Brief (doorslag/archiefkopie).
Origineel
Brief (doorslag/archiefkopie). 15 juni 1939. De Directeur (vermoedelijk van een gemeentelijke dienst in Amsterdam). Kenmerk: vD/HG. De Directeur van de Rijksdienst ter Uitvoering van de Zuiderzeesteunwet, Rokin 149, Amsterdam. vD/HG. extra (handgeschreven)
72/3/2 M.
15 Juni 1939.
den Heer Directeur van den Rijks-
dienst ter Uitvoering van de
Zuiderzeesteunwet,
Rokin 149,
<u>Amsterdam-Centrum.</u>
Wijk 3.
Naar aanleiding van Uw brief d.d. 7 Januari jl.
no.23, waarvan de beantwoording zeer tot mijn spijt is ver-
traagd, heb ik de eer U onderstaand de door U gevraagde
gegevens te verstrekken.
De Directeur,
Venters met visch (met inbegrip van haring en zuurwaren)
1-1-1935 1145
1-1-1936 939
1-1-1937 865
1-1-1938 846
1-12-1938 720
1-3-1939 726
Standplaatshouders (uitsluitend met versche visch)
1-1-1935 4
1-1-1936 19
1-1-1937 29
1-1-1938 28
1-1-1939 24 Deze brief is een formeel antwoord op een informatieverzoek van de Rijksdienst ter Uitvoering van de Zuiderzeesteunwet. De afzender verontschuldigt zich voor de aanzienlijke vertraging van ruim vijf maanden in de beantwoording.
De verstrekte data laten een duidelijke trend zien in de Amsterdamse visdetailhandel aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog:
1. Daling van het aantal visventers: Het aantal straatverkopers ("venters") daalt fors, van 1145 in 1935 naar 726 begin 1939 (een afname van circa 36%).
2. Stijging van vaste standplaatsen: Hoewel de aantallen kleiner zijn, is er een opmerkelijke stijging te zien in het aantal standplaatshouders voor verse vis, dat groeit van slechts 4 in 1935 naar 24 in 1939.
Het document biedt hiermee kwantitatief inzicht in de verschuiving van ambulante handel naar meer gereguleerde of vaste verkooppunten in de stad. De Zuiderzeesteunwet (1925) was in het leven geroepen om de economische schade op te vangen die vissers en aanverwante beroepen leden door de afsluiting van de Zuiderzee (voltooid in 1932 met de Afsluitdijk). De Rijksdienst die deze wet uitvoerde, verzamelde gegevens om de effecten van de afsluiting en de effectiviteit van de steunmaatregelen te monitoren.
Dat deze specifieke gegevens over de Amsterdamse visverkopers werden opgevraagd, suggereert dat de overheid onderzoek deed naar de sanering of transformatie van de visserijsector en de afzetkanalen. De daling van het aantal venters kan te maken hebben met de verminderde aanvoer van vis, strengere gemeentelijke regelgeving voor straathandel, of de algemene economische malaise in de jaren dertig.