Ambtelijke brief/nota (mogelijk onderdeel van een groter dossier of rapportage).
Origineel
Ambtelijke brief/nota (mogelijk onderdeel van een groter dossier of rapportage). 2 maart (gezien de referentie naar juli 1938 en "December jl.", betreft dit zeer waarschijnlijk 2 maart 1939). Een functionaris van de Gemeente Amsterdam (verwijst naar "myn Ambtgenoot voor de Gasfabrieken"). 3 2 Maart 9
68/1/13 den Heer Wethouder voor de
Amsterdam. Levensmiddelen
punten, voor zoo ver zy tot wyziging in het concept aanlei-
ding geven, worden bevestigd.
Van de met dien brief ontvangen teekeningen I en
II leg ik hierby tevens een exemplaar over. De in den brief
van den heer Knook vervatte mededeeling, dat de spoorweg-
grenzen thans op de teekening I in zwart zyn aangegeven,
houdt verband met een opmerking van myn Ambtgenoot voor de
Gasfabrieken op blad 1 van zyn zich onder de stukken bevin-
dend rapport d.d. 20 December jl. (No.2211/1918 G.G.).
Met betrekking tot de mededeelingen van myn Ambt-
genoot aan het slot van zyn laatstgenoemd rapport, dat de
teekening I alsnog in overeenstemming moet worden gebracht
met de kadastrale teekening, zulks voor een juiste afbake-
ning der spoorweggrenzen, is de heer Knook met my van oordeel
dat de tot stand koming dezer overeenkomst niet behoeft te
wachten op een - altyd eenigszins langdurig - kadastraal
onderzoek. Dit onderzoek kan, afgescheiden van het contract,
worden voortgezet; de spoorweggrenzen zullen kadastraal wor-
den bepaald. Ook wanneer de teekening I afwykingen toont van
het kadaster, doet dit niet ter zake, omdat de eigendom der
grondstukken, die door de grenzen wordt bepaald, toch nimmer
door de onderhavige overeenkomst kan veranderen, aangezien
deze overeenkomst niet in authentieken vorm wordt opgemaakt,
hetgeen voor eigendomsoverdracht van onroerend goed wordt
vereischt.
Aangezien elke maand, dat de nieuwe overeenkomst
nog niet geldt der Gemeente 1/12 deel van rond f 7000,-- kost
(vide vervolgblad 1 sub III van myn rapport d.d. 13 Juli 1938
No.68/6/11 M), geef ik U beleefd in overweging thans met
spoed de tot standkoming van het contract, waaromtrent vol-
ledige overeenstemming is verkregen, te bevorderen.
Daartoe worde door Burgemeester en Wethouders aan
de Directie der Nederlandsche Spoorwegen bericht, dat het
College bereid is een overeenkomst ter goedkeuring aan den
Gemeenteraad voor te leggen, overeenkomstig het van die Di- * Taalgebruik: Het document is opgesteld in de toenmalige formele spelling (bijv. "teekening", "wyziging", "hierby", "eenigszins").
* Kern van het betoog: Er is een geschil of onduidelijkheid over de exacte kadastrale afbakening van spoorweggrenzen op technische tekeningen. De schrijver betoogt dat het definitieve contract met de NS niet hoeft te wachten op een tijdrovend kadastraal onderzoek.
* Juridisch argument: De schrijver voert aan dat de overeenkomst zelf geen "authentieke akte" (notariële akte) is. Omdat voor de overdracht van onroerend goed een authentieke vorm vereist is, kan de huidige overeenkomst de eigendomsverhoudingen juridisch niet wijzigen. Eventuele afwijkingen op de werktekening ten opzichte van het kadaster zijn daarom voor dit specifieke contract niet belemmerend.
* Financiële urgentie: De gemeente loopt maandelijks inkomsten mis (of maakt kosten) ter waarde van ongeveer 583 gulden (1/12 van 7000 gulden) zolang de overeenkomst niet van kracht is. Dit wordt gebruikt als pressiemiddel om spoed te zetten achter de procedure. Dit document stamt uit de late jaren '30, een periode waarin Amsterdam volop in ontwikkeling was qua infrastructuur en uitbreiding. De samenwerking tussen de Gemeente Amsterdam (met haar eigen diensten zoals de Gasfabrieken) en de Nederlandsche Spoorwegen (NS) was cruciaal voor de ruimtelijke ordening.
De "Wethouder voor de Levensmiddelen" was in die tijd een specifieke post die zich niet alleen met voedseldistributie bezighield, maar vaak ook met bredere economische en logistieke zaken die de stad aangingen. De verwijzing naar een rapport uit 1918 (kenmerk 2211/1918 G.G.) suggereert dat dit dossier een lange voorgeschiedenis heeft of refereert aan zeer oude afspraken die nu eindelijk geformaliseerd worden. De brief onderstreept de bureaucratische complexiteit van grondzaken tussen overheidsinstanties en nutsbedrijven in het interbellum.