Archief 745
Inventaris 745-297
Pagina 315
Dossier 106
Jaar 1939
Stadsarchief

Ambtelijk schrijven / memo.

20 april 1939.

Origineel

Ambtelijk schrijven / memo. 20 april 1939. De controleurs Rak, Bekkering en Engelen
rapporteerden mij, dat zij van personen die
zonder vergunning met kleederen venten, moei-
lijkheden (molest) ondervinden. (Zie bijgaande
rapporten).
In verband daarmede stel ik u voor,
onder overlegging van de rapporten van deze
controleurs den Hoofdcommissaris van Poli-
tie te verzoeken de Chefs der verschillende
bureaux te willen opdragen:
1° den controleurs van het Marktwezen des-
gevraagd alle de noodige assistentie te
verleenen;
2° tegen deze personen die zonder vergunning
venten, zeer streng op te treden;
3° zorg te dragen, dat indien mogelijk
deze onguure elementen van de straat worden
geweerd.

20-4 - 39
[Ondertekening, mogelijk: DeHaas] De tekst betreft een ambtelijk voorstel om de politie in te schakelen bij de handhaving op illegale straathandel. Drie specifieke controleurs van het Marktwezen hebben geklaagd over 'molest' (lastigvallen of geweld) door personen die zonder de vereiste vergunning kleding verkopen op straat.

De schrijver van het document stelt voor om de Hoofdcommissaris van Politie te verzoeken om:
1. Actieve politiesteun te verlenen aan de marktcontroleurs wanneer zij hierom vragen.
2. Hard op te treden tegen vergunningloze venters.
3. Deze 'onguure elementen' volledig uit het straatbeeld te verwijderen.

De toon van het document is streng en typerend voor de pre-oorlogse autoritaire benadering van openbare orde en informele economie. Het document dateert van april 1939, een periode van economische spanning en sociale controle in Nederland, vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. In die tijd werd illegale straathandel vaak geassocieerd met armoede en zwerversbestaan, maar ook gezien als oneerlijke concurrentie voor de gevestigde middenstand. De term "onguure elementen" weerspiegelt de toenmalige morele opvattingen over mensen die aan de rand van de samenleving opereerden. De betrokkenheid van de Hoofdcommissaris wijst erop dat dit een stedelijke aangelegenheid was (zeer waarschijnlijk Amsterdam of een vergelijkbare grote gemeente), waar de druk op het Marktwezen groot was om de straten 'schoon' en gereguleerd te houden.

Samenvatting

De tekst betreft een ambtelijk voorstel om de politie in te schakelen bij de handhaving op illegale straathandel. Drie specifieke controleurs van het Marktwezen hebben geklaagd over 'molest' (lastigvallen of geweld) door personen die zonder de vereiste vergunning kleding verkopen op straat.

De schrijver van het document stelt voor om de Hoofdcommissaris van Politie te verzoeken om:
1. Actieve politiesteun te verlenen aan de marktcontroleurs wanneer zij hierom vragen.
2. Hard op te treden tegen vergunningloze venters.
3. Deze 'onguure elementen' volledig uit het straatbeeld te verwijderen.

De toon van het document is streng en typerend voor de pre-oorlogse autoritaire benadering van openbare orde en informele economie.

Historische Context

Het document dateert van april 1939, een periode van economische spanning en sociale controle in Nederland, vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. In die tijd werd illegale straathandel vaak geassocieerd met armoede en zwerversbestaan, maar ook gezien als oneerlijke concurrentie voor de gevestigde middenstand. De term "onguure elementen" weerspiegelt de toenmalige morele opvattingen over mensen die aan de rand van de samenleving opereerden. De betrokkenheid van de Hoofdcommissaris wijst erop dat dit een stedelijke aangelegenheid was (zeer waarschijnlijk Amsterdam of een vergelijkbare grote gemeente), waar de druk op het Marktwezen groot was om de straten 'schoon' en gereguleerd te houden.

Kooplieden in dit dossier 64

Gerelateerde Documenten 6