Getypte brief op officieel briefpapier.
Origineel
Getypte brief op officieel briefpapier. 11 maart 1943. Den Heer Directeur van het Marktwezen, Jan van Galenstraat, Amsterdam-W. No. 46/33/2 M. 1943 13/3
AMSTERDAM, 11 Maart 1943
KEURINGSDIENST VAN WAREN
KEIZERSGRACHT 732-734 (C.)
TELEFOON 37385
No. 62/23 K.W.
Str./dR.
Den Heer Directeur van het Marktwezen
Jan van Galenstraat
A M S T E R D A M - W.
[Handgeschreven paraaf in rood/blauw]
Zooals ik U op 6 dezer reeds mondeling mededeelde, had ik een gesprek met den Wethouder voor de Levensmiddelen en den Heer Van Meurs over de kwestie der betaling-of-niet van een deel van het werk, dat door mijn keurmeesters aan den Centralen Vischafslag geschiedt.
Mijn standpunt is U bekend: De inspecteur bij het Marktwezen, De Haer en de Commissie voor Visch dringen erop aan, dat steeds een keurmeester de partijen heeft gezien, voor zij de stad ingaan- nog jl. Donderdagmiddag waren zij eenige malen aan de telefoon en vergden met nadruk, dat er een keurmeester zou komen, voordien wilden zij een partij mosselen- een partij die volkomen normaal bleek- niet de stad in laten. Ik heb steeds aan hun aandrang gevolg gegeven, omdat ik de behoefte aan een deskundig oordeel, voor men groote partijen visch de stad in laat gaan, kon billijken. Waar de keuring door mijn Dienst echter in principe slechts door steekproeven geschiedt en mijn staf ook te klein is om alle partijen te keuren, heb ik U voorgesteld de keuring van alle partijen, zooals men vroeg, wèl te blijven doen, maar te beschouwen als te vallen buiten mijn keuringsdiensttaak en dus slechts tegen betaling te laten geschieden. Ik kon mij dan uit die betalingen door bijplaatsing van personeel voor het tijdsverlies schadeloos stellen.
De Wethouder aanvaardt deze figuur slechts in zooverre, dat hij het juist acht, dat de deskundige beslissing tot het al of niet in de stad inlaten van visch bij den Keuringsdienst blijft berusten, maar dat de keuring dan ook als keuringsdiensttaak moet worden beschouwd en dus niet extra moet worden betaald. Het is daarbij aan mij overgelaten of ik mijn personeel alle partijen wil laten keuren, dan wel, bij mijn weinige personeel, ander werk voor wil laten gaan en op den afslag slechts steekproeven wil laten nemen.
Ik zal mij van nu af op het standpunt stellen, dat één keurmeester van mijn Dienst 's-morgens vroeg en op andere tijden, waarop groote aanvoer verwacht wordt, aanwezig zal zijn en zooveel visch keuren als hem mogelijk is. De in het algemeen slechts weinige partijen, die 's-middags of 's-Zondags komen, moeten dan maar ongezien de stad ingaan. Ten slotte bestaat er bij de Commissieleden toch wel zooveel vakkennis, dat zij abnormale waar kunnen onderscheiden en in geval van twijfel kan men per telefoon een keurmeester vragen, die dan ook meestal wel spoedig (binnen twee uur) ter plaatse zal kunnen zijn.
Intusschen bevredigt een dergelijke regeling mij niet en is een strenge keuring, zoowel op de markt als in de stad gewenscht,
Z.O.Z. Deze brief legt een administratief en logistiek conflict bloot tussen de Keuringsdienst van Waren en het Marktwezen in Amsterdam. De kern van het probleem is een tekort aan personeel bij de Keuringsdienst ("mijn staf ook te klein is") tegenover de eis van de marktmeesters dat alle vispartijen gekeurd moeten worden voordat ze de stad in gaan.
De schrijver (de directeur van de Keuringsdienst) stelt een pragmatische oplossing voor: als het Marktwezen 100% controle wil in plaats van de gebruikelijke steekproeven, moeten ze daar extra voor betalen zodat er meer personeel ingehuurd kan worden. De Wethouder voor de Levensmiddelen wijst dit echter af: de controle is een kerntaak en mag niet extra gefactureerd worden.
Als gevolg hiervan besluit de Keuringsdienst de controles te minimaliseren tot de piekuren. Partijen die buiten deze uren binnenkomen (zoals op zondag), worden noodgedwongen ongekeurd de stad binnengelaten, waarbij men vertrouwt op de vakkennis van de commissieleden om bij twijfel alsnog te bellen. De schrijver eindigt met een ontevreden toon, aangezien de voedselveiligheid hierdoor in het geding komt. De brief dateert van maart 1943, midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. In deze periode was er sprake van toenemende voedselschaarste en distributieproblemen.
- Voedselvoorziening: De rol van de "Wethouder voor de Levensmiddelen" was in oorlogstijd cruciaal en vaak politiek beladen (vaak NSB-georiënteerd in die jaren). De zorg om bedorven vis (zoals de genoemde mosselen) was reëel, omdat alternatieve voedselbronnen schaars waren.
- Personeelsschaarste: De brief klaagt over te weinig personeel. Dit kan te maken hebben met de algemene arbeidsinzet (Arbeitseinsatz) waarbij mannen naar Duitsland werden gestuurd, of simpelweg door bezuinigingen in oorlogstijd.
- Locatie: De "Centralen Vischafslag" en de Jan van Galenstraat (waar de Centrale Markthallen gevestigd waren) waren de logistieke knooppunten voor de Amsterdamse voedselvoorziening.
- Bureaucratie: Het document illustreert hoe, ondanks de oorlog, de gemeentelijke bureaucratie en de strijd om budgetten en verantwoordelijkheden tussen verschillende diensten gewoon doorgingen. K.W. Marktwezen NSB