Ambtsbericht / Inspectierapport
Origineel
Ambtsbericht / Inspectierapport Omstreeks eind 1944 (referentie naar oktober 1944 en de stagnatie) Dienst van het Marktwezen
te
Amsterdam.
R A P P O R T.
In opdracht van den Heer Directeur, is door mij, controleur Boon een onderzoek ingesteld, betreffende een schrijven No 622-L-M.1944.
Uit ~~het door mij ingestelde onderzoek~~ [handgeschreven:] hierbij is mij het volgende gebleken.
De zaak van Hoed, Dapperplein 16, is sinds October 1943 eigendom van J.J. van der Berg, oud 35 jaar, handelaar in aardappelen en wonende Amstelkade 166/1 te Amsterdam.
Van der Berg verklaarde het navolgende:
"De omzet van mijn zaak was, toen er nog 4 kg aardappelen per week per hoofd werd verstrekt, ongeveer 500 H.L. per week. [Handgeschreven in de kantlijn:] Behalve mijn vaste klanten ~~Buiten mijn vaste klanten~~ ~~om~~, bedien ik verschillende instellingen o.a. Diaconessen-Ziekenhuis op de Koninginneweg, een Rusthuis op de Nw. Heerengracht, een pension op de P.H. Kade, en nog eenige andere instellingen. Van deze inrichtingen ontvang ik een toewijzing, waarna ik hen met aardappelen moet bevoorraden. Dit geschiedt dan vanuit mijn zaak Dapperplein en wordt per driewieler of andere transportmogelijkheid naar genoemde instellingen vervoerd. Bij een bestelling van 10 K.G. of meer worden de aardappelen door mijn personeel thuisbezorgd. Voor het thuisbezorgen mogen wij 1 ct. per K.G. extra berekenen. Het is uitgesloten, dat ingeval ik aardappelen heb, er menschen zouden zijn, die bij mij geen aardappelen op hun bonnen zouden kunnen koopen, uitgezonderd een paar bonnen waarvan later bekend is gemaakt, dat zij by daarvoor aangewezen kleinhandelaren konden worden gehonoreerd. Ik kan U nog mededeelen, dat mijn vaste klanten voorgaan ingeval ik weinig aardappelen heb. Het is ook meerdere malen gebeurd, dat ik in mijn zaak geen aardappelen had, vanwege de transportmoeilijkheid."
Bij informatie bij de V.B.N.A. werd mij medegedeeld, dat J.J. van der Berg, voorheen Hoed, Dapperplein 16 een omzet van ongeveer 500 H.L. per week had, (toen er 4 Kg per persoon per week werd verstrekt) gezien de door hem ingeleverde bonnen en toewijzingen. Op 't oogenblik is zijn omzet ongeveer 100 H.L. per week, in verband met zijn nieuwe toewijzing.
Door mij zijn nog eenige personen gehoord, die mij verklaarde bij van der Berg nimmer aardappelen zonder bon te hebben kunnen koopen.
Daarna heb ik rapporteur geprobeerd de persoon op te sporen die in het schrijven wordt betiteld met den naam van Teun Dappe steun. [Handgeschreven:] Bij ons in de registers op het kaartenkantoor is geen persoon te vinden, die zoo genaamd is of deze naam nabij komt. Wel is door mij gehoord de kleinhandelaar in aardappelen en groente J.L. Thiry, zaak drijvende Dapperstraat 7 alhier. Thiry verklaarde mij ~~rapporteur~~, dat hij aan al zijn klanten aardappelen op hun bonnen verkoopt, doch tijdens de stagnatie die begin October 1944 plaats heeft gehad, de mogelijkheid heeft bestaan, dat hij geen aardappelen of groente had. [Handgeschreven kantlijn:] 1 dec. M. / +, welke zaak dicht bij de Mauritskade is gevestigd.
Het is mij rapporteur niet mogelijk om den persoon, die met den naam van ~~Dapper Teun~~ [handgeschreven:] van Teun Dapper wordt vermeld, op te sporen, temeer daar de schrijfster den brief haar naam en adres niet vermeld heeft, en ik haar omtrent deze zaak niet nader kan verhooren.
Zij nog vermeld, dat bij informatie bij Centraal Belang —— Dit rapport is een verslag van een officieel onderzoek naar aanleiding van een anonieme klacht over de aardappelvoorziening bij een handelaar op het Dapperplein in Amsterdam. De kern van het onderzoek draait om de vraag of de handelaar (J.J. van der Berg) zich houdt aan de distributieregels en of er sprake is van onregelmatigheden (zoals verkoop buiten de bonnen om).
De handelaar verweert zich door te wijzen op de schaarste, transportproblemen en zijn verplichtingen aan zorginstellingen (ziekenhuizen en rusthuizen). De controleur verifieert de cijfers bij de V.B.N.A. (Vereniging van Belangen van Nederlandsche Aardappelhandelaren) en onderzoekt of de in de klacht genoemde getuige ("Teun Dapper") bestaat. Dit blijkt niet het geval te zijn, wat de geloofwaardigheid van de klacht ondermijnt.
De handgeschreven wijzigingen laten zien dat het rapport kritisch werd nagelezen en gecorrigeerd voor verzending of archivering, waarbij details over de locatie (nabij de Mauritskade) werden toegevoegd. Het document dateert uit de late herfst van 1944, een periode die in West-Nederland gemarkeerd werd door extreme voedselschaarste en het begin van de Hongerwinter. De Duitse bezetter had de controle over de voedseldistributie verscherpt.
Aardappelen waren een cruciaal volksvoedsel, maar door de spoorwegstaking (september 1944) en de blokkades van de bezetter raakte de aanvoer naar steden als Amsterdam gestagneerd. De "stagnatie van begin oktober 1944" waar in het document naar verwezen wordt, is hier een direct gevolg van. In deze tijd tierde de zwarte handel welig, maar waren ook veel burgers wantrouwig jegens winkeliers, wat leidde tot (soms valse of anonieme) beschuldigingen en klachten zoals behandeld in dit rapport. De "Dienst van het Marktwezen" had de zware taak om in deze chaos de orde en de eerlijke verdeling via het bonnensysteem te handhaven.