Handgeschreven brief (anonieme klacht/verzoekschrift).
Origineel
Handgeschreven brief (anonieme klacht/verzoekschrift). de bout geven maar werkelijk
loopt hij te venten zaterdags
avonds en dat gaat maar
zoo door en een ander die
dat doet wordt bekeurd
zoo vraag ik uw om daar
een zaterdag avond een
conteleur naar toe te sturen
om daar een einde aan te
maken want zij eten een
ander zijn brood op die
een vergunning hebben
voor fruit
Hoog achtend
die wenst onbekend
te blijven * Handschrift en Spelling: Het handschrift is redelijk leesbaar, maar de schrijver is vermoedelijk iemand met een beperkte formele opleiding. Dit is te zien aan spelfouten zoals "conteleur" (in plaats van controleur) en het gebruik van "uw" waar "u" bedoeld wordt. De spelling "zoo" en "blyven" (hier gespeld als blijven, maar met de kenmerkende lange 'ij') is conform de vroege 20e-eeuwse norm.
* Inhoud: De brief is een klassiek voorbeeld van een 'verklikkerbrief'. De afzender klaagt over iemand die op zaterdagavonden illegaal fruit verkoopt op straat ("venten"). De kern van de klacht is rechtsongelijkheid: de schrijver stelt dat anderen voor dergelijke praktijken bekeurd worden, terwijl deze specifieke persoon zijn gang kan gaan.
* Motivatie: De afzender gebruikt de uitdrukking "zij eten een ander zijn brood op". Dit wijst op economische noodzaak en de strijd tussen legale vergunninghouders en illegale 'beunhazen'. De illegale concurrentie ondermijnt het inkomen van degenen die wel netjes voor hun vergunning betalen. In de late 19e en vroege 20e eeuw was straathandel een cruciale bron van inkomsten voor de stedelijke onderklasse, maar het werd door de overheid streng gereguleerd via ventvergunningen en marktverordeningen. Toezichthouders (controleurs of marktmeesters) hielden streng toezicht op locaties en tijden. Zaterdagavond was een populair moment voor handel omdat arbeiders dan hun loon hadden ontvangen. De anonimiteit van de brief ("die wenst onbekend te blijven") suggereert dat de afzender mogelijk uit dezelfde buurt of sociale kring komt als de beklaagde en represailles vreest. Dergelijke brieven zijn in stadsarchieven vaak terug te vinden in de dossiers van de Plaatselijke Politie of de afdeling Marktwezen.