Archief 745
Inventaris 745-417
Pagina 355
Dossier 28
Jaar 1943
Stadsarchief

Officieel afschrift van een besluit van het College van Burgemeester en Wethouders van Amsterdam.

Dossier: 168, 85/3/2

Origineel

Officieel afschrift van een besluit van het College van Burgemeester en Wethouders van Amsterdam. [Linksboven, handgeschreven:] No. 85/3/2 M. 1943 26/2
[Middenboven:] Afschrift
[Linksboven:] No. 168 L. M. 1933
[Rechtsboven, handgeschreven paraaf en een paars stempel/teken]

[Afbeelding van het wapen van Amsterdam]

De BURGEMEESTER EN WETHOUDERS VAN AMSTERDAM,

Gezien het schrijven van den Directeur van het Marktwezen dd. 13 Februari 1943, no. 85/6/1 M. houdende mededeeling dat door S. Abram geen gebruik meer wordt gemaakt van de hem bij beschikking dd. 29 November 1938, no. 811 L.M. verleende vergunning om op een anderen dan voor de markt bestemden tijd kramen op te zetten of te hebben op de markten Zwanenburg-wal, Uilenburg, Nieuwmarkt en het Waterlooplein;

Heeft goedgevonden bovenaangehaalde vergunning hierbij in te trekken.

GM

Amsterdam, 24 Februari 1943.
De Burgemeester voornoemd,

(get.) Voûte

De Gemeentesecretaris,

(get.) J. F. FRANKEN [in paars stempel]

[Linksonder, handgeschreven:]
aanget.
2/3-43
[onleesbare paraaf] Dit document is een administratieve afwikkeling van het intrekken van een marktvergunning. De vergunning was in 1938 verleend aan een zekere S. Abram. Deze vergunning gaf hem het recht om buiten de reguliere markttijden kramen te plaatsen op vier specifieke locaties: de Zwanenburgwal, Uilenburg, de Nieuwmarkt en het Waterlooplein.

De reden voor intrekking die in het document wordt opgegeven, is dat de betrokkene "geen gebruik meer maakt" van de vergunning. Het besluit is ondertekend (in afschrift) door Edward Voûte. Hoewel de tekst neutraal-ambtelijk is, wijzen de namen van de markten en de datum op een gitzwarte historische realiteit. Dit document stamt uit februari 1943, midden in de Duitse bezetting van Nederland. De context is essentieel voor het begrijpen van de werkelijke reden achter dit besluit:

  1. De Jodenvervolging: De genoemde markten (Waterlooplein, Uilenburg, Nieuwmarkt) vormden het hart van de Amsterdamse Jodenbuurt. De naam "S. Abram" duidt zeer waarschijnlijk op een Joodse koopman.
  2. Systematische uitsluiting: Vanaf 1941 werden Joodse marktkooplieden steeds verder beperkt in hun handel. In 1943 was de grootschalige deportatie van de Joodse bevolking uit Amsterdam naar de concentratie- en vernietigingskampen in volle gang.
  3. Edward Voûte: Voûte was de door de bezetter aangestelde regeringscommissaris (burgemeester) van Amsterdam. Hij werkte nauw samen met de Duitsers bij de registratie en uitsluiting van Joodse burgers.
  4. Betekenis van de intrekking: De formele mededeling dat de heer Abram "geen gebruik meer maakt" van zijn vergunning is wrang; in deze periode was het voor Joodse Amsterdammers vaak feitelijk onmogelijk geworden hun beroep uit te oefenen omdat zij waren weggevoerd, ondergedoken zaten, of hun bezittingen waren geconfisqueerd (geliekschakeling/Arisering). Dit document is een voorbeeld van de bureaucratische "administratieve zuivering" die gepaard ging met de Holocaust. J.F. Franken S. Abram Marktwezen

Samenvatting

Dit document is een administratieve afwikkeling van het intrekken van een marktvergunning. De vergunning was in 1938 verleend aan een zekere S. Abram. Deze vergunning gaf hem het recht om buiten de reguliere markttijden kramen te plaatsen op vier specifieke locaties: de Zwanenburgwal, Uilenburg, de Nieuwmarkt en het Waterlooplein.

De reden voor intrekking die in het document wordt opgegeven, is dat de betrokkene "geen gebruik meer maakt" van de vergunning. Het besluit is ondertekend (in afschrift) door Edward Voûte. Hoewel de tekst neutraal-ambtelijk is, wijzen de namen van de markten en de datum op een gitzwarte historische realiteit.

Historische Context

Dit document stamt uit februari 1943, midden in de Duitse bezetting van Nederland. De context is essentieel voor het begrijpen van de werkelijke reden achter dit besluit:

  1. De Jodenvervolging: De genoemde markten (Waterlooplein, Uilenburg, Nieuwmarkt) vormden het hart van de Amsterdamse Jodenbuurt. De naam "S. Abram" duidt zeer waarschijnlijk op een Joodse koopman.
  2. Systematische uitsluiting: Vanaf 1941 werden Joodse marktkooplieden steeds verder beperkt in hun handel. In 1943 was de grootschalige deportatie van de Joodse bevolking uit Amsterdam naar de concentratie- en vernietigingskampen in volle gang.
  3. Edward Voûte: Voûte was de door de bezetter aangestelde regeringscommissaris (burgemeester) van Amsterdam. Hij werkte nauw samen met de Duitsers bij de registratie en uitsluiting van Joodse burgers.
  4. Betekenis van de intrekking: De formele mededeling dat de heer Abram "geen gebruik meer maakt" van zijn vergunning is wrang; in deze periode was het voor Joodse Amsterdammers vaak feitelijk onmogelijk geworden hun beroep uit te oefenen omdat zij waren weggevoerd, ondergedoken zaten, of hun bezittingen waren geconfisqueerd (geliekschakeling/Arisering). Dit document is een voorbeeld van de bureaucratische "administratieve zuivering" die gepaard ging met de Holocaust.

Genoemde Personen 2

Locaties

Nieuwmarkt Waterlooplein

Producten

Vis & Zee: Aal Vis & Zee: Vis Vleeswaren: Hart Vleeswaren: Vlees

Thema's

Jodenster/Maatregelen

Organisaties

Marktwezen

Gerelateerde Documenten 5