Archief 745
Inventaris 745-409
Pagina 236
Dossier 100
Jaar 1943
Stadsarchief

Getypte brief met handgeschreven aantekeningen.

27 mei 1943. Van: De Directeur (vermoedelijk van een gemeentelijke dienst, gezien de verwijzing naar de Wethouder voor de Levensmiddelen). Aan: Hoofdbureau van Politie (afd. Economische Politie), Marnixstraat 260-264, Amsterdam-Centrum.

Origineel

Getypte brief met handgeschreven aantekeningen. 27 mei 1943. De Directeur (vermoedelijk van een gemeentelijke dienst, gezien de verwijzing naar de Wethouder voor de Levensmiddelen). Hoofdbureau van Politie (afd. Economische Politie), Marnixstraat 260-264, Amsterdam-Centrum. [handgeschreven:] Verzonden 27/5

[linksboven:]
46a/193/3 M.
1

[rechtsboven:]
vD/SV

27 Mei 1943.

Aan het Hoofdbureau van Politie
(afd. Economische Politie),

Marnixstraat 260-264

Amsterdam-Centrum.

In bijlage dezes doe ik U een mij door den heer
Wethouder voor de Levensmiddelen in handen gesteld stuk
toekomen, houdende een klacht over den vischverkoop van den
winkelier Mooyer (Puul), Frederik Hendrikstraat, met ver-
zoek ter zake strengere contrôle te doen uitoefenen.
Daar ik momenteel niet over voldoende personeel
beschik, dat de voor dergelijke onderzoek vereischte
routine heeft, zou ik het zeer op prijs stellen indien U
de behandeling dezer zaak zoudt willen overnemen.

De Directeur, Deze brief is een formeel verzoek van een niet nader genoemde directeur (waarschijnlijk van de Dienst van de Marktwezen of een vergelijkbare gemeentelijke instantie belast met voedselvoorziening) aan de Economische Politie in Amsterdam.

De kern van de brief is een klacht over een vishandelaar genaamd Mooyer (bijgenaamd 'Puul'), gevestigd aan de Frederik Hendrikstraat. De klacht is oorspronkelijk binnengekomen bij de Wethouder voor de Levensmiddelen. De afzender verzoekt de politie om een strengere controle uit te voeren en het onderzoek volledig over te nemen.

Opvallend is de reden die de directeur opgeeft voor het overdragen van de zaak: een gebrek aan personeel met de "vereischte routine" voor dergelijke onderzoeken. Dit kan duiden op een hoge werkdruk bij de gemeentelijke diensten tijdens de oorlogsjaren of een specifiek tekort aan ervaren controleurs die fraude of overtredingen van de distributieregels effectief konden aanpakken. De brief dateert uit mei 1943, een periode midden in de Duitse bezetting van Nederland. De voedselvoorziening was in deze tijd een kritiek en streng gereguleerd proces. De "Wethouder voor de Levensmiddelen" speelde een centrale rol in de distributie en prijsbeheersing binnen de gemeente Amsterdam.

De Economische Politie was tijdens de Tweede Wereldoorlog een gespecialiseerde afdeling van de politie die zich bezighield met het opsporen van economische delicten, zoals handel op de zwarte markt, prijsopdrijving, en overtredingen van de distributievoorschriften. Klachten over winkeliers, zoals in dit document over vishandelaar Mooyer, waren vaak gerelateerd aan het achterhouden van goederen voor de zwarte markt of het verkopen tegen te hoge prijzen.

De Frederik Hendrikstraat in Amsterdam-West was (en is) een levendige winkelstraat. Vishandel Mooyer is een bekende naam in de Amsterdamse vishandel, wat suggereert dat het hier om een gevestigde onderneming ging die onder de loep werd genomen door de autoriteiten. Het document illustreert de bureaucratische afhandeling van toezicht op de schaarse voedselvoorraden in oorlogstijd. Gemeente Amsterdam Hoofdbureau Marktwezen Politie

Samenvatting

Deze brief is een formeel verzoek van een niet nader genoemde directeur (waarschijnlijk van de Dienst van de Marktwezen of een vergelijkbare gemeentelijke instantie belast met voedselvoorziening) aan de Economische Politie in Amsterdam.

De kern van de brief is een klacht over een vishandelaar genaamd Mooyer (bijgenaamd 'Puul'), gevestigd aan de Frederik Hendrikstraat. De klacht is oorspronkelijk binnengekomen bij de Wethouder voor de Levensmiddelen. De afzender verzoekt de politie om een strengere controle uit te voeren en het onderzoek volledig over te nemen.

Opvallend is de reden die de directeur opgeeft voor het overdragen van de zaak: een gebrek aan personeel met de "vereischte routine" voor dergelijke onderzoeken. Dit kan duiden op een hoge werkdruk bij de gemeentelijke diensten tijdens de oorlogsjaren of een specifiek tekort aan ervaren controleurs die fraude of overtredingen van de distributieregels effectief konden aanpakken.

Historische Context

De brief dateert uit mei 1943, een periode midden in de Duitse bezetting van Nederland. De voedselvoorziening was in deze tijd een kritiek en streng gereguleerd proces. De "Wethouder voor de Levensmiddelen" speelde een centrale rol in de distributie en prijsbeheersing binnen de gemeente Amsterdam.

De Economische Politie was tijdens de Tweede Wereldoorlog een gespecialiseerde afdeling van de politie die zich bezighield met het opsporen van economische delicten, zoals handel op de zwarte markt, prijsopdrijving, en overtredingen van de distributievoorschriften. Klachten over winkeliers, zoals in dit document over vishandelaar Mooyer, waren vaak gerelateerd aan het achterhouden van goederen voor de zwarte markt of het verkopen tegen te hoge prijzen.

De Frederik Hendrikstraat in Amsterdam-West was (en is) een levendige winkelstraat. Vishandel Mooyer is een bekende naam in de Amsterdamse vishandel, wat suggereert dat het hier om een gevestigde onderneming ging die onder de loep werd genomen door de autoriteiten. Het document illustreert de bureaucratische afhandeling van toezicht op de schaarse voedselvoorraden in oorlogstijd.

Producten

Kruidenier (Droog): Meel Olie & Techniek: Lood Olie & Techniek: Olie Vis & Zee: Aal Vis & Zee: Vis Vis & Zee: Visch

Thema's

Jodenster/Maatregelen

Organisaties

Gemeente Amsterdam Hoofdbureau Marktwezen Politie

Gerelateerde Documenten 6