Archief 745
Inventaris 745-401
Pagina 254
Dossier 28
Jaar 1943
Stadsarchief

Archiefdocument

13 september 1943.

Origineel

13 september 1943. MARKTWEZEN AMSTERDAM

Onderwerp:
Het verkoopen en afleveren
van pannekoeken zonder in-
name van distributiebonnen.

RA_P_P_O_R_T_
No. 20/20/9 M. 1943 17/9

Ondergeteekende, J. H. de Grebber, Controleur bij het
Marktwezen, rapporteert U het navolgende;
"Op Maandag, 13 September 1943, bevond ik mij ter contrôle
op de Nieuwmarkt alhier. Door een vrouw werd een standplaats
ingenomen voor den verkoop van pannekoeken. Ik constateerde,
dat deze vrouw pannekoeken aan het publiek verkocht tegen den
prijs van 30 cent, echter zonder inname van de betreffende di-
stributiebonnen. Deze vrouw was genaamd:
Anna Jacoba Ukonings, huisvrouw van J. G. van Raamsdonk. gebo-
ren, 6 Juni 1910, wonende Granidastraat 86, 1e etage alhier.
Nummer en letter van het persoonsbewijs A.35 No.505518."
Waarvan dit rapport te Amsterdam op 13 September 1943.
De Controleur voornoemd,
[handtekening: J.H. de Grebber]

Aan
Den Heer Directeur van het Marktwezen
A L H I E R .

[Handgeschreven aantekeningen in de marge en onderaan:]
Hiervoor moet eventueel
nog strafvoorstel uitgaan

20/20/9 a
14 dagen
= voorstel
With. onbep. tijd
20/20/9 b
a [met krul] Dit document is een officieel proces-verbaal of rapport opgesteld door een controleur van het Amsterdamse Marktwezen tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het beschrijft een economisch delict: het verkopen van pannenkoeken op de Nieuwmarkt zonder de wettelijk verplichte distributiebonnen in te nemen.

De verdachte, Anna Jacoba Ukonings, wordt met volledige personalia en persoonsbewijsnummer vermeld. De handgeschreven notities onderaan het document lijken latere administratieve toevoegingen te zijn betreffende de strafmaat. Er wordt gesproken over een voorstel van "14 dagen" (waarschijnlijk schorsing van de standplaats) of zelfs een intrekking ("With." van withdrawal) voor onbepaalde tijd. Tijdens de Duitse bezetting van Nederland (1940-1945) was er een nijpend tekort aan voedsel en grondstoffen. Om de schaarse middelen zo eerlijk mogelijk te verdelen, was vrijwel alles "op de bon". Het verkopen van voedsel zonder deze distributiebonnen werd beschouwd als illegale handel of zwarte handel, wat streng werd gecontroleerd door instanties zoals het Marktwezen en de Crisiscontroledienst (CCD).

De Nieuwmarkt in Amsterdam was van oudsher een belangrijke marktplaats. In 1943, het jaar van dit rapport, was de situatie in de stad grimmig; de deportaties van de Joodse bevolking uit de omliggende buurt waren grotendeels voltooid en de voedselvoorziening werd steeds moeizamer. Voor een gewone burger kon het bakken en verkopen van pannenkoeken een manier zijn om wat extra inkomen te genereren, maar de administratieve rompslomp en de risico's op boetes of uitsluiting van de markt waren aanzienlijk.

Samenvatting

Dit document is een officieel proces-verbaal of rapport opgesteld door een controleur van het Amsterdamse Marktwezen tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het beschrijft een economisch delict: het verkopen van pannenkoeken op de Nieuwmarkt zonder de wettelijk verplichte distributiebonnen in te nemen.

De verdachte, Anna Jacoba Ukonings, wordt met volledige personalia en persoonsbewijsnummer vermeld. De handgeschreven notities onderaan het document lijken latere administratieve toevoegingen te zijn betreffende de strafmaat. Er wordt gesproken over een voorstel van "14 dagen" (waarschijnlijk schorsing van de standplaats) of zelfs een intrekking ("With." van withdrawal) voor onbepaalde tijd.

Historische Context

Tijdens de Duitse bezetting van Nederland (1940-1945) was er een nijpend tekort aan voedsel en grondstoffen. Om de schaarse middelen zo eerlijk mogelijk te verdelen, was vrijwel alles "op de bon". Het verkopen van voedsel zonder deze distributiebonnen werd beschouwd als illegale handel of zwarte handel, wat streng werd gecontroleerd door instanties zoals het Marktwezen en de Crisiscontroledienst (CCD).

De Nieuwmarkt in Amsterdam was van oudsher een belangrijke marktplaats. In 1943, het jaar van dit rapport, was de situatie in de stad grimmig; de deportaties van de Joodse bevolking uit de omliggende buurt waren grotendeels voltooid en de voedselvoorziening werd steeds moeizamer. Voor een gewone burger kon het bakken en verkopen van pannenkoeken een manier zijn om wat extra inkomen te genereren, maar de administratieve rompslomp en de risico's op boetes of uitsluiting van de markt waren aanzienlijk.

Gerelateerde Documenten 6