Proces-verbaal / Ambtelijk verslag van het Marktwezen.
Origineel
Proces-verbaal / Ambtelijk verslag van het Marktwezen. 21 november 1944. J. van der Smits handelde voor eigen rekening; zijn tuin is 150 roe groot. Hij verklaarde te weten, dat hij op deze manier niet mag handelen, maar dat de prijzen op de veiling zoo hoog waren, dat hij op deze manier tracht wat te verdienen. Hij verkocht de andijvie voor f.1,-- - f.1,50 per kist. Gebr. Van der Valk wisten, dat hij de loods gebruikte en dat de groente zwart werd verhandeld. Hij verklaarde voorts, dat Van Soest, kleinhandelaar, de sleutel van deze loods had en wist welk gebruik er van gemaakt werd. Als vracht betaalde hij f.0,50 per kist.
Verdachten zijn met deze overtreding in kennis gesteld en proces-verbaal aangezegd. Naamsopgaven en verdere gegevens zijn conform persoonsbewijs.
De groente heb ik inbeslaggenomen en gedeponeerd bij den Gemeentelijken Gevolmachtigde voor Grossierszaken in Groente en Fruit, Jac. Broerse, gevestigd op de Centrale Markt te Amsterdam.
En ik heb hiervan op ambtseed dit proces-verbaal opgemaakt en geteekend te Amsterdam, den een en twintigsten November 1900 vier en veertig.
De Ambtenaar van het
Marktwezen voornoemd,
(H. van Burg).
De netto-opbrengst ten bedrage van f.267,15 is overgemaakt aan den Provincialen Voedselcommissaris voor Noord-Holland, Kerkplein 15 te Alkmaar.
Arie den Hever, geboren 26 Juni 1896 te Rijnsburg, van beroep groentenhandelaar, wonende te Oegstgeest, Valkenburgerweg 8.
Bovengenoemde, vader van den verdachte Adrianus den Hever, verklaarde mij, dat hem bekend was, dat zijn zoon deze handeling bedreef. Hij verklaarde, dat hij zelf niet van huis ging, omdat hij geen vrouw had en omdat de prijzen zoo hoog waren, heeft hij zijn groente op deze manier aan de markt gebracht. Hij verklaarde voorts, dat hem bekend was, dat de groente op deze manier niet verkocht mocht worden en dat zijn zoon de groente niet voor zwarte prijzen mocht verkoopen, wel voor grossiersprijs. Hij wist, dat zijn zoon meerdere malen naar de markt was geweest met de groente, omdat hij wegens ziekte voor zichzelf niet in staat was om zelf naar de markt te komen. Hem was bekend, dat zijn zoon niet mocht handelen en hem was niet bekend de prijzen voor de vracht, die werden betaald aan den schipper Van Soest. De groenten, die aan de markt aangevoerd zijn, zijn door hem zelf geteeld, ondanks het feit, dat hij niet in het bezit was van een teeltvergunning.
De Ambtenaar van het
Marktwezen,
(H. van Burg). Het document is een typerend voorbeeld van de handhaving van de distributiewetten tijdens de Duitse bezetting in Nederland. De tekst is opgesteld door een ambtenaar van het 'Marktwezen' en beschrijft twee gerelateerde zaken van illegale handel.
- Economische delicten: Er is sprake van handel buiten de officiële veilingen om ("zwart verhandeld"). De verdachten probeerden hogere marges te behalen door de verplichte prijsvorming via de veiling te omzeilen.
- Inbeslagname: De geconfisqueerde goederen werden direct afgevoerd naar de Centrale Markt in Amsterdam. De opbrengst van de verkoop van deze in beslag genomen goederen (f.267,15) vloeide naar de provinciale Voedselcommissaris.
- Verdediging: De verklaring van Arie den Hever toont een menselijke kant van de crisis: hij beroept zich op persoonlijke omstandigheden (ziekte, het ontbreken van een vrouw in de huishouding) en beweert dat hij zijn zoon niet tegen "zwarte prijzen" liet verkopen, maar tegen de normale grossiersprijs. Desondanks bekent hij het ontbreken van een noodzakelijke teeltvergunning. Dit document dateert van 21 november 1944, een cruciale periode midden in de Hongerwinter. In West-Nederland heerste op dat moment een enorme schaarste aan voedsel. De bezetter had de distributie van levensmiddelen strak in handen om de voedselstroom te beheersen (en deels naar Duitsland af te voeren).
Particuliere handel buiten de officiële kanalen ("de zwarte markt") werd streng bestraft, maar was voor velen de enige manier om aan voedsel te komen of om als teler het hoofd boven water te houden. De genoemde locaties (Amsterdam, Rijnsburg, Oegstgeest, Alkmaar) bevinden zich in de zwaarst getroffen regio. Het proces-verbaal illustreert de bureaucratische controle die zelfs tijdens de diepste crisis in stand werd gehouden.