Brief (handgeschreven)
Origineel
Brief (handgeschreven) 9 januari 1939 W. Zwaard, winkelier in wild en gevogelte, Van Woustraat 198-Z, Amsterdam Directeur van het Marktwezen te Amsterdam [Stempel linksboven in paars:] Nº 72/4/1 M. 1939
9 Januari 1939. A’dam
Wel Edl. Heer Directeur van
het Marktwezen te Amsterdam.
Ondergeteekende W. Zwaard, winkelier
in Wild en Gevogelte wonende Van
Woustraat 198. Z.. verzoekt UEdl.
beleefd te willen onderzoeken de
volgende zaak.
Den Heer H. Bamberger wonende
Tilanusstraat, en een Poelierszaak
drijvende in de 1ste Oosterparkstraat
Nº 175. is in het bezit van een vent-
vergunning waarvan hij alleen op
Vrijdag indien zulks noodig was
tusschen 11 en 12 uur (om zich z.g. los te
maken, gebruik heeft gemaakt aan
het Ipenplein. zulks kunt U
onderzoeken.
Nu heeft de famili Bamberger het
geluk gehad om een deel van de
[Rechtsonder geschreven:] 72 In deze brief dient W. Zwaard, een winkelier in wild en gevogelte uit de Van Woustraat, een verzoek in bij de Directeur van het Marktwezen. Hij vraagt om een onderzoek naar de activiteiten van een concurrent, de heer H. Bamberger.
Zwaard stelt dat Bamberger een winkel heeft in de 1ste Oosterparkstraat, maar daarnaast over een ventvergunning beschikt. Volgens de schrijver maakte Bamberger voorheen slechts beperkt gebruik van deze vergunning (alleen op vrijdag tussen 11 en 12 uur op het Ipenplein om restvoorraad te verkopen, "zich los te maken"). De brief breekt af op het punt waar Zwaard klaagt over een recente gunstige verandering in de situatie voor de familie Bamberger, wat waarschijnlijk de directe aanleiding voor de klacht is (mogelijk een uitbreiding van hun staanplaats of vergunning). De toon is formeel, maar doorspekt met een zekere mate van afgunst of bezorgdheid over oneerlijke concurrentie. Dit document stamt uit januari 1939, een periode van economische spanning en strikte regulering van de handel in Amsterdam. Er bestond vaak frictie tussen gevestigde winkeliers (die hoge vaste lasten hadden) en straathandelaren of winkeliers die ook de straat op gingen met ventvergunningen.
De locaties die genoemd worden (Van Woustraat, Tilanusstraat, 1ste Oosterparkstraat en het Ipenplein, thans Iepenplein) bevinden zich in de Amsterdamse wijken De Pijp en Oost. Het Marktwezen was de gemeentelijke instantie die toezag op de naleving van vergunningen en standplaatsen. De naam Bamberger is een bekende Joodse naam in Amsterdam; gezien de datum (vlak voor de Tweede Wereldoorlog) en de aard van de handel (gevogelte/poelier), past dit in het tijdsbeeld van de levendige, maar streng gereguleerde Joodse middenstand in deze buurt. H. Bamberger W. Zwaard Marktwezen