Officiële brief/kennisgeving van de Gemeente Amsterdam.
Origineel
Officiële brief/kennisgeving van de Gemeente Amsterdam. 17 december 1943. De Burgemeester van Amsterdam (E.J. Voûte) en de Gemeentesecretaris (J.F. Franken). No. 77/15/5 M. 1943 20/12 [stempel/handgeschreven]
47/5 '43
Beëindiging straf.
[Handgeschreven rechtsboven:]
Marktu.
Bedrijfschef [doorgestreept]
17 December 1943.
[paraf]
Hierdoor deel ik U mede, dat ik besloten heb, dat U m.i.v. 1 Januari 1944 wederom toegelaten kunt worden tot de Centrale Markt.
U dient zich er evenwel rekenschap van te geven, dat, indien U zich opnieuw op deze markt aan een strafbaar feit schuldig maakt, U definitief van de markt verwijderd zult worden.
vM
[Handgeschreven linksonder:]
[onleesbare naam/paraf]
a
[paraf]
[omcirkeld:] Acc [paraf] 28/12 '43
De Burgemeester van Amsterdam,
(get) Voûte
de Gemeentesecretaris,
(get.) J. F. FRANKEN
[Rechtsonder handgeschreven:] 77 * Inhoud: De brief informeert een (niet bij naam genoemde) persoon dat een eerder opgelegd verbod om de Centrale Markt in Amsterdam te betreden, wordt opgeheven per 1 januari 1944. Er wordt echter een scherpe waarschuwing gegeven: bij een volgend strafbaar feit volgt permanente verwijdering.
* Autoriteit: De brief is opgesteld namens de burgemeester en de gemeentesecretaris. De namen Edward Voûte en J.F. Franken zijn cruciaal voor de datering en politieke context.
* Administratieve sporen: De verschillende nummers (No. 77/15/5), data en parafen onderaan en bovenaan de brief wijzen op een strikte bureaucratische afhandeling binnen het gemeentelijk apparaat. De handgeschreven aantekening "Marktu. Bedrijfschef" suggereert dat dit exemplaar bedoeld was voor de administratie van de marktbeheerder. * Tweede Wereldoorlog: De datum (december 1943) plaatst dit document midden in de Duitse bezetting van Nederland.
* Edward Voûte: Edward Voûte was de regeringscommissaris-burgemeester van Amsterdam tijdens de bezetting, aangesteld door de Duitsers in 1941. Zijn bestuur werkte nauw samen met de bezetter.
* De Centrale Markt: De Centrale Markthal in Amsterdam was tijdens de oorlog het zenuwcentrum voor de voedselvoorziening. Vanwege de schaarste en distributieregels waren de controles streng. Straffen werden vaak opgelegd voor zaken als zwarthandel, diefstal of het overtreden van distributievoorschriften. Dit document illustreert hoe de lokale overheid toezicht hield op de handelaren en burgers die de markt bezochten en hoe disciplinaire maatregelen administratief werden vastgelegd en gecommuniceerd.