Archief 745
Inventaris 745-296
Pagina 65
Dossier 90
Jaar 1939
Stadsarchief

Afschrift van een officiële brief.

17 mei 1939. Van: Dienst der Publieke Werken, Amsterdam.

Origineel

Afschrift van een officiële brief. 17 mei 1939. Dienst der Publieke Werken, Amsterdam. No. 26/54 P.W. 1939 AFSCHRIFT.
DIENST DER
PUBLIEKE WERKEN
AMSTERDAM.

No. Grb. 2118/Doss. F 100/329. Amsterdam, 17 Mei 1939.
Antwoord op No. 26/54 P.W.
d.d. 10 Mei 1939.
2 bijlagen.

Aan den Heer Wethouder P.W.

Onder terugzending van het schrijven van den Leider van het Bureau tot Bestrijding van de Werkloosheid deel ik U mede, dat de Inspecteur der Domeinen zich reeds tot mijn Dienst heeft gewend ter bespreking van de mogelijkheid, het gebouw Kattenburgerkade 40/40 a van Rijkswege te huren voor het onderbrengen van de bedoelde sigarenmakers. Het gebouw werd dan ook bezichtigd door den Hoofdinspecteur der Invoerrechten en Accijnzen.

Volgens telefonische mededeeling van dezen Hoofdinspecteur zouden echter de kosten voor het inrichten van het gebouw overeenkomstig de eischen van de Tabakswet zoo hoog zijn, dat het Rijk daarvan heeft afgezien; volgens hem zou het stichten van een nieuw gebouw nog voordeeliger uitkomen.

Het Rijk heeft daarna een financieele regeling getroffen met de in het gebouw op de Marinewerf werkzame sigarenmakers, door welke regeling het Rijk meent, geen verplichtingen meer tegenover deze menschen te hebben.

Ten aanzien van het thans ingekomen verzoek, om het gebouw van Gemeentewege in orde te doen maken, meen ik in de eerste plaats te moeten verwijzen naar het hierboven weergegeven oordeel van genoemden Hoofdinspecteur over de kosten van zoodanige inrichting.

Bovendien zal naar mijn meening erop moeten worden gerekend, dat niet alleen een loonende exploitatie niet mogelijk zal zijn, doch dat zelfs daarop een bedrag zal moeten worden bijgelegd.

Voorts meen ik de vraag te moeten stellen, of deze kleinindustrie niet gedoemd is om te eeniger tijd geheel te verdwijnen en of het in verband hiermede verantwoord is, daarvoor belangrijke uitgaven te doen.

z.o.z. De brief is een ambtelijk advies aan de wethouder waarin de Dienst der Publieke Werken zich negatief uitspreekt over het investeren in een pand aan de Kattenburgerkade voor de huisvesting van sigarenmakers.

De kernpunten zijn:
1. Kosten: De noodzakelijke aanpassingen om aan de Tabakswet te voldoen zijn te duur. Zelfs de Rijksoverheid vond nieuwbouw goedkoper dan renovatie van dit pand.
2. Exploitatie: De Dienst verwacht dat het project verlieslatend zal zijn voor de gemeente.
3. Toekomstvisie: Er wordt openlijk getwijfeld aan de levensvatbaarheid van de sigarenmakerij als "kleinindustrie". Men vreest dat de sector op termijn zal verdwijnen, waardoor grote investeringen niet verantwoord zijn.
4. Afhandeling door het Rijk: Het Rijk heeft de sigarenmakers die op de Marinewerf werkten reeds financieel afgekocht en beschouwt de zaak als afgedaan. Het document dateert uit mei 1939, vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. Nederland kampte in die periode nog steeds met de naweeën van de economische crisis, wat de betrokkenheid van het "Bureau tot Bestrijding van de Werkloosheid" verklaart. De sigarenindustrie was vanouds een belangrijke sector in Amsterdam, maar raakte in de jaren '30 in de knel door mechanisatie en veranderende regelgeving (de genoemde Tabakswet). De Kattenburgerkade en de nabijgelegen Marinewerf waren van oudsher locaties met veel industriële en ambachtelijke bedrijvigheid. De brief illustreert de verschuiving in het overheidsbeleid: van directe steun naar een zakelijke, kritische afweging van kosten en baten.

Samenvatting

De brief is een ambtelijk advies aan de wethouder waarin de Dienst der Publieke Werken zich negatief uitspreekt over het investeren in een pand aan de Kattenburgerkade voor de huisvesting van sigarenmakers.

De kernpunten zijn:
1. Kosten: De noodzakelijke aanpassingen om aan de Tabakswet te voldoen zijn te duur. Zelfs de Rijksoverheid vond nieuwbouw goedkoper dan renovatie van dit pand.
2. Exploitatie: De Dienst verwacht dat het project verlieslatend zal zijn voor de gemeente.
3. Toekomstvisie: Er wordt openlijk getwijfeld aan de levensvatbaarheid van de sigarenmakerij als "kleinindustrie". Men vreest dat de sector op termijn zal verdwijnen, waardoor grote investeringen niet verantwoord zijn.
4. Afhandeling door het Rijk: Het Rijk heeft de sigarenmakers die op de Marinewerf werkten reeds financieel afgekocht en beschouwt de zaak als afgedaan.

Historische Context

Het document dateert uit mei 1939, vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. Nederland kampte in die periode nog steeds met de naweeën van de economische crisis, wat de betrokkenheid van het "Bureau tot Bestrijding van de Werkloosheid" verklaart. De sigarenindustrie was vanouds een belangrijke sector in Amsterdam, maar raakte in de jaren '30 in de knel door mechanisatie en veranderende regelgeving (de genoemde Tabakswet). De Kattenburgerkade en de nabijgelegen Marinewerf waren van oudsher locaties met veel industriële en ambachtelijke bedrijvigheid. De brief illustreert de verschuiving in het overheidsbeleid: van directe steun naar een zakelijke, kritische afweging van kosten en baten.

Gerelateerde Documenten 6