Proces-verbaal (Ambtelijk verslag van een overtreding)
Origineel
Proces-verbaal (Ambtelijk verslag van een overtreding) PRO JUSTITIA.
Marktwezen no.
PROCES-VERBAAL.
Onderwerp:
Overtreding van art. 3 lid 1 van het Tuinbouwafzetbesluit van 12 Juni 1942 no. 18114 gepleegd door:
Cornelis de Mooy, van Nederlandsche nationaliteit, geen voormalig Duitsch Staatsburger, geboren te Anna Paulowna, 29 Maart 1920, van beroep groentehandelaar en tuinder en wonende Hofstraat 34 te Rijnsburg.
Ik, ondergetekende, Sjoerd Dijkema, Nieuwendammerdijk 551, te Amsterdam, ambtenaar bij het Marktwezen, tevens onbezoldigd veldwachter der gemeente Amsterdam, verklaar, dat ik op Zaterdag, den achttienden November 1944, des voormiddags te 7.45 uur mij bevond op de Centrale Markt, belast met de contrôle op den zwarten handel. In het pakhuis op pier A. no. 12 klopte ik aan, waar na eenig getreuzel werd opengedaan. Na mij bekend te hebben gemaakt, als ambtenaar bij het Marktwezen en aan den aanwezigen persoon mijn ambtspenning met lint te hebben getoond, vorderde ik de noodige papieren van de aanwezige voorraad groente. De aanwezige persoon, Cornelis de Mooy, verklaarde mij: 1o. van de aanwezige groente, welke zijn handel was, geen enkel vervoerbewijs of veilingbrief te hebben; 2o. de groente zelf geteeld te hebben op zijn eigen tuin in Rijnsburg en vandaar verzonden te hebben met beurtschipper Van Noort naar het pakhuis A.12 op de Centrale Markt te Amsterdam; 3o. bedoelde groente te willen verkoopen voor den zwarten handel; 4o. deze handelingen meermalen te hebben gepleegd en de volgende prijzen rekende: andijvie per kist f. 1,75 - f. 2,-; waschpeen + f. 4,- per zak. Per colli 50 cent vracht aan schipper Van Noort te betalen. Desgevraagd verklaarde De Mooy de groente niet te hebben opgegeven bij het Plaatselijk Verdeelkantoor. Ik, verbalisant heb daarop de aanwezige voorraad groente, bestaande uit:
53 zakken peen (940 kg.); 5 kratten prei (150 kg.); 6 kisten selderij à 100 bos; 11 kisten selderij à 50 bos; 3 kisten selderij à 150 bos; 54 kisten andijvie (1.000 kg.), in beslag genomen en doen vervoeren naar de gemeentelijke afdeeling (bij den Gemachtigde voor Grossierszaken in groente en fruit, Jac. Broerse, gevestigd op de Centrale Markt)
Ik heb De Mooy dit proces-verbaal aangezegd. En heb hiervan op mijn ambtsbelofte dit proces-verbaal opgemaakt en geteekend te Amsterdam, 18 November 1944. Naamsopgave en verdere gegevens zijn conform persoonsbewijs.
De ambtenaar bij het Marktwezen,
(handtekening)
(Sj. Dijkema).
De netto-opbrengst ten bedrage van f. 172,55 is overgemaakt aan den Provincialen Voedselcommissaris voor Noord-Holland, Kerkplein 13 te Alkmaar. Dit proces-verbaal beschrijft de aanhouding van een 24-jarige tuinder uit Rijnsburg die probeerde buiten het officiële distributiesysteem om grote hoeveelheden groenten (bijna 1000 kg peen en 1000 kg andijvie) te verkopen in Amsterdam. De verdachte bekent schuld op vier punten: het ontbreken van vervoersbewijzen, het omzeilen van de veiling, het verkopen op de zwarte markt en het niet aanmelden van de voorraad bij het Verdeelkantoor. Opvallend is de gedetailleerde vermelding van de zwarte marktprijzen en de transportwijze via een beurtschipper. De in beslag genomen goederen werden direct overgedragen aan een erkende grossier en de opbrengst ging naar de Voedselcommissaris. Het document dateert van november 1944, een kritieke fase in de Nederlandse geschiedenis. Dit is het begin van de Hongerwinter in bezet West-Nederland. Na de spoorwegstaking van september 1944 blokkeerde de Duitse bezetter voedseltransporten naar het westen, wat leidde tot extreme schaarste.
Om de voedselvoorraad te beheersen, was alle handel strikt gereguleerd via het 'Tuinbouwafzetbesluit'. Tuinders waren verplicht hun producten via de veiling en officiële distributiekanalen aan te bieden tegen vastgestelde prijzen. De "zwarte handel" was voor velen een manier om aan de honger te ontsnappen, maar voor handelaren ook een manier om enorme winsten te maken over de rug van de noodlijdende bevolking. Ambtenaren zoals Sjoerd Dijkema hielden hierop streng toezicht, vaak onder dubbele druk van zowel de Nederlandse administratie als de Duitse bezettingsautoriteiten.