Ambtelijke notitie/minuut van de afdeling Algemene Zaken.
Origineel
Ambtelijke notitie/minuut van de afdeling Algemene Zaken. Maart 1939 (verschillende data genoteerd: 8-3-39, 15-3-39, 16-3-39 en 18-3-39). [Linksboven in kader:]
BIJBLAD VAN:
M. No. 76/5/1 1939
DOORGEZONDEN: v/s
[Rechtsboven:]
512
[Bovenaan handgeschreven:]
Mondeling afgedaan.
Oproeper
8-3-39
de Haan
[Midden handgeschreven:]
Kan als afgedaan worden beschouwd. p 15/3
Aan Roostelaar medegedeeld dat aan Jan
Evertsenstraat geen dagmarkt zal worden ge-
vestigd. Tevens aan hem medegedeeld dat
wanneer in omgeving J. E. str. een dagmarkt
wordt gevestigd, hiervan in de pers mede-
deeling zal worden gedaan.
[Rechtsonder handgeschreven:]
16-3-39
de Haan
opt 18-3-39 wp.
[Handtekening, mogelijk: Vhoe]
[Linksonder gedrukt:]
Alg. Zaken Model No. 14
10.000-10-1937-1016 Het document is een interne administratieve notitie die de afhandeling van een verzoek of kwestie met betrekking tot de vestiging van een dagmarkt registreert.
- Kernboodschap: Er zal vooralsnog geen dagmarkt komen in de Jan Evertsenstraat. De heer Roostelaar (mogelijk een indiener van een verzoek of een belanghebbende) is hiervan mondeling op de hoogte gesteld.
- Toezegging: Er is de toezegging gedaan dat indien er in de toekomst wel een markt in de nabije omgeving van deze straat wordt gevestigd, dit via de pers bekend zal worden gemaakt.
- Proces: De notitie laat een administratief traject zien waarbij de zaak op 8 maart mondeling werd afgedaan, rond 15-16 maart formeel als 'afgedaan' werd beschouwd en ondertekend, en op 18 maart definitief werd verwerkt ('opt' waarschijnlijk voor 'opgenomen' of 'optreden'). De Jan Evertsenstraat is een belangrijke verkeers- en winkelader in Amsterdam-West (de Baarsjes), een wijk die in de jaren '20 en '30 van de vorige eeuw in rap tempo werd opgebouwd. In de vooroorlogse periode was de inrichting van de publieke ruimte en de regulering van markten een belangrijk punt van lokaal bestuur.
Markten waren essentieel voor de voedselvoorziening en lokale economie, maar konden ook voor overlast zorgen in woonstraten. Dit document getuigt van de interactie tussen burgers (vertegenwoordigd door Roostelaar) en het gemeentebestuur over de stedelijke inrichting. De vermelding van "Algemene Zaken" en de specifieke formuliernummers wijzen op een gestandaardiseerde ambtelijke werkwijze in het Amsterdamse stadsbestuur van die tijd. M. No Roostelaar (De heer)