebben gekozen voor de winkelier zonder wederhoor toe te passen. De brief eindigt met een persoonlijk verzoek om hulp aan "u edele", omdat het gezin van de schrijver kampt met tekorten aan boter en groenten.

Historische Context

De brief schetst een levendig beeld van de sociale spanningen in een Amsterdamse volksbuurt (Zeedijk/Koestraat). De context wijst op een periode van schaarste en hoge prijzen voor basisbehoeften zoals boter en groenten, wat vaak voorkwam tijdens de Eerste Wereldoorlog (hoewel Nederland neutraal was, heerste er grote schaarste en rantsoenering).

De adressen Zeedijk 51 en Koestraat 21 waren destijds typische volksgebouwen; de toevoeging "I" achter het huisnummer duidt op de eerste verdieping. Het taalgebruik is doorspekt met fonetische spelling (zoals "recheseur") en de formele aanspreekvorm "u edele" suggereert dat de brief is gericht aan een autoriteitsfiguur, zoals een politiecommissaris, een wethouder of een lid van een distributiecommissie, in de hoop op bemiddeling of een betere toewijzing van goederen. De achternaam "Poepjes" is een authentieke Nederlandse familienaam die destijds vaker voorkwam in Amsterdam en Friesland.

Locaties

Amsterdam (Zeedijk 51-I Koestraat 21-I).

Gerelateerde Documenten 6