Archief 745
Inventaris 745-416
Pagina 224
Dossier 76
Jaar 1943
Stadsarchief

Handgeschreven ambtelijke notitie/brief.

19 maart 1943.

Origineel

Handgeschreven ambtelijke notitie/brief. 19 maart 1943. Vischregeling. A’dam, 19/3 1943
W.H.M. [onleesbaar] Insp.

Onder terugzending
van het met Uw handt.
brief dd. 17 dezer om ad-
vies ontvangen stuk No.
221 L.M. 1943 heb ik de eer
U te berichten, dat de
overlast van de winkeliers
in de J. Evertsenstr. door
de vischregeling wordt ver-
oorzaakt, doordat het
publiek zich soms (speciaal
bij regenachtig weer) onder
de ~~boven de~~ in deze
straat boven de winkels
bevindende luifel op-
stelt. Het trottoir
ter plaatse is evenwel vol-
doende breed, dat Dit document is een ambtelijke reactie op een klacht over overlast in de Jan Evertsenstraat in Amsterdam. De winkeliers in deze straat ondervinden hinder van het publiek dat moet wachten vanwege de ‘vischregeling’. De schrijver stelt vast dat de overlast vooral ontstaat wanneer het regent; mensen schuilen dan onder de luifels van de winkels terwijl ze op hun beurt wachten. Opvallend is de observatie dat het trottoir ter plaatse breed genoeg is, wat impliceert dat de drukte fysiek gezien de doorgang niet hoeft te blokkeren, maar dat het gedrag van het publiek (het schuilen) de bron van irritatie is. Het taalgebruik is uiterst formeel ("heb ik de eer U te berichten"). Het document is geschreven tijdens de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. In 1943 was de voedselschaarste groot en waren bijna alle levensmiddelen, inclusief vis, onderworpen aan strikte distributieregels (de ‘regeling’). Dit leidde tot lange wachtrijen voor winkels, wat in drukke winkelstraten zoals de Jan Evertsenstraat in Amsterdam-West regelmatig tot logistieke problemen en klachten van buurtbewoners of ondernemers leidde. De afkorting ‘L.M.’ in het kenmerk zou kunnen verwijzen naar de ‘Luchtbeschermingsdienst’ of een specifieke afdeling van de Gemeentepolitie of het distributiekantoor.

Samenvatting

Dit document is een ambtelijke reactie op een klacht over overlast in de Jan Evertsenstraat in Amsterdam. De winkeliers in deze straat ondervinden hinder van het publiek dat moet wachten vanwege de ‘vischregeling’. De schrijver stelt vast dat de overlast vooral ontstaat wanneer het regent; mensen schuilen dan onder de luifels van de winkels terwijl ze op hun beurt wachten. Opvallend is de observatie dat het trottoir ter plaatse breed genoeg is, wat impliceert dat de drukte fysiek gezien de doorgang niet hoeft te blokkeren, maar dat het gedrag van het publiek (het schuilen) de bron van irritatie is. Het taalgebruik is uiterst formeel ("heb ik de eer U te berichten").

Historische Context

Het document is geschreven tijdens de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. In 1943 was de voedselschaarste groot en waren bijna alle levensmiddelen, inclusief vis, onderworpen aan strikte distributieregels (de ‘regeling’). Dit leidde tot lange wachtrijen voor winkels, wat in drukke winkelstraten zoals de Jan Evertsenstraat in Amsterdam-West regelmatig tot logistieke problemen en klachten van buurtbewoners of ondernemers leidde. De afkorting ‘L.M.’ in het kenmerk zou kunnen verwijzen naar de ‘Luchtbeschermingsdienst’ of een specifieke afdeling van de Gemeentepolitie of het distributiekantoor.

Locaties

Amsterdam (A’dam).

Gerelateerde Documenten 6