Brief (correspondentie)
Origineel
Brief (correspondentie) 31 augustus 1943 A. Huijsmans (namens T. Driest), Eikenweg 8 II, Amsterdam-Oost Gemeentelijk Marktwezen Amsterdam, ter attentie van de heer De Haar No. 466/42/1 AM. 1943 1/9 [rechterbovenhoek:] A. dam, 31 Aug. '43.
Gemeentelijk Marktwezen,
te: Amsterdam. -
Ter attentie van den Heer de Haar,
[In de marge handgeschreven initialen/krabbel in potlood]
Mijnheer,
Op 3 Juli '43 leverde de G.V.A. aan
den vischhandelaar P. Friest alhier, 200 p. spiering. Bij het
nawegen bleek er echter maar 190 p. aanwezig te zijn.
Zeer terecht weigerde de Heer
Friest, voor 200 p. spiering te betalen, en in werkelijkheid
maar 190 p. in gewicht te ontvangen.
Juridisch gesproken ontstaat hierdoor
prijsopdrijving (inmiddels bij de Prijsbeheersching aanhangig gemaakt)
dus zou de Heer Friest bij het accepteeren van de 190 pond
spiering in overtreding zijn.
Als strafmaatregel Uwerzijds heeft
U toen den Heer Friest vier beurten over doen slaan. Der-
halve geef ik U hierbij in overweging den Heer Friest zijn te-
kortgekomen beurten in te laten loopen.
Mocht U zich met het bovenstaande
niet kunnen vereenigen, zoo zou ik gaarne Uw opinie dezer-
zijds willen vernemen, alvorens hoogere instanties om een
officiële enquête bij de G.V.A. te verzoeken,
hoogachtend,
T. Driest,
namens dezen
[stempel:] A. HUIJSMANS ADMINISTRATEUR
[handtekening:] A. Huijsmans
Eikenweg 8, Ⅱ
Amsterdam-Oost.
[Onderaan in rood potlood/inkt:]
Heeft u het gelijksoortige
klacht over bericht v.
wethouder.
[onderstreept:] w
[Rechtsonder in de hoek enkele cijfers en letters, w.o. "46"] * Kern van het conflict: Een vissticker (P. Friest) kreeg van de Gemeentelijke Visafslag (G.V.A.) minder vis geleverd (190 pond) dan op de factuur stond (200 pond). Omdat hij weigerde te betalen voor gewicht dat hij niet ontving, legde het Marktwezen hem een straf op: hij mocht vier handelsbeurten niet meedoen.
* Juridisch argument: De schrijver (Huijsmans) voert aan dat als Friest wel had betaald voor 200 pond terwijl hij er maar 190 kreeg, hij zich schuldig zou hebben gemaakt aan "prijsopdrijving". Dit was tijdens de bezettingsjaren een ernstig economisch delict dat streng werd gecontroleerd door de Rijksbeheersing. Friest handelde dus volgens de wet door de levering te weigeren.
* Doel van de brief: Huijsmans verzoekt namens Driest (waarschijnlijk een advocaat of zakelijk vertegenwoordiger) om de straf ongedaan te maken en Friest de gemiste beurten te laten inhalen.
* Dreigement: Er wordt gedreigd met het inschakelen van "hoogere instanties" voor een officieel onderzoek naar de werkwijze van de G.V.A. als er geen minnelijke schikking komt.
* Kanttekening: De rode aantekening onderaan suggereert dat er soortgelijke klachten bekend waren bij de wethouder, wat duidt op structurele problemen bij de visafslag. Dit document stamt uit augustus 1943, midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. In deze periode was er sprake van grote schaarste en distributie van levensmiddelen.
- Economische controle: De "Prijsbeheersing" was een cruciaal instrument van de bezetter (en de Nederlandse overheid onder toezicht) om de inflatie en de zwarte handel in bedwang te houden. Elke afwijking in prijs of gewicht kon worden uitgelegd als sabotage van het distributiesysteem.
- Bureaucreatie en schaarste: Het feit dat er een officiële briefwisseling ontstaat over 10 pond spiering (een destijds goedkope en algemeen beschikbare vissoort) illustreert hoe gespannen de verhoudingen waren en hoe rigide de administratieve regels werden toegepast.
- G.V.A. en Marktwezen: De visafslag en het marktwezen waren gemeentelijke instellingen die onder grote druk stonden om de voedselvoorziening in de stad te reguleren, terwijl zij tegelijkertijd te maken hadden met tekorten en strenge regelgeving.