Archief 745
Inventaris 745-296
Pagina 111
Dossier 4
Jaar 1939
Stadsarchief

Getypte ambtelijke rapportage/brief (pagina 9 van een groter dossier).

21 juni (jaar niet vermeld op deze pagina, vermoedelijk rond 1919-1920 gezien de context van de Wethouder voor de Levensmiddelen).

Origineel

Getypte ambtelijke rapportage/brief (pagina 9 van een groter dossier). 21 juni (jaar niet vermeld op deze pagina, vermoedelijk rond 1919-1920 gezien de context van de Wethouder voor de Levensmiddelen). 1 21 Juni 9.
66/15/2 den Heer Wethouder voor de
Amsterdam. Levensmiddelen,

                                        Transport              $f$      450,--
    Verder kan de volgende begrooting worden

opgesteld:
Kosten voor gas (voor de droogruimten) en verwarming
per jaar $f$ 1200,--
Kosten voor verlichting per jaar $f$ 300,--
Kosten voor schoonmaken, waaraan, in verband met de
hygiëne der hal, de noodige zorg besteed moet worden,
per jaar $f$ 1800,--
Kosten voor waterverbruik, per jaar $f$ 100,--
Kosten voor onderhoud, gezien den aard van het
bedrijf, per jaar $f$ 200,--
Diversen en onvoorzien, stel per jaar $f$ 250,--
---------------
Totaal $f$ 4200,--

    Hierbij is aangenomen, dat het toezicht op de exploi-

tatie zal worden uitgeoefend door Rijks-ambtenaren, zoodat dezerzijds
daarvoor geen personeel behoeft te worden beschikbaar gesteld.
Wanneer $f$ 2,25 per man per week wordt betaald, brengen
30 fabrikanten op: $\pm f$ 3500,- per jaar; er zullen echter wan-
betalers zijn, terwijl het aantal fabrikanten op den duur ver-
mindert. De gemiddelde jaarlijksche opbrengst kan dus zeker
niet hooger dan $f$ 3000,- worden begroot.
De kosten voor de Centrale Markt zullen dus in elk
geval de baten met meer dan $f$ 1000,- per jaar overtreffen,
waarbij nog in het geheel geen rekening is gehouden met het
feit, dat, in normale omstandigheden, het bedrijf der markt,
voor het beschikbaar stellen der kantoren een vergoeding toe-
komt, die zeer zuinig berekend op $f$ 200,- per kantoor per jaar
mag worden gesteld; voor 17 lokalen bedraagt dit derhalve
$f$ 3400,- per jaar.

2) De sigarenfabrikanten moeten dagelijks - ook des Zondags -
toegang tot de Centrale Markt hebben, tot 8 uur n.m. Buiten
de eigenlijke markturen is slechts zeer weinig toezichthoudend
personeel op de markt aanwezig, waar groente en fruit open en
voor ieder grijpbaar zijn opgeslagen. De vraag is dan ook * Financiële tekorten: Het document schetst een somber financieel beeld. De directe exploitatiekosten voor het huisvesten van sigarenfabrikanten (o.a. gas voor droogruimten en schoonmaak) worden geraamd op $f$ 4200,-, terwijl de inkomsten uit de bijdragen van de fabrikanten op maximaal $f$ 3000,- worden geschat. Dit leidt tot een jaarlijks tekort van ruim $f$ 1000,-.
* Opportuniteitskosten: Er wordt op gewezen dat de markt ook inkomsten misloopt door de 17 lokalen niet commercieel te verhuren, wat een extra post van $f$ 3400,- per jaar betreft.
* Veiligheidsrisico's: Naast de financiële bezwaren uit de schrijver zorgen over de veiligheid. Omdat sigarenfabrikanten ook 's avonds en op zondag toegang nodig hebben, ontstaat er een risico op diefstal van de onbewaakte voorraden groente en fruit die in de hallen liggen opgeslagen.
* Terminologie: Termen als "droogruimten" (essentieel voor de tabaksverwerking) en "Rijks-ambtenaren" duiden op een nauwe verwevenheid tussen lokaal bestuur, rijksbelangen en industriële behoeften in die periode. Dit document stamt uit een periode waarin de gemeente Amsterdam (onder de Wethouder voor de Levensmiddelen) een grote rol speelde in de distributie van goederen en de regulering van de markt na de Eerste Wereldoorlog. De "Centrale Markt" aan de Jan van Galenstraat werd pas in 1934 officieel geopend, maar dit document lijkt te verwijzen naar de eerdere plannen of tijdelijke huisvesting van industrie in marktcomplexen. Het toont de spanning tussen het ondersteunen van de lokale industrie (de sigarenfabrikanten) en het waarborgen van een efficiënte en veilige voedseldistributie. De kritische toon van de ambtenaar suggereert dat de voorgestelde regeling bedrijfseconomisch onverantwoord werd geacht.

Samenvatting

  • Financiële tekorten: Het document schetst een somber financieel beeld. De directe exploitatiekosten voor het huisvesten van sigarenfabrikanten (o.a. gas voor droogruimten en schoonmaak) worden geraamd op $f$ 4200,-, terwijl de inkomsten uit de bijdragen van de fabrikanten op maximaal $f$ 3000,- worden geschat. Dit leidt tot een jaarlijks tekort van ruim $f$ 1000,-.
  • Opportuniteitskosten: Er wordt op gewezen dat de markt ook inkomsten misloopt door de 17 lokalen niet commercieel te verhuren, wat een extra post van $f$ 3400,- per jaar betreft.
  • Veiligheidsrisico's: Naast de financiële bezwaren uit de schrijver zorgen over de veiligheid. Omdat sigarenfabrikanten ook 's avonds en op zondag toegang nodig hebben, ontstaat er een risico op diefstal van de onbewaakte voorraden groente en fruit die in de hallen liggen opgeslagen.
  • Terminologie: Termen als "droogruimten" (essentieel voor de tabaksverwerking) en "Rijks-ambtenaren" duiden op een nauwe verwevenheid tussen lokaal bestuur, rijksbelangen en industriële behoeften in die periode.

Historische Context

Dit document stamt uit een periode waarin de gemeente Amsterdam (onder de Wethouder voor de Levensmiddelen) een grote rol speelde in de distributie van goederen en de regulering van de markt na de Eerste Wereldoorlog. De "Centrale Markt" aan de Jan van Galenstraat werd pas in 1934 officieel geopend, maar dit document lijkt te verwijzen naar de eerdere plannen of tijdelijke huisvesting van industrie in marktcomplexen. Het toont de spanning tussen het ondersteunen van de lokale industrie (de sigarenfabrikanten) en het waarborgen van een efficiënte en veilige voedseldistributie. De kritische toon van de ambtenaar suggereert dat de voorgestelde regeling bedrijfseconomisch onverantwoord werd geacht.

Gerelateerde Documenten 6