Getypte brief/ambtelijke nota (doorslag).
Origineel
Getypte brief/ambtelijke nota (doorslag). 19 mei [1939] (gezien de context en spelling is 1939 de meest waarschijnlijke datering voor de aanduiding '9.'). De Directeur (vermoedelijk van de Centrale Markt of de bijbehorende gemeentedienst). 1 19 Mei 9.
70/3/1 den Heer Wethouder voor de
Amsterdam. Levensmiddelen,
lossen en te laden.
Echter kan, althans voorloopig, van verhuring van het bedoelde terrein geen sprake zijn, omdat in het bij Raadsbesluit no. 518 d.d. 13 Juni 1934 vastgestelde uitbreidingsplan voor het betreffende stadsgedeelte, de geheele strook tusschen Kostverlorenvaart en Tweede Keucheniusstraat als plantsoen werd aangewezen.
Verhuring zal dus alleen mogelijk zijn na wijziging van het uitbreidingsplan, waarmede - tenzij de eigenaars van in de omgeving gebouwde perceelen geen bezwaren maken - geruime tijd gemoeid zal zijn. Vermoedelijk zal daardoor zelfs de vestiging van het bovenbedoelde bedrijf op dit terrein niet kunnen plaatsvinden, omdat dit bedrijf binnen een jaar zal moeten verhuizen.
Door ligging en vorm is het terrein voor inrichting tot openbaar plantsoen ten eenenmale ongeschikt. Voor de Centrale Markt heeft het zelfs geen zin hier een eenvoudig grasveld te doen inrichten en onderhouden, zoodat dit terrein sedert jaren totaal wordt verwaarloosd.
Nu de mogelijkheid blijkt hieraan een productieve bestemming als industrieterrein te geven, waardoor blijvende inkomsten van eenige duizenden guldens 's jaars kunnen worden verwacht, stel ik U voor het advies in te winnen van Uw Ambtgenoot voor de Publieke Werken, teneinde te bevorderen, dat het uitbreidingsplan zoodanig wordt gewijzigd, dat het onderhavige terreinsgedeelte als industrieterrein kan worden verhuurd.
De Directeur,
--- In dit document adviseert de directeur (waarschijnlijk van de Gemeentelijke Centrale Markt) de Wethouder voor Levensmiddelen over een specifiek stuk grond in Amsterdam-West. Het terrein ligt tussen de Kostverlorenvaart en de Tweede Keucheniusstraat.
De kernpunten zijn:
1. Juridische obstructie: Het terrein is in het uitbreidingsplan van 1934 bestemd als 'plantsoen' (groenvoorziening). Hierdoor mag het niet verhuurd worden voor bedrijfsdoeleinden.
2. Praktische bezwaren: Volgens de directeur is de grond ongeschikt als plantsoen en wordt het terrein al jaren verwaarloosd.
3. Economisch belang: Er is een bedrijf dat het terrein wil huren, wat de gemeente jaarlijks duizenden guldens aan huurinkomsten zou opleveren.
4. Advies: De directeur stelt voor om met de Wethouder van Publieke Werken te overleggen om de bestemming te wijzigen van 'plantsoen' naar 'industrieterrein'.
Er klinkt een zekere urgentie door: als de wijziging te lang duurt, kan het betreffende bedrijf zich daar niet vestigen omdat zij binnen een jaar een nieuwe locatie nodig hebben.
--- Dit document stamt uit de late jaren '30 (vermoedelijk 1939). De locatie betreft het gebied rond de Centrale Markthallen in Amsterdam, die in 1934 geopend werden. De Kostverlorenvaart was en is een belangrijke vaarroute, wat het terrein aantrekkelijk maakte voor bedrijven die goederen moeten "lossen en laden".
De tekst illustreert de spanning tussen de idealistische stedenbouw uit die tijd (het Algemeen Uitbreidingsplan van 1934 van Cornelis van Eesteren, waarin veel ruimte voor groen was gereserveerd) en de economische realiteit van de stad. De Tweede Keucheniusstraat bevindt zich in de Staatsliedenbuurt, direct grenzend aan het marktterrein. De "Wethouder voor de Levensmiddelen" was in deze periode een specifieke post die toezicht hield op de voedselvoorziening en de marktfaciliteiten van de stad.