Brief van de Inspectie voor de Prijsbeheersching.
Origineel
Brief van de Inspectie voor de Prijsbeheersching. 26 mei 1943. Inspectie voor de Prijsbeheersching, Amsterdam (Emmastraat 35). Directie der Centrale Markt, Jan van Galenstraat, Amsterdam. INSPECTIE VOOR DE PRIJSBEHEERSCHING
AMSTERDAM
AMSTERDAM Z., 26 Mei 1943
EMMASTRAAT 35
TELEFOON 21433
POSTGIRO 408874
No. 4722
Dict. : Bs/JK.
Dossier no. 23.120
Gelieve in Uw antwoord: nummer, datum en dossiernummer volledig te vermelden
Betreft :
Uw schrijven van :
Bijlagen :
No. 77/1/8M. 1943 29/5
Op 26 September a.p. zond ik U o.m. een tuchtbeschikking contra L.A. Stabij te Badhoevedorp, met verzoek diens straf van sluiting voor 1 jaar aan te plakken.
Ik kan U thans mededeelen, dat deze straf in Hooger Beroep verzwaard werd tot 2 jaar, hetgeen U wel op het aanplakbiljet zult willen doen wijzigen.
De in deze tuchtbeschikking bevolen verbeurdverklaring van de bedrijfsmiddelen werd evenwel opgeheven, zoodat deze aan den Heer Stabij kunnen worden teruggegeven, echter eerst na het vervullen van de twee jaar sluiting.
DE INSPECTEUR VOOR
DE PRIJSBEHEERSCHING.
voor dezen:
[Handtekening]
Aan de Directie der Centrale Markt,
Jan van Galenstraat,
Amsterdam.
207 Asd - 12 - 42 [Cirkel-stempel: A] 3 998 - K 983
[Handgeschreven aantekeningen links:]
dage[..]
[Paraaf] 1/7
[Paraaf in cirkel]
[Handgeschreven rechtsboven:]
[onleesbaar]
[Rechtsonder:]
77 Dit document is een officiële mededeling betreffende de uitvoering van een economische strafmaatregel tijdens de Duitse bezetting. De kern van de zaak is de tuchtbeschikking tegen L.A. Stabij, een ondernemer uit Badhoevedorp.
Uit de tekst blijkt dat:
1. Strafverzwaring: De oorspronkelijke straf van één jaar bedrijfssluiting is na hoger beroep verdubbeld naar twee jaar. De Directie van de Centrale Markt wordt verzocht dit aan te passen op het "aanplakbiljet", waarmee de straf publiekelijk bekend werd gemaakt.
2. Gedeeltelijke gratie/wijziging: Hoewel de sluitingstermijn is verlengd, is de "verbeurdverklaring van de bedrijfsmiddelen" opgeheven. Dit betekent dat de ondernemer zijn apparatuur of voorraad terugkrijgt, maar pas nadat de volledige sluitingsperiode van twee jaar is verstreken. Dit suggereert een vorm van juridische afweging waarbij de directe economische uitschakeling (sluiting) belangrijker werd geacht dan het permanent ontnemen van de bezittingen. De Inspectie voor de Prijsbeheersching speelde een cruciale rol in de Nederlandse oorlogseconomie. Tijdens de bezetting (1940-1945) stelden de autoriteiten strikte prijsvoorschriften en distributieregels vast om inflatie en de zwarte handel te bestrijden, maar ook om de Nederlandse middelen efficiënt naar Duitsland te kunnen sluizen.
Ondernemers die zich niet aan de vastgestelde prijzen hielden of buiten het officiële distributiesysteem om handelden, kregen te maken met de Prijsinspectie. De straffen waren zwaar en werden uitgevoerd via het tuchtrecht. Een bedrijfssluiting van één of twee jaar betekende in die tijd vaak het faillissement van een onderneming. De Centrale Markt in Amsterdam was de spil in de voedselvoorziening van de stad; het feit dat zij de aanplakbiljetten moesten aanpassen, toont aan dat zij dienden als instrument voor de handhaving en als waarschuwing voor andere handelaren. De bureaucratische toon van het document contrasteert scherp met de vaak verwoestende impact van dergelijke beslissingen op de betrokken individuen.