Archief 745
Inventaris 745-296
Pagina 5
Dossier 39
Jaar 1939
Stadsarchief

Getypte ambtelijke brief/memorandum.

1 mei 1939.

Origineel

Getypte ambtelijke brief/memorandum. 1 mei 1939. [Rechtsboven handgeschreven:]
W. Muller
W. Brouse [onzeker]

[Links:]
66/10/2 M.

[Midden handgeschreven:]
Verzonden 1/5

[Rechts:]
D/G.
1 Mei 1939.

Kwytschelding betaling
marktgeld aan J. Brilleslyper.

den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r.

Hiermede heb ik de eer U te berichten, dat J. Bril-
leslyper, Bloys van Treslongstraat 35 alhier, die voor het
kalenderjaar 1936 een plaats in de hal op de Centrale Markt
heeft bezet, deze markt op 27 Mei 1936 heeft verlaten, omdat
hy in Scheveningen kon werken. Op 1 Augustus d.a.v. keerde
hy op de markt terug, doch op 25 September 1936 verliet hy
de markt definitief. Brilleslyper bleek financieel niet in
staat te zyn om zyn bedryf op de Centrale Markt voort te
zetten. Momenteel geniet hy ondersteuning van het Gemeente-
lyke Bureau voor Maatschappelyken Steun. Brilleslyper heeft
destyds niet gevraagd om te worden ontheven van zyn ver-
plichting tot betaling van het plaatsgeld voor de bovenbe-
doelde plaats, hetwelk f 500,-- bedraagt. Op het moment, dat
hy de markt verliet, had hy hiervan f 264,51 betaald. Thans
vraagt hy weder toegang tot de Centrale Markt als personeel
van den grossier Papavoine (plaatshouder in de hal) en hy
verzoekt kwytschelding van marktgeld voor het gedeelte van
het jaar, dat hy de markt niet heeft bezocht. Indien hy de
bedoelde plaats per kalendermaand had bezet, zou hy deswege
over zeven maanden van het jaar 1936 een bedrag van f 350,-
zyn schuldig geweest. Het is myns inziens daarom billyk, dat
hem een bedrag van f 150,- wordt kwytgescholden. Zyn schuld
zou dan nog bedragen: f 85,49 (f 235,49 - f 150,-), welk
bedrag hy in wekelyksche termynen zou willen afbetalen. In-
williging van bovenvermeld verzoek beteekent, dat Brillesly-
per niet langer door het Gemeentelyke Bureau voor Maatschap-
[einde pagina] * Persoon: Het betreft J. Brilleslyper, woonachtig aan de Bloys van Treslongstraat 35 (Amsterdam-West). De achternaam Brilleslijper is een bekende Joodse naam in Amsterdam.
* Problematiek: De betrokkene had in 1936 een standplaats op de Centrale Markt maar kon de pacht (f 500,- per jaar) niet volledig voldoen wegens financiële problemen en tijdelijk vertrek naar Scheveningen. Hij heeft een openstaande schuld van f 235,49.
* Verzoek: Brilleslyper wil weer op de markt werken, nu als personeelslid voor een ander (grossier Papavoine). Om dit te kunnen doen, moet zijn schuld geregeld worden. Er wordt voorgesteld om f 150,- kwijt te schelden (voor de maanden dat hij er niet was) en de rest (f 85,49) in termijnen af te lossen.
* Argumentatie: De ambtenaar vindt het "billijk" (redelijk) omdat de man destijds niet officieel om ontheffing heeft gevraagd, maar de plaats ook niet effectief heeft gebruikt gedurende de hele periode. Bovendien zou inwilliging betekenen dat hij weer aan het werk gaat en mogelijk uit de steun (uitkering) komt. Dit document stamt uit mei 1939, vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. Het schetst een beeld van de strirenge administratieve afhandeling van marktpacht in Amsterdam en de economische kwetsbaarheid van kleine handelaren in die tijd. De Centrale Markt (tegenwoordig het Food Center Amsterdam aan de Jan van Galenstraat) was de spil van de voedselvoorziening.

Opmerkelijk is dat J. Brilleslyper ondersteuning ontving van het "Bureau voor Maatschappelyken Steun", de voorloper van de sociale dienst. De poging om hem weer aan het werk te krijgen als personeelslid bij een grossier was een manier om de overheidsuitgaven aan steun te verminderen. Gezien de datum en de naam is het zeer waarschijnlijk dat deze persoon en zijn familie kort hierna te maken kregen met de anti-Joodse maatregelen van de bezetter.

Samenvatting

  • Persoon: Het betreft J. Brilleslyper, woonachtig aan de Bloys van Treslongstraat 35 (Amsterdam-West). De achternaam Brilleslijper is een bekende Joodse naam in Amsterdam.
  • Problematiek: De betrokkene had in 1936 een standplaats op de Centrale Markt maar kon de pacht (f 500,- per jaar) niet volledig voldoen wegens financiële problemen en tijdelijk vertrek naar Scheveningen. Hij heeft een openstaande schuld van f 235,49.
  • Verzoek: Brilleslyper wil weer op de markt werken, nu als personeelslid voor een ander (grossier Papavoine). Om dit te kunnen doen, moet zijn schuld geregeld worden. Er wordt voorgesteld om f 150,- kwijt te schelden (voor de maanden dat hij er niet was) en de rest (f 85,49) in termijnen af te lossen.
  • Argumentatie: De ambtenaar vindt het "billijk" (redelijk) omdat de man destijds niet officieel om ontheffing heeft gevraagd, maar de plaats ook niet effectief heeft gebruikt gedurende de hele periode. Bovendien zou inwilliging betekenen dat hij weer aan het werk gaat en mogelijk uit de steun (uitkering) komt.

Historische Context

Dit document stamt uit mei 1939, vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. Het schetst een beeld van de strirenge administratieve afhandeling van marktpacht in Amsterdam en de economische kwetsbaarheid van kleine handelaren in die tijd. De Centrale Markt (tegenwoordig het Food Center Amsterdam aan de Jan van Galenstraat) was de spil van de voedselvoorziening.

Opmerkelijk is dat J. Brilleslyper ondersteuning ontving van het "Bureau voor Maatschappelyken Steun", de voorloper van de sociale dienst. De poging om hem weer aan het werk te krijgen als personeelslid bij een grossier was een manier om de overheidsuitgaven aan steun te verminderen. Gezien de datum en de naam is het zeer waarschijnlijk dat deze persoon en zijn familie kort hierna te maken kregen met de anti-Joodse maatregelen van de bezetter.

Gerelateerde Documenten 6