Ambtelijke brief/afschrift.
Origineel
Ambtelijke brief/afschrift. 10 juli 1939. (Handgeschreven bovenaan: afschrift)
D i e n s t
der
Publieke werken.
---
Grb. 2386/Doss. F 200-0-1. S.O.
---
2 Bylagen(w.o. 1 teek.).
---
Antw. op No. 404 P.W.
dd. 24 Mei 1939.
---
Amsterdam, 10 Juli 1939.
Aan den Heer Wethouder P.W.
-----------------------
Naar aanleiding van het my by Uw nevenaangehaal-
de apostille in handen gestelde schryven van myn ambtge-
noot van het Marktwezen, No. 70/3/1 M, dd. 19 Mei ll., be-
richt ik U, als volgt.
Myn ambtgenoot acht de strook terrein, langs
de Oostzyde van het Oostelyk Marktkanaal gelegen, ge-
schikt voor verhuring als opslagterrein.
Zooals in bovenbedoeld schryven reeds werd aange-
duid, is de smalle terreinstrook langs het Oostelyk Markt-
kanaal indertyd in het uitbreidingsplan voor het Zuidelyk
deel van de Staatsliedenbuurt opgenomen en wel als
plantsoenstrook. Hiervoor waren verschillende redenen.
Het werd voor een goede contrôle van het marktbedryf noo-
dig geacht, ervoor te zorgen, dat aan de overzyde van de
langs het terrein van de Centrale Markt aanwezige vaar-
wateren geen gelegenheid zou ontstaan voor het aanleggen
van vaartuigen, met het doel om op de markt gekochte
goederen op die wyze aan den kleinhandel af te geven. Om
dezelfde reden zou langs die kanalen ook geen mogelykheid
van bebouwing mogen worden gegeven, om het ontstaan van
clandestiene opslagplaatsen voor levensmiddelen te voor- * Onderwerp: Advies over het bestemmen van een strook grond langs het Oostelijk Marktkanaal voor verhuur als opslagterrein, in plaats van de oorspronkelijke bestemming als plantsoen.
* Belanghebbenden: De Dienst der Publieke Werken, de Wethouder Publieke Werken en de beheerder van het Marktwezen.
* Kernargumentatie: Oorspronkelijk was de strook als groenstrook (plantsoen) bestemd om toezicht te houden op de Centrale Markt. Men wilde voorkomen dat schepen daar illegaal zouden aanleggen om buiten de officiële marktkanalen om handel te drijven met de kleinhandel ("clandestiene opslag"). De ambtgenoot van het Marktwezen ziet nu echter mogelijkheden voor reguliere verhuur als opslagterrein.
* Taalgebruik: Formeel ambtelijk Nederlands met de destijds gebruikelijke spelling (bijv. "bylagen", "schryven", "indertyd", "contrôle"). Dit document stamt uit de zomer van 1939, vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. Het betreft de ruimtelijke ordening rondom de Centrale Markthallen in de Amsterdamse Staatsliedenbuurt (tegenwoordig het Food Center Amsterdam). Dit gebied was in die jaren volop in ontwikkeling. De brief illustreert de strikte regulering van de handel: de gemeente wilde volledige controle over de goederenstromen om zwarte handel of ontduiking van marktgelden te voorkomen. Het feit dat de tekst afbreekt bij "te voor-" suggereert dat de brief op een volgende pagina doorloopt met de consequenties van deze bestemmingswijziging.