Archief 745
Inventaris 745-422
Pagina 176
Dossier 17
Jaar 1944
Stadsarchief

Besluit (uittreksel) van de Burgemeester van Amsterdam.

30 december 1943.

Origineel

Besluit (uittreksel) van de Burgemeester van Amsterdam. 30 december 1943. № 84/7/1 [stempel:] M 1944 [stempel:] 1/1
No. 2030d Arb. 1943.

Verstrekking bonloos voedsel aan gemeente-
tepersoneel.

E x t r a c t
uit het Boek der Besluiten
van den Burgemeester van Amsterdam,
Donderdag, 30 December 1943.

Op voorstel van den Wethouder voor de Arbeidszaken wordt het volgende besluit genomen:
De Burgemeester van Amsterdam;
Gelet op de bepalingen van de Achtste Verordening van den Rijkscommissaris voor het bezette Nederlandsche gebied, betreffende bijzondere maatregelen op administratiefrechtelijk gebied (Verordeningenblad 1941, Stuk 33, No. 152; Gemeenteblad afd. 4, volgn. 517);

B e s l u i t :

met ingang van 3 Januari 1944:
I. in te trekken zijn besluiten van 26 September 1941, No. 1546d Arb., en 27 Augustus 1943, No. 877e Arb. 1943, in zake verstrekking bonloos voedsel aan gemeentepersoneel;
II. vast te stellen de volgende regeling voor de verstrekking van bonloos voedsel aan gemeentepersoneel:
a. bonloos voedsel kan worden verstrekt aan werklieden en ambtenaren in dienst der gemeente Amsterdam (arbeidscontractanten inbegrepen) tot ten hoogste 3/4 liter per dag, onder bepaling, dat de werknemer 2 1/2 cent per 1/4 liter in de kosten dient bij te dragen; [onderstreept in rood]
b. de kosten van de verstrekking onder a bedoeld komen, na aftrek van de door de ambtenaren en werklieden te betalen vergoeding, ten laste van den dienst, bij welken het personeel werkzaam is;
c. het personeel moet zelf zorgen in het bezit te zijn van een bord en lepel of vork voor het nuttigen van het voedsel.

C.S. Stadhuis
A'dam 1-'44 No. 11

[Handgeschreven annotaties rechtsboven:]
m.v. Directeur
hg.
St x
M. Müller(?)
acc 12/1

[Handgeschreven rechtsonder:]
8 A Dit document is een officieel besluit van de (tijdens de bezetting aangestelde) burgemeester van Amsterdam betreffende de voedselvoorziening van het gemeentepersoneel. In de kern regelt het besluit dat werknemers van de gemeente recht hebben op een dagelijkse portie van maximaal 0,75 liter "bonloos" voedsel (voedsel waarvoor geen distributiebonnen hoefden te worden ingeleverd). De werknemers moesten hier zelf aan bijdragen (7,5 cent voor een volle portie) en hun eigen eetgerei meenemen.

De rode onderstreping bij punt IIa duidt op de operationele kern van het besluit: wie er recht op heeft en wat de kosten zijn. De handgeschreven parafen en data ("12/1") wijzen op de administratieve afhandeling en goedkeuring door betrokken afdelingshoofden in januari 1944. Het document dateert uit december 1943, midden in de Tweede Wereldoorlog. De verwijzing naar de "Achtste Verordening van den Rijkscommissaris" (Arthur Seyss-Inquart) illustreert de directe juridische ondergeschiktheid van het Amsterdamse gemeentebestuur aan het Duitse bezettingsbestuur.

In deze fase van de oorlog was voedseltekort een groeiend probleem. "Bonloze" verstrekkingen, vaak in de vorm van een eenpansgerecht (stamppot of soep) vanuit centrale keukens, waren essentieel om het overheidspersoneel fysiek in staat te houden hun werk te blijven verrichten. De verplichting om eigen bestek en een bord mee te nemen (punt IIc) is tekenend voor de schaarste aan materialen en faciliteiten in die tijd. Dit besluit anticipeert op de nog zwaardere omstandigheden die zouden volgen in de winter van 1944.

Samenvatting

Dit document is een officieel besluit van de (tijdens de bezetting aangestelde) burgemeester van Amsterdam betreffende de voedselvoorziening van het gemeentepersoneel. In de kern regelt het besluit dat werknemers van de gemeente recht hebben op een dagelijkse portie van maximaal 0,75 liter "bonloos" voedsel (voedsel waarvoor geen distributiebonnen hoefden te worden ingeleverd). De werknemers moesten hier zelf aan bijdragen (7,5 cent voor een volle portie) en hun eigen eetgerei meenemen.

De rode onderstreping bij punt IIa duidt op de operationele kern van het besluit: wie er recht op heeft en wat de kosten zijn. De handgeschreven parafen en data ("12/1") wijzen op de administratieve afhandeling en goedkeuring door betrokken afdelingshoofden in januari 1944.

Historische Context

Het document dateert uit december 1943, midden in de Tweede Wereldoorlog. De verwijzing naar de "Achtste Verordening van den Rijkscommissaris" (Arthur Seyss-Inquart) illustreert de directe juridische ondergeschiktheid van het Amsterdamse gemeentebestuur aan het Duitse bezettingsbestuur.

In deze fase van de oorlog was voedseltekort een groeiend probleem. "Bonloze" verstrekkingen, vaak in de vorm van een eenpansgerecht (stamppot of soep) vanuit centrale keukens, waren essentieel om het overheidspersoneel fysiek in staat te houden hun werk te blijven verrichten. De verplichting om eigen bestek en een bord mee te nemen (punt IIc) is tekenend voor de schaarste aan materialen en faciliteiten in die tijd. Dit besluit anticipeert op de nog zwaardere omstandigheden die zouden volgen in de winter van 1944.

Gerelateerde Documenten 6