Archief 745
Inventaris 745-422
Pagina 254
Dossier 44
Jaar 1944
Stadsarchief

Extract uit het Boek der Besluiten van de Burgemeester van Amsterdam.

Vrijdag, 3 maart 1944.

Origineel

Extract uit het Boek der Besluiten van de Burgemeester van Amsterdam. Vrijdag, 3 maart 1944. [Linksboven, handgeschreven:]
No 31/2 LM 1944

[Middenboven, handgeschreven/stempel:]
No 8A/14/2 M. 1944 5/3

[Rechtsboven, handgeschreven:]
Marktw.

[Stempel rechtsboven:]
Kastoelage kassiers vischhal.

[Rechtsboven, handgeschreven in rood/blauw potlood:]
h. v. Di.
m. Dijk [onduidelijk]

E x t r a c t
uit het Boek der Besluiten
van den Burgemeester van Amsterdam.
Vrijdag, 3 Maart 1944.

De Wethouder voor de Levensmiddelen, Wasch- en schoonmaak-, bad- en zweminrichtingen brengt ter tafel een schrijven van den Directeur van het Marktwezen, waarin deze onder de aandacht brengt, dat J. Viëtor en C. Cobussen, beiden schrijver aan het Gemeentelijk Bureau voor Sociale Zaken en gedetacheerd bij de Vischmarkt, en H. J. van Greuningen, klerk, dienstdoende op het Hoofdkantoor van het Marktwezen, in het jaar 1943 met kasbeheer zijn belast geweest. Viëtor en Cobussen zijn of waren in 1943 belast met het berekenen en het ontvangen van gelden wegens op den afslag verkochte visch en bedienen bij dit werk tevens een kasregister. Uitgaven worden door hen niet gedaan. Gedurende het afgeloopen jaar beliep het kasbeheer van deze ambtenaren onderscheidenlijk ƒ 640.270,71 en ƒ 612.340,62. Van Greuningen heeft den kassier van het Hoofdkantoor tijdens diens vacantie vervangen en was belast met het ontvangen en uitgeven van gelden; het kasbeheer van dezen ambtenaar beliep over 1943 een bedrag van ƒ 25.451,74.
Genoemde directeur acht het billijk, dat aan bovengenoemde ambtenaren als vergoeding voor het door hen gedragen risico een kastoelage wordt toegekend.
De Wethouder voor de Financiën heeft bericht, dat volgens de ter zake bestaande normen de kastoelage over het jaar 1943 voor Viëtor en Cobussen kan worden gesteld op ƒ 160.- en voor Van Greuningen op ƒ 6.-.
- De Burgemeester besluit, te bepalen, dat hieromtrent eerst nog het advies wordt ingewonnen van den Wethouder voor de Arbeidszaken.
Afschrift hiervan zal worden gegeven aan de afdeelingen Levensmiddelen, Wasch- en schoonmaak-, bad- en zweminrichtingen (2 stuks), Arbeidszaken en Financiën.

Voor eensluidend extract,
de Gemeentesecretaris,

(get.) J. F. FRANKEN

[Rechtsonder, handgeschreven:]
8A

--- * Inhoud: Het document betreft een formeel verzoek om een 'kastoelage' (een financiële compensatie voor het risico op kasverschillen) voor drie ambtenaren die in 1943 grote sommen geld hebben beheerd bij de Amsterdamse visafslag en het hoofdkantoor van het Marktwezen.
* Bedragen: De bedragen die de ambtenaren hanteerden waren voor die tijd aanzienlijk: ruim 600.000 gulden voor de heren Viëtor en Cobussen. De voorgestelde vergoeding bedraagt respectievelijk 160 gulden en 6 gulden.
* Besluitvorming: De burgemeester hakt de knoop nog niet definitief door, maar vraagt eerst om aanvullend advies van de Wethouder voor Arbeidszaken. Dit wijst op een zorgvuldige, bureaucratische procedure, zelfs in oorlogstijd.
* Taalgebruik: Het document hanteert de toen gebruikelijke spelling (zoals 'visch', 'afgeloopen', 'den') en ambtelijke terminologie.

--- * Historische periode: Maart 1944. Nederland is bezet door nazi-Duitsland. Amsterdam staat onder bestuur van een door de bezetter benoemde burgemeester (op dat moment Edward Voûte, hoewel hij niet bij naam genoemd wordt).
* Bestuur: De structuur van het Amsterdamse college van B&W bleef tijdens de oorlog deels functioneren voor civiele zaken, zoals personeelsbeheer en de organisatie van de markt.
* Marktwezen: De visafslag was een cruciaal onderdeel van de voedselvoorziening in de stad. Het feit dat er ondanks de oorlogssituatie nog zulke grote bedragen in omloop waren, toont aan dat de handel, zij het onder streng toezicht, doorging.
* J. F. Franken: Jan Frederik Franken was een ervaren ambtenaar die als gemeentesecretaris fungeerde. Zijn naam komt voor op veel officiële documenten uit deze periode.

Samenvatting

  • Inhoud: Het document betreft een formeel verzoek om een 'kastoelage' (een financiële compensatie voor het risico op kasverschillen) voor drie ambtenaren die in 1943 grote sommen geld hebben beheerd bij de Amsterdamse visafslag en het hoofdkantoor van het Marktwezen.
  • Bedragen: De bedragen die de ambtenaren hanteerden waren voor die tijd aanzienlijk: ruim 600.000 gulden voor de heren Viëtor en Cobussen. De voorgestelde vergoeding bedraagt respectievelijk 160 gulden en 6 gulden.
  • Besluitvorming: De burgemeester hakt de knoop nog niet definitief door, maar vraagt eerst om aanvullend advies van de Wethouder voor Arbeidszaken. Dit wijst op een zorgvuldige, bureaucratische procedure, zelfs in oorlogstijd.
  • Taalgebruik: Het document hanteert de toen gebruikelijke spelling (zoals 'visch', 'afgeloopen', 'den') en ambtelijke terminologie.

Historische Context

  • Historische periode: Maart 1944. Nederland is bezet door nazi-Duitsland. Amsterdam staat onder bestuur van een door de bezetter benoemde burgemeester (op dat moment Edward Voûte, hoewel hij niet bij naam genoemd wordt).
  • Bestuur: De structuur van het Amsterdamse college van B&W bleef tijdens de oorlog deels functioneren voor civiele zaken, zoals personeelsbeheer en de organisatie van de markt.
  • Marktwezen: De visafslag was een cruciaal onderdeel van de voedselvoorziening in de stad. Het feit dat er ondanks de oorlogssituatie nog zulke grote bedragen in omloop waren, toont aan dat de handel, zij het onder streng toezicht, doorging.
  • J. F. Franken: Jan Frederik Franken was een ervaren ambtenaar die als gemeentesecretaris fungeerde. Zijn naam komt voor op veel officiële documenten uit deze periode.

Gerelateerde Documenten 6