Getypte brief op officieel briefpapier van de Gemeente Amsterdam.
Origineel
Getypte brief op officieel briefpapier van de Gemeente Amsterdam. 1 juni 1943. H. de Wilde, Leider van het Bureau tot Bestrijding van Maatschappelijke Misstanden. De Directeur van het Marktwezen, Amsterdam. No. 77/17/5 M. 1943 2/6
[Stempel/Logo Gemeente Amsterdam]
Gemeente Amsterdam
Raadhuis, O.Z. Voorburgwal
[Handgeschreven aantekeningen bovenaan:]
opl.
beheer tot
kan weer C.M.
wordt toegestaan
Sid [?]
Telefoon 43130, 43321
Men wordt verzocht, bij het antwoord nauwkeurig den datum, het nummer en de afdeeling van dezen brief te vermelden
Aan den Heer Directeur van het Marktwezen,
Jan van Galenstraat 14
A m s t e r d a m . -
Afd. M.M. No. 680
Bijlagen
Uw brief:
Datum: 1 Juni 1943
Onderwerp:
Naar aanleiding van Uw verzoek aan den Heer Garthoff om inlichtingen over het gezin A.Roeberse, Jac.van Lennepstraat 120 hs. werd mij het volgende gerapporteerd:
Het gezin Roeberse bestaande uit man, vrouw en 6 kinderen van 18- 16-, 15-, 8-, 5- en 3 1/2 jaar; arm, maar knap. De man, die slechts in staat is om licht werk te doen, heeft geen vaste verdiensten. Met los werk verdient hij gemiddeld f 18.- per week. De 18 jarige dochter verdient f 9.- per week, en de 16 jarige zoon f 12.50, terwijl de 15 jarige zoon Dirk werkzaam is bij de Firma Molewijk, groentehandelaar, hetgeen U bekend is. De door dezen jongen weggenomen planken moesten dienen om een hokje te timmeren. De moeder was zeer ontsteld, toen zij dit vernam.
M.i. is er aanleiding U te adviseeren dit geval mild te beoordeelen.
EvE.
De Leider van het Bureau tot Bestrijding van Maatschappelijke Misstanden,
[Handtekening: H. de Wilde]
H. de Wilde.
[Linksonder handgeschreven in rood:] f.
Model G.A. 5
Stadsdrukkerij Amsterdam
6623-3-43-5000
[Rechtsonder handgeschreven:] 77 Deze brief is een sociaal rapport betreffende het gezin Roeberse, wonende in de Amsterdamse Kinkerbuurt. De aanleiding is een diefstal gepleegd door de 15-jarige zoon Dirk, die planken had ontvreemd om "een hokje te timmeren". Het Bureau tot Bestrijding van Maatschappelijke Misstanden (BMM) is gevraagd om de achtergrond van het gezin te onderzoeken.
De brief geeft een gedetailleerd inzicht in de precaire financiële huishouding van een groot arbeidersgezin (8 personen) tijdens de oorlogsjaren. Het totale gezinsinkomen bedraagt ongeveer 39,50 gulden per week, verdiend door de vader en de twee oudste kinderen. De kwalificatie "arm, maar knap" is veelzeggend voor de tijd; het betekent dat het gezin weliswaar armlastig is, maar er toch verzorgd en 'netjes' uitziet. Opvallend is het milde advies van de afdelingsleider: hij pleit voor clementie, mede omdat de diefstal voortkwam uit een onschuldige timmerwens en de moeder zichtbaar aangeslagen was door de misstap van haar zoon. De brief dateert uit juni 1943, midden in de Duitse bezetting van Nederland. In Amsterdam heerste in deze periode grote schaarste aan vrijwel alles, inclusief bouwmaterialen en hout. Het "Bureau tot Bestrijding van Maatschappelijke Misstanden" was een gemeentelijke instantie die toezicht hield op de sociale hygiëne en het gedrag van burgers, vaak met een focus op 'asociale' gezinnen.
In de context van de bezettingstijd is dit document een voorbeeld van de 'kleine geschiedenis': de dagelijkse strijd om het bestaan. Terwijl de grote wereldgebeurtenissen zich voltrokken, hielden de gemeentelijke diensten zich bezig met zaken als kleine diefstal door minderjarigen. De Jan van Galenstraat, waar de ontvanger (Marktwezen) was gevestigd, was de locatie van de Centrale Markthallen, een plek waar logischerwijs veel toezicht nodig was op goederenstromen. De milde toon van de brief suggereert dat men probeerde de sociale vrede te bewaren in een reeds zwaar beproefde stad.