Archief 745
Inventaris 745-297
Pagina 6
Jaar 1939
Stadsarchief

Ambtelijke brief / memorandum.

5 januari 1939. Van: Waarschijnlijk een directeur van een gemeentelijke dienst (ondertekend door M. Müller).

Origineel

Ambtelijke brief / memorandum. 5 januari 1939. Waarschijnlijk een directeur van een gemeentelijke dienst (ondertekend door M. Müller). [Rechtsboven handgeschreven:] M. Müller

VP/HG.

68/1/4 M.
n 2
5 Januari 1939.

Kostenverdeeling spoorver-
binding Westergasfabriek
en Centrale Markt.

den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .

Onder terugzending van de met Uw kantbrief d.d. 2 dezer om advies ontvangen stukken no. 187 L.M. 1937 heb ik de eer U te berichten, dat ik laatstelijk op 31 December jl. (onder No. 68/6/25 M.) rapporteerde over de kostenverdeeling van de spoorverbinding naar de Westergasfabriek en de Centrale Markt. In dat rapport veronderstelde ik nog, dat ook de Wasscherij in de kosten zou bijdragen, doch voor het principe, hoe de kostenverdeeling moet geschieden doet dit mijns inziens niet ter zake. Zooals ik in mijn bovenaangehaald rapport uiteenzette, was mijnerzijds voorgesteld en door mijn Ambtgenoot voor de Gasfabrieken aanvaard, dat zijn bedrijf in de kosten der spoorverbinding f 3.400,- 's jaars zou bijdragen, hetgeen overeenstemt met het zakelijke belang, dat de Gasfabrieken bij de verbinding hebben. Het feit, dat de Wasscherij geen aanvoer per spoor meer noodig heeft, brengt hierin uiteraard geen verandering, zoodat ik met mijn Ambtgenoot van meening ben, dat hij nu zeker niet meer dan f 3.400,- 's jaars zal behoeven te betalen.

Indien het door Uw Ambtgenoot voor de Financiën aangegeven stelsel van kostenverdeeling, welk stelsel eveneens in mijn meengenoemd rapport d.d. 31 December jl. werd besproken, wordt aanvaard, betalen de belanghebbende bedrijven de aan de Spoorwegen verschuldigde vergoeding van rond f 3.300,- 's jaars samen en voor gelijke deelen. Als de verbinding der Wasscherij [tekst breekt af onderaan pagina] * Taalgebruik: Het document is geschreven in de formele, ambtelijke stijl van voor de Tweede Wereldoorlog, inclusief de toen geldende spelling (bijv. "verdeeling", "Wasscherij", "meengenoemd").
* Inhoud: De kern van de correspondentie betreft een financieel geschil of overleg over het delen van de exploitatiekosten voor een spooraansluiting. De auteur adviseert de Wethouder voor de Levensmiddelen over hoe de jaarlijkse bijdrage van circa ƒ 3.300 tot ƒ 3.400 verdeeld moet worden tussen de Gasfabriek, de Centrale Markt en (oorspronkelijk) een wasserij.
* Kernpunten:
* De Gasfabrieken zijn bereid maximaal ƒ 3.400,- per jaar te betalen.
* Een wasserij die oorspronkelijk mee zou betalen, heeft de spoorverbinding niet meer nodig.
* Er wordt gerefereerd aan een systeem van de Wethouder van Financiën om de kosten in "gelijke deelen" te splitsen tussen de belanghebbenden. Dit document stamt uit januari 1939, een periode waarin de gemeente Amsterdam (gezien de genoemde locaties) grote industriële en logistieke complexen beheerde. De Westergasfabriek en de Centrale Markthallen (aan de Jan van Galenstraat) waren beide afhankelijk van een goede verbinding met het nationale spoorwegnet voor de aanvoer van respectievelijk steenkool en levensmiddelen.

De brief illustreert de nauwe administratieve samenwerking (en soms de bureaucratische afstemming) tussen verschillende gemeentelijke portefeuilles zoals Levensmiddelen, Financiën en de gemeentelijke nutsbedrijven (Gasfabrieken). De genoemde "Wasscherij" verwijst waarschijnlijk naar de Gemeentelijke Wasscherij die eveneens in die omgeving gevestigd was. De genoemde bedragen lijken klein naar moderne maatstaven, maar ƒ 3.400,- vertegenwoordigde in 1939 een aanzienlijke waarde (vergelijkbaar met meerdere jaarsalarissen van een arbeider).

Samenvatting

  • Taalgebruik: Het document is geschreven in de formele, ambtelijke stijl van voor de Tweede Wereldoorlog, inclusief de toen geldende spelling (bijv. "verdeeling", "Wasscherij", "meengenoemd").
  • Inhoud: De kern van de correspondentie betreft een financieel geschil of overleg over het delen van de exploitatiekosten voor een spooraansluiting. De auteur adviseert de Wethouder voor de Levensmiddelen over hoe de jaarlijkse bijdrage van circa ƒ 3.300 tot ƒ 3.400 verdeeld moet worden tussen de Gasfabriek, de Centrale Markt en (oorspronkelijk) een wasserij.
  • Kernpunten:
    • De Gasfabrieken zijn bereid maximaal ƒ 3.400,- per jaar te betalen.
    • Een wasserij die oorspronkelijk mee zou betalen, heeft de spoorverbinding niet meer nodig.
    • Er wordt gerefereerd aan een systeem van de Wethouder van Financiën om de kosten in "gelijke deelen" te splitsen tussen de belanghebbenden.

Historische Context

Dit document stamt uit januari 1939, een periode waarin de gemeente Amsterdam (gezien de genoemde locaties) grote industriële en logistieke complexen beheerde. De Westergasfabriek en de Centrale Markthallen (aan de Jan van Galenstraat) waren beide afhankelijk van een goede verbinding met het nationale spoorwegnet voor de aanvoer van respectievelijk steenkool en levensmiddelen.

De brief illustreert de nauwe administratieve samenwerking (en soms de bureaucratische afstemming) tussen verschillende gemeentelijke portefeuilles zoals Levensmiddelen, Financiën en de gemeentelijke nutsbedrijven (Gasfabrieken). De genoemde "Wasscherij" verwijst waarschijnlijk naar de Gemeentelijke Wasscherij die eveneens in die omgeving gevestigd was. De genoemde bedragen lijken klein naar moderne maatstaven, maar ƒ 3.400,- vertegenwoordigde in 1939 een aanzienlijke waarde (vergelijkbaar met meerdere jaarsalarissen van een arbeider).

Kooplieden in dit dossier 64

Gerelateerde Documenten 6