Ambtelijke brief/memorandum.
Origineel
Ambtelijke brief/memorandum. 21 juni 1939. Onbekend (mogelijk een afdelingshoofd of directeur binnen de gemeentelijke administratie). VP/HG. Extra
66/15/2 M.
n 5 21 Juni 1939.
Vestiging kleinfabrikanten
sigarenindustrie in de
hal op de Centrale Markt. den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .
Onder terugzending van de met Uw kantbrief d.d. 17 dezer
om spoedig advies ontvangen stukken no.506 L.M.1939 heb ik de
eer U het navolgende te berichten. Op pagina 3 (onderaan) van
zijn rapport d.d. 12 Juni jl. (No.213 B.B.W.) kondigt de Leider
van het Bureau tot bestrijding van de Werkloosheid reeds aan,
dat dezerzijds tegen vestiging van de sigarenmakers-werkplaat-
sen in de hal op de Centrale Markt zeer veel bezwaren zullen
worden gemaakt, waarvan vele ongetwijfeld "gegrond en niet te
ondervangen" zijn. Aan het slot van bovenaangehaald rapport
wordt voorts meegedeeld, dat het Marktwezen met deze huurders
vele moeilijkheden zal krijgen.
Tot verduidelijking van een en ander, dat door den heer
Ir.De Kruijff ongetwijfeld zeer juist, is ingezien,heb ik de
eer hieronder een opsomming te geven van de bezwaren, die,
naar mijn meening tegen de bedoelde vestiging moeten worden
aangevoerd.
1) De kosten voor de Centrale Markt zullen de inkomsten verre
overschrijden.
Indien de installatiekosten ƒ 3000,- bedragen,
zooals de heer De Kruijff begroot, en van de installa-
tie 10 jaren gebruik wordt gemaakt, is jaarlijks voor
rente en afschrijving noodig ± 15% van ƒ 3000,- ƒ 450,-
-------
Transporteeren ƒ 450,- Het document is een ambtelijk advies gericht aan de Wethouder voor Levensmiddelen van de gemeente Amsterdam. De auteur spreekt zich krachtig uit tegen het plan om kleine sigarenfabrikanten onder te brengen in de hallen van de Centrale Markt.
De kernpunten van de bezwaren zijn:
1. Operationele problemen: Er wordt verwezen naar een rapport van het Bureau tot bestrijding van de Werkloosheid (B.B.W.), waarin wordt gesteld dat de vestiging van deze werkplaatsen op de markt tot grote praktische moeilijkheden voor het "Marktwezen" zal leiden.
2. Financiële onhaalbaarheid: De auteur begint aan een becijfering waaruit moet blijken dat de kosten de inkomsten ver zullen overschrijden. Er wordt uitgegaan van een investering van ƒ 3000,- die over 10 jaar afgeschreven moet worden, wat inclusief rente neerkomt op een jaarlijkse last van ƒ 450,-. De brief breekt af met de term "Transporteeren", wat aangeeft dat de berekening op een volgende pagina doorloopt.
De toon van de brief is formeel en ondersteunend aan het negatieve advies van Ir. De Kruijff, destijds een belangrijk figuur binnen de werkgelegenheidsprojecten van de stad. Dit document stamt uit juni 1939, een periode waarin de economische gevolgen van de crisis nog merkbaar waren en de dreiging van de Tweede Wereldoorlog toenam. Het Bureau tot bestrijding van de Werkloosheid (B.B.W.) hield zich in deze tijd intensief bezig met projecten om de werkgelegenheid te stimuleren, vaak door kleine ondernemers te ondersteunen of werklozen in te zetten bij openbare werken.
De Centrale Markthallen in Amsterdam-West (geopend in 1934) waren destijds hypermodern. Het voorstel om hier "kleinfabrikanten" uit de sigarenindustrie te vestigen, moet gezien worden in het licht van stedelijke herstructurering: het verplaatsen van kleine, vaak vervuilende of brandgevaarlijke werkplaatsen uit de overvolle volksbuurten (zoals de Jordaan) naar modernere locaties. De sigarenindustrie was indertijd een belangrijke maar versnipperde sector met veel thuiswerk en kleine bedrijfjes. Uit dit document blijkt de bureaucratische en financiële weerstand tegen dergelijke sociale huisvestingsprojecten binnen een puur commerciële marktomgeving.