Afschrift van een brief.
Origineel
Afschrift van een brief. 17 maart 1939. De Gecombineerde Tuinbouw Organisaties, Amsterdam (bij monde van N.J. Dinkgreve). De Edelachtbare Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, Wasch en Schoonmaak, bad en zweminrichtingen te Amsterdam. No.64/5/6 M.1939 22/3.
No.258 L.M.1939 20/3. AFSCHRIFT.--
.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.
DE GECOMBINEERDE TUINBOUW ORGANISATIES.
AMSTERDAM.
==========
Kantoor: Centrale Markt AMSTERDAM, 17 Maart 1939.
HAL, 2e verdieping Telefoon 83670.
No.91.
No.92
v.p./Kl.
Aan den Edelachtb.Heer Wethouder voor de Levensmiddelen,
Wasch en Schoonmaak, bad en zweminrichtingen.
te
A M S T E R D A M . --
Edelachtb.Heer,
Beleefd verzoekt ondergeteekende, naar aanleiding van
een, op haar laatst gehouden vergadering, gedaan verzoek, het
daarheen te willen leiden, dat, gezien de moeilyke tydsomstan-
digheden en de groote nood, waarin een groot deel der tuinders
op het oogenblik verkeert, een reductie op de marktgelden gegeven
worde van 50%.
Deze reductie zou tot nader order geldend zyn en geba-
seerd kunnen worden op statistische gegeven van aanvoer, zooals
zulks ook plaats mocht vinden by huurreductie.
Een gunstig antwoord van U Edelachtb. tegemoet ziende,
verblyft in afwachting met de meeste
hoogachting,
DE GECOMBINEERDE TUINBOUW
ORGANISATIES TE AMSTERDAM
w.g. N.J. Dinkgreve
Alg.Voorzitter.
N.J.Dinkgreve,
Hoofdweg 75 bel.
Amsterdam. West.
Tel.85304. Het document is een formeel verzoekschrift van een koepelorganisatie van tuinders aan het Amsterdamse gemeentebestuur. De kern van de brief is een verzoek om een aanzienlijke verlaging (50%) van de marktgelden (de leges die betaald moeten worden om goederen op de markt te mogen verkopen).
De toon is uiterst beleefd en hanteert de toen gebruikelijke ambtelijke titulatuur ("Edelachtbare Heer"). De argumentatie rust op de precaire economische situatie: er wordt gesproken over "moeilijke tijdsomstandigheden" en "grote nood" onder de tuinders. Opmerkelijk is het voorstel om de reductie te koppelen aan aanvoerstatistieken, een methode die blijkbaar ook bij huurprijsaanpassingen werd gebruikt. Dit wijst op een crisissituatie waarbij vaste lasten niet meer in verhouding stonden tot de dalende opbrengsten. De brief dateert van maart 1939, een half jaar voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. Hoewel de ergste jaren van de Grote Depressie (begin jaren '30) voorbij waren, bleef de economische situatie voor veel kleinschalige producenten zoals tuinders broos. De tuinbouwsector was sterk afhankelijk van zowel lokale markten als export, die beide onder druk stonden door de internationale politieke spanningen en protectionisme.
De ontvanger van de brief, de Wethouder voor de Levensmiddelen, beheerde een portefeuille die typerend was voor de toenmalige focus op publieke hygiëne en basisvoorzieningen (voedsel, wassen en zwemmen). De Centrale Markt in Amsterdam (geopend in 1934 in Amsterdam-West) was destijds de hypermoderne spil in de voedselvoorziening van de stad. Het feit dat de afzender kantoor hield in de markthal zelf (Hal, 2e verdieping) benadrukt de nauwe banden tussen de organisatie en de fysieke marktlocatie. De afzender, N.J. Dinkgreve, woonde aan de nabijgelegen Hoofdweg, wat de lokale verankering van deze tuinbouworganisaties in Amsterdam-West illustreert. N.J. Dinkgreve