Interne ambtelijke notitie / instructie.
Origineel
Interne ambtelijke notitie / instructie. 9 mei 1939 (9/5 '39). De Wethouder (geparafeerd onderaan, mogelijk S. v. d. Laan of vergelijkbaar). H. de Haas
De Weth. vraagt nadere inlichtingen omtrent
de laatste Vent-Controlestaat.
1e. Deze vermeldt p.v.b. wegens venten
zonder verg. (voor de geheele stad)
Januari 47 ; Februari 79.
Daar zijn uiteraard dubbeltellingen bij.
"Uitpluizen" hoeveel enkelingen dit betreft
en hoe vaak elke enkeling is aangehouden
zonder vergunning.
2e. "Vaste klanten" bedieners in
Januari 190 ; Februari 240.
Dit behoeft niet uitgepluisd;
doch rapporteeren omtrent de ervaring
van onze controleurs ten opzichte van
het motief "vaste-klanten-bediener".
Is dat motief juist naar hun oordeel?
9/5 '39. [Paraaf/Handtekening]
No 72/34 / M. 1939 9/5 Het document is een instructie van een wethouder aan een ambtenaar (H. de Haas) om dieper in de cijfers van de straathandel-controles te duiken. De wethouder constateert een stijging in de overtredingen tussen januari en februari 1939 en wil meer kwalitatieve informatie:
- Recidive bij illegaal venten: Men wil weten of de stijging (van 47 naar 79 processen-verbaal) komt door meer individuele overtreders, of dat dezelfde personen herhaaldelijk zonder vergunning worden opgepakt ("dubbeltellingen").
- Validiteit van het "Vaste-klanten" argument: Er is een grote groep (190 tot 240 gevallen) die wordt aangeduid als "vaste-klanten-bedieners". De wethouder twijfelt blijkbaar aan de legitimiteit van deze categorie of het gebruik hiervan als excuus om onder de strengere vent-regels uit te komen. Hij vraagt specifiek naar het professionele oordeel van de controleurs in het veld. Het document dateert van mei 1939, een periode van economische spanning en strikte regulering in Nederland vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. In die tijd was "venten" (straatverkoop) een belangrijke bron van inkomsten voor de armere bevolking, maar de overheid probeerde dit streng te reguleren met vergunningenstelsels om de gevestigde middenstand te beschermen en de openbare orde te handhaven.
De term "vaste-klanten-bediener" duidt waarschijnlijk op een uitzonderingspositie waarbij een handelaar wel bij mensen aan de deur mocht komen als er sprake was van een bestaande klantrelatie, in tegenstelling tot het willekeurig aanbieden van waren op de openbare weg. De sterke toename van dit "motief" in de statistieken wekt de argwaan van het stadsbestuur.