Brief (doorslag of kopie voor het archief).
Origineel
Brief (doorslag of kopie voor het archief). 10 mei 1943. De Directeur (vermoedelijk van de Dienst der Markten te Amsterdam). [Linksboven, getypt:] 20/11/2 M.
[Midden boven, handgeschreven in blauw potlood/inkt:] Verzonden 10/5
[Rechtsboven, getypt:] SV
[Midden, getypt:]
10 Mei 1943.
Mevrouw de Wed. C. Linthorst-Lobbes
2e Nassaustraat 28 III
Amsterdam-West.
wijk 19
Naar aanleiding van Uw brief d.d. 10 April
jl. bericht ik U, dat uit de administratie van
mijn dienst is gebleken, dat U gedurende de laatste
jaren vrij geregeld één losse plaats voor den ver-
koop van textielgoederen heeft ingenomen op de
markten Lindengracht en Noordermarkt alhier.
De Directeur, * Inhoud: Het betreft een officiële bevestiging van de gemeente (waarschijnlijk de Marktwezen-administratie) aan een weduwe. Er wordt bevestigd dat zij in de voorgaande jaren regelmatig een staplaats heeft bezet op de markten van de Lindengracht en de Noordermarkt voor de verkoop van textiel.
* Vorm: De brief is sober en zakelijk opgesteld op dun archiefpapier. De onderstreping van "Amsterdam-West" en de toevoeging van "wijk 19" duiden op een strikte administratieve indeling van de stad.
* Functioneel doel: De geadresseerde had op 10 april 1943 om deze verklaring verzocht. In oorlogstijd waren dergelijke bewijzen van beroepsuitoefening cruciaal voor het behouden van vergunningen, het verkrijgen van distributiebescheiden (zoals textielpunten) of als bewijs van legaal inkomen om tewerkstelling in Duitsland (Arbeitseinsatz) te voorkomen of uit te stellen. Dit document stamt uit het midden van de Tweede Wereldoorlog (mei 1943). De markten in Amsterdam, waaronder de Lindengracht en de Noordermarkt in de Jordaan, bleven tijdens de bezetting functioneren, hoewel het aanbod van goederen — zeker textiel — door schaarste en distributiemaatregelen zeer beperkt was.
Voor kleine handelaren en weduwen zoals mevrouw Linthorst-Lobbes was de marktverkoop vaak de enige bron van inkomsten. De administratieve precisie van de gemeente Amsterdam bleef tijdens de bezettingsjaren grotendeels intact. Het feit dat de brief is geadresseerd aan een "Weduwe" onderstreept de sociaal-economische positie van vrouwen die na het overlijden van hun echtgenoot de handel zelfstandig voortzetten om in hun levensonderhoud te voorzien. C. Linthorst Gemeente Amsterdam Marktwezen