Getypte brief op officieel briefpapier met handgeschreven aantekeningen.
Origineel
Getypte brief op officieel briefpapier met handgeschreven aantekeningen. 19 mei 1939 (verzonden 20 mei 1939). De Directeur (vermoedelijk van de Dienst van het Marktwezen, Amsterdam). den Heer J. van Linda, Zwanenburgerstraat 24 III, Amsterdam-Centrum. 72/38/2 M
M. Müller
VP/G.
Verzonden 20/5
19 Mei 1939.
den Heer J.van Linda,
Zwanenburgerstraat 24 III
Amsterdam-Centrum.
Wyk 2.
Naar aanleiding van Uw brief d.d. 11 dezer bericht
ik U, dat Uw ventvergunning niet behoeft te worden vernieuwd
gedurende den tijd, dat zij bij den Dienst voor Maatschappelij-
ken Steun in bewaring is. Zoodra de ondersteuning echter zal
zijn geëindigd en U de vergunning weder van voornoemden
Dienst zult hebben ontvangen, dient U zich daarmede ten kan-
tore van het Marktwezen te vervoegen, opdat verlenging
plaatsvindt.
De Directeur, Deze brief is een zakelijke mededeling aan de heer J. van Linda betreffende de status van zijn ventvergunning (een vergunning om goederen op straat te verkopen). De kern van de brief is dat de vergunninghouder momenteel "ondersteuning" (sociale bijstand) ontvangt van de Dienst voor Maatschappelijken Steun. Tijdens deze periode is zijn ventvergunning bij die dienst in bewaring gegeven en hoeft deze niet te worden verlengd. De brief instrueert de ontvanger dat hij, zodra de ondersteuning stopt, de vergunning moet ophalen en zich moet melden bij het kantoor van het Marktwezen om de vergunning weer officieel te laten verlengen. Dit wijst op een systeem waarbij men niet tegelijkertijd een actieve handelsvergunning mocht exploiteren en een beroep mocht doen op publieke armenzorg. De brief dateert van mei 1939, een periode waarin Nederland nog kampte met de naweeën van de economische crisis van de jaren '30 en vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. De Zwanenburgerstraat lag in het hart van de Amsterdamse Jodenbuurt (een straat die later grotendeels zou verdwijnen voor de bouw van de Stopera). Veel bewoners in deze buurt leefden in armoede en waren voor hun inkomen afhankelijk van kleinschalige straathandel (venten) of, als dat niet lukte, van de Dienst voor Maatschappelijken Steun. De bureaucratische toon van de brief illustreert de strenge controle op de combinatie van arbeid en uitkering in die tijd. De aantekening "Verzonden 20/5" en de naam "M. Müller" zijn typische administratieve sporen van de verwerking op een gemeentelijk secretariaat. G. Marktwezen