Getypte ambtelijke brief.
Origineel
Getypte ambtelijke brief. 25 mei 1943. De Directeur (vermoedelijk van de Dienst der Markten of een gerelateerde Amsterdamse gemeentelijke dienst). De Wethouder voor de Levensmiddelen te Amsterdam. [Linksboven:] 46c/29/ld M.
[Rechtsboven, handgeschreven:] Verzonden 26/5
[Rechtsboven:] RP.
[Rechts:] 25 Mei 1943.
Uitsluiting verdeeling
L. Jansen.
[Rechts:] den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r.
In bijlage dezes heb ik de eer U te doen toekomen een afschrift van een rapport van den chef-marktopzichter De Wolff van mijn dienst, waaruit blijkt, dat L. Jansen, wonende Prinsengracht 8 I alhier, zich heeft schuldig gemaakt aan overtreding van art. 10 van het 2e Uitvoeringsbesluit van het Visscherijbesluit 1941, doordat Jansen voornoemd zijn toewijzing versche aal niet op zijn marktplaats heeft aangevoerd doch deze heeft doen rooken.
In verband met deze overtreding heb ik Jansen voornoemd voorloopig van de verdeeling van visch aan den afslag te dezer stede geschorst.
Ik geef U beleefd in overweging wel te willen bevorderen, dat bij Besluit van den Burgemeester Jansen voornoemd, voor den tijd van 4 maanden van de verdeeling van visch aan den afslag alhier wordt uitgesloten.
x Tevens deel ik U nog mede dat L. Jansen ook is opgenomen in de verdeeling der Volendammers te Volendam. Het is de eenige Amsterdammer, die aldaar een rechtstreeksche toewijzing heeft voor aal, zij het ook dat dit een zeer kleine toewijzing is.
x Indien Jansen te Amsterdam wordt gestraft, kan hij alhier op de markten niet meer verkoopen. Het is daarom noodzakelijk dat een verzoek wordt gericht tot de Nederlandsche Visscherijcentrale, om te bevorderen dat de toewijzing van Jansen te Volendam gedurende zijn straftijd eveneens wordt ingetrokken.
De Directeur,
[Paraaf] * Administratieve discipline: Het document toont de strikte handhaving van distributieregels tijdens de Tweede Wereldoorlog. De handelaar L. Jansen heeft versche aal laten roken in plaats van deze vers op de markt aan te bieden, wat destijds een economisch delict was.
* Bestraffingsketen: De brief beschrijft een trapsgewijze sanctie: eerst een voorlopige schorsing door de directeur, gevolgd door een voordracht aan de wethouder om de burgemeester een formele uitsluiting van vier maanden te laten opleggen.
* Geografische controle: De ambtenaren zijn zeer goed op de hoogte van de activiteiten van de handelaar. Men weet dat hij ook een toewijzing in Volendam heeft en men probeert deze via de 'Nederlandsche Visscherijcentrale' eveneens stop te zetten, zodat de straf niet ontloopen kan worden.
* Taalgebruik: Het taalgebruik is uiterst formeel en ambtelijk ("heb ik de eer U te doen toekomen", "geef U beleefd in overweging"), typerend voor de bureaucratie van die tijd. Dit document stamt uit mei 1943, een periode van diepe bezetting waarin de voedselschaarste in Nederland steeds nijpender werd. De handel in levensmiddelen was onderworpen aan een woud van regels (zoals het Visscherijbesluit 1941) om de zwarte markt tegen te gaan en de officiële distributie onder controle te houden.
Het feit dat Jansen de aal liet roken, suggereert dat hij het product wilde conserveren voor verkoop op een later moment of via kanalen die meer winst opleverden dan de streng gereguleerde markt. Voor de autoriteiten was dit een ernstige ondermijning van de voedselvoorziening. De brief illustreert hoe de gemeentelijke overheid in Amsterdam nauw samenwerkte met landelijke instanties (de Visscherijcentrale) om de controle over de schaarse middelen totaal te maken.