Doorslag van een getypte brief (officieel schrijven).
Origineel
Doorslag van een getypte brief (officieel schrijven). 24 juli 1945. De Directeur (van een niet nader genoemde overheids- of keuringsdienst). Sm/HB.
Extra [handgeschreven]
37/46/5M. 1. 24 Juli 1945.
Aan de Bedrijfschap voor
Groenten en Fruit,
Laan Copes van Cattenburg 62,
's-Gravenhage.
Naar aanleiding van Uw schrijven d.d. 27 Juni
1944 betreffende J.M.Floor en onder verwijzing
naar een sedert dien met U ter zake gevoerd tele-
fonisch gesprek, heb ik de eer U hierbij in af-
schrift over te leggen een rapport van den con-
trôleur Felthuis van mijn dienst betreffende het
door hem ter zake ingestelde nader onderzoek.
Daaruit blijkt, dat bedoelde Floor bij den
Kamer van Koophandel steeds als kleinhandelaar
heeft ingeschreven gestaan; eerst op 2 Juni 1944
heeft inschrijving als groothandelaar plaats ge-
vonden. Ook bij mijn dienst heeft hij tot nu toe
steeds ingeschreven gestaan als kleinhandelaar,
terwijl hij op de Centrale Markt ook uitsluitend
als kleinhandelaar bekend staat.
Dat J.M.Floor in werkelijkheid groothandel
zou hebben gedreven is ook uit een nader inge-
steld onderzoek niet kunnen blijken.
Ingevolge Uw bij bovenbedoeld gesprek gedane
toezegging, zou ik thans gaarne worden ingelicht
omtrent de resultaten van het onderzoek(o.m.
accountantsonderzoek) naar het groothandelaar-
schap van genoemden Floor; dat vanwege Uw Be-
drijfschap zou worden ingesteld.
De Directeur, De kern van deze brief betreft een administratieve onduidelijkheid over de bedrijfsactiviteiten van een zekere J.M. Floor. De afzender legt een rapport over van een controleur (Felthuis), waaruit blijkt dat de heer Floor officieel als kleinhandelaar geregistreerd stond bij zowel de Kamer van Koophandel als de Centrale Markt. Pas op 2 juni 1944 is er sprake van een inschrijving als groothandelaar.
De brief is een vervolg op correspondentie die al in juni 1944 (tijdens de bezetting) was gestart. De afzender stelt vast dat er geen bewijs is gevonden dat Floor daadwerkelijk groothandelsactiviteiten heeft ontplooid in de periode daarvoor. De brief dient als herinnering aan een toegezegd accountantsonderzoek door het Bedrijfschap zelf. De juridische of economische relevantie ligt waarschijnlijk in de distributieregels of prijsbepalingen die voor groothandelaren anders waren dan voor kleinhandelaren, zeker in de context van de schaarste-economie. De datum van de brief, 24 juli 1945, plaatst het document in de directe periode na de bevrijding van Nederland. Tijdens de wederopbouw en de zuivering werd er streng toegezien op economische onregelmatigheden die tijdens de oorlogsjaren hadden plaatsgevonden.
Het "Bedrijfschap voor Groenten en Fruit" was een publiekrechtelijke organisatie die de belangen in de sector behartigde en toezicht hield op de ordening van de markt. In een tijd van rantsoenering en scherpe controle op de voedselvoorziening was de correcte registratie van handelaren van cruciaal belang. Het onterecht opereren als groothandelaar kon leiden tot onrechtmatige winsten of verstoring van de distributieketen. De brief illustreert de bureaucratische afwikkeling en controle op de handel in de transitieperiode van bezetting naar vrede.