Ambtelijke brief/rapportage.
Origineel
Ambtelijke brief/rapportage. 2 maart 1939. Onbekend (ondertekend met een paraaf/naam die lijkt op 'W. Müller', vermoedelijk een ambtenaar of wethouder). Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, Amsterdam (Alhier). [Rechtsboven, handgeschreven:] W. Müller
[Rechtsboven:]
VP/G.
[Linksboven:]
68/1/13 M
n diverse
[Links:]
Overeenkomst inzake spoor-
verbinding Westergasfabriek,
Centrale Markt, enz.
[Rechts:]
2 Maart 1939
[Onder de datum:]
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .
Onder terugzending van de met Uw kantbrief d.d. 7
Februari jl. om spoedig advies ontvangen stukken no. 187 L.M.
1937 heb ik de eer U te berichten, dat ik, met voorkennis
van myn Ambtgenoot voor de Gasfabrieken, overleg heb ge-
pleegd met de Nederlandsche Spoorwegen inzake de door myn
Ambtgenoot aanvaarde toevoeging in artikel 4 der concept-
overeenkomst, volgens welke toevoeging de Spoorwegen "binnen
een jaar nadat de overeenkomst door partyen zal zyn onder-
teekend" de Oostelyke verbinding der Westergasfabriek zouden
moeten opruimen. Het is my alsnog gelukt den heer Ir. Knook,
die de onderhandelingen namens de Nederlandsche Spoorwegen
voerde, ervan te overtuigen, dat een termyn van een jaar ten
deze, in verband met het financieele belang der Gemeente
(dat ik besprak in myn zich onder de stukken bevindend rap-
port d.d. 24 Januari jl. No. 68/1/7 M) niet juist zou zyn. De
heer Knook heeft my toegezegd, dat, door de voorbereidingen
van de opruiming der bedoelde sporen (het opmaken van mate-
riaalsstaten, enz.) reeds thans te doen plaats vinden, de
opruiming ongetwyfeld binnen twee maanden na de onderteeke-
ning van het contract voltooid zou zyn. De termyn van een
jaar kan dus belangryk worden verminderd: teneinde echter
volkomen veilig te zyn, verzocht de heer Knook om in het
contract niet een termyn van twee doch een van drie maanden
op te nemen. Dit is de termyn, die ook in myn bovenaangehaald
rapport d.d. 24 Januari jl. als redelyk werd genoemd, wes- Dit document is een ambtelijke correspondentie binnen de gemeente Amsterdam uit maart 1939. De schrijver rapporteert aan de wethouder voor Levensmiddelen over een wijziging in een contract met de Nederlandse Spoorwegen (NS). De kern van de zaak is de verwijdering van de "Oostelyke verbinding" van de Westergasfabriek.
In eerdere concepten was sprake van een termijn van een jaar na ondertekening voor het opruimen van de sporen. De schrijver acht dit financieel nadelig voor de gemeente. Na overleg met Ir. Knook van de NS is overeengekomen de termijn aanzienlijk te verkorten. Hoewel de NS aangaf dat het werk in twee maanden voltooid kon zijn mits de voorbereidingen direct zouden starten, is er voor de veiligheid gekozen voor een contractuele termijn van drie maanden. De brief breekt af bij het woord "wes-", wat suggereert dat er een tweede pagina is. De brief dateert van vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. In die periode waren de Westergasfabriek en de Centrale Markthallen (nu Food Center Amsterdam) cruciale knooppunten in de Amsterdamse infrastructuur en voedselvoorziening. Spoorverbindingen waren essentieel voor de aanvoer van respectievelijk steenkool en levensmiddelen.
De administratieve afhandeling toont de complexe samenwerking tussen verschillende gemeentelijke departementen (Gasfabrieken en Levensmiddelen) en nationale nutsbedrijven zoals de NS. Het gebruik van archaïsche spelling (zoals "myn", "partyen", "financieele") is kenmerkend voor de officiële schrijftaal van die tijd. De genoemde Ir. Knook was een bekende ingenieur bij de NS die betrokken was bij diverse infrastructurele projecten in de regio Amsterdam.